Nederlanders confuus: radar functioneerde niet bij MH17

Hubert Smeets is Oost-Europadeskundige en verbindt om de week verleden met het heden.

Demonstratie van een Boek-raketsysteem op een Russische wapenbeurs in 2013. Foto iStock

Smeets, Hubert9-2013012

Langzaam sluit zich het net rond de Boek-raket die vlucht MH17 boven de Donbas neerhaalde. Woensdag 28 september presenteert officier van justitie Fred Westerbeke de eerste resultaten van het strafrechtelijk onderzoek naar de crash. Justitie weet tot op de vierkante meter waar de raket is afgevuurd, heb ik gehoord. Het OM weet ook welk type het was, waar de mobiele lanceerinrichting vandaan kwam en hoe het spul op 17 juli 2014 in de Donbas terechtkwam.

Die vierkante meters waren toen in handen van pro-Russische separatisten. De installatie kwam vermoedelijk uit Koersk in Rusland. De dagvaarding kan de deur uit? Nee.

Lees ook dit interview met Fred Westerbeke: ‘Of de Russen meewerken? Dat is lastig te beoordelen’

Rond de ramp woedt al 26 maanden een informatieoorlog. Ik was toevallig in Rusland toen die ontbrandde met een persconferentie van luitenant-generaal Andrej Kartapolov op het ministerie van Defensie in Moskou. Op grond van radarbeelden uit Rostov opperde Kartapolov vier dagen later dat de MH17 zou kunnen zijn neergeschoten door een SU25-jager van de Oekraïense luchtmacht.

Moskou vond het daarna niet nodig de primaire radarbeelden uit Rostov ook aan Nederland te overhandigen. Maar het woord ‘radar’ is reden voor veel commotie gebleven.

Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt heeft er een halve dagtaak aan. Met de regelmaat van de klok tamboereert de CDA’er dat Nederland geen beelden heeft gekregen van alle radarstations die vlucht MH17 konden volgen: de posten Dnepropetrovsk, Tsjoegoejev, Donetsk, Artjomovsk en Loegansk (Oekraïne) en in Rostov (Rusland).

Dat Oekraïne alleen secundaire ruwe beelden heeft kunnen aanleveren, omdat Dnepropetrovsk te ver verwijderd was van de ramp en de post in Tsjoegoejev bij Charkov in onderhoud was, is raar. Maar dat die andere drie stations uitstonden, is volgens Omtzigt echt gek. Hij volgt Piet van Genderen, radarexpert uit Delft, die begin dit jaar op een hoorzitting van de Tweede Kamer verbaasd was dat ook deze drie stations uit de lucht waren. Dat was toch geen normaal planmatig onderhoud door de Oekraïense autoriteiten, zei Van Genderen. CDA’er Omtzigt zegt het hem na.

Hun verwondering is volgens mij nog verwonderlijker. Er was in 2014 in de Donbas een heuse afscheidingsoorlog gaande. De radarposten in Donetsk, Artjomovsk en Loegansk stonden op 17 juli onder controle van pro-Russische rebellen of Russische militairen. Kiev had maar één station (Charkov) onder controle.

Experts en politici uit een vreedzaam land, waar planning door eeuwen waterwerken hét maatschappelijke leerstuk is, vinden het niettemin onbegrijpelijk dat hun vertrouwde planning ver weg, na de waarheid, ineens het tweede slachtoffer van oorlog blijkt te kunnen worden.

Ik vermoed dus dat Omtzigt over radarbeelden zal blijven praten. Zelf baseer ik me liever op een kennis in Moskou, een ex-Sovjetvliegenier die tot medio jaren negentig bij de luchtmacht diende en op verre oorden heeft gevlogen. Een week na de crash vertrouwde hij me bij een biertje achter de kerk in de Baumanstraat al toe:

„Natuurlijk was het een Boek, maar wel een Boek in handen van Oekraïeners. Het is fout gegaan omdat die geen verstand hebben van techniek.”

Ruim een jaar later zei dezelfde luchtmachtofficier b.d., nu in een Georgisch restaurant en meer omfloerst: „Het was een Russische Boek. Maar het was niet de bedoeling. Dat wil je toch wel geloven?