Naakt, o Facebook, is nogal eens cruciaal

Kunst haat zedenprekers. Egon Schiele. Het Weense Kunsthistorisches Museum. Guido Cagnacci.

Guido Cagnacci, De dood van Cleopatra (1959)

In Wenen ga ik voor Gustav Klimt naar het Leopold Museum, maar ik blijf steken bij Egon Schiele. Een hypergevoelige wildeman die zo barstte van talent dat hij zo ongeveer per ongeluk het fin de siècle dwong opzij te springen. In de plaats van de languissante hunkering van Klimt (die hij geweldig vond en ik ook) tekent en schildert hij magere lijven als een opwindend kijkspel. Armen en benen verkrampt, de schaamstreek is een weke plek. Kunst is erotiek, vond hij en dat zie ik. En ook dat we kwetsbare rotte peertjes zijn.

Ik maak wat foto’s van wat ik het mooiste vind en zet ze op mijn Facebook-pagina. Tot plezier van mijn vrienden, zie ik. Maar eentje reageert bezorgd: „Bijzonder. Maar mag dat op het preutse FB?”

Ik onderdruk mijn drift. Egon Schiele, onbetwist deel van de kunstgeschiedenis, zou niet mogen? Ja, in zijn eigen tijd heeft hij eens twee weken in de bak gezeten, omdat hij met zijn tekeningen kinderen zou corrumperen – hoed je als zedenprekers zich druk maken over de tere kinderziel, die misbruiken ze als excuus omdat ze zélf ergens niet tegen kunnen.

Ik check het nieuws en lees dat Facebook een historische oorlogsfoto in de ban deed: het gillend wegvluchtende Vietnamese meisje. De napalm heeft haar kleren weg gebrand en begint nu aan haar huid. Ze is naakt. Weg ermee.

Intussen mag de foto weer wel, bij Facebook schrokken ze van de reacties. Maar dat maakt niks goed. Facebook heeft een geperverteerde kijk op afbeeldingen, wat er omgaat bij kunst of cultuur bestaat niet. Een onschuldige foto van een bloot kind bestaat niet meer, ogenblikkelijk gaat het pedofielen-alarm af – en dat vind ik nou pervers.

Het heeft dus effect, bij het naakt van Egon Schiele begint de zelfcensuur al. Wat verschrikkelijk is, want zo stuurt Facebook aan op het verschralen van de kunsten, met de braverik als norm en dat ook nog eens met terugwerkende kracht. Ik bedoel, Michelangelo’s Sixtijnse Kapel is serieus in gevaar. Dat grote naakte lijf van Adam...

Maar dit is het moment van de schepping, dus Adam móét naakt zijn. Naakt is hij onschuldig, het vijgenblad is voor de zondaar. Naakt, o Facebook, is nogal eens cruciaal.

Maar goed. Ik ben eigenlijk in Wenen voor het Kunsthistorisches Museum. Dat wilde ik zien en nu is het zover. Ik leun achterover in korenbloemblauwe pluchen sofa’s en speur de wanden af die van boven tot onder bedekt zijn met schilderijen. Het legendarische museum is alles wat ik verwachtte. Ik zie Holbeins portret van Jane Seymour. Ik zie vier zelfportretten van de oude Rembrandt op een rij. Ik zie Breughel, Rubens, Teniers, Velásquez.

Maar, zoals dat gaat, mij treft één schilderij. Een volgende keer zal het een ander zijn, nu is het De dood van Cleopatra, van Guido Cagnacci, uit 1659.

Het licht valt op Cleopatra’s gestorven lichaam, ze is bezig te vervagen waar we bij staan. Ze is nog slechts in een adder gekleed en zelfs die glijdt weg. Want wie dood is, heeft niks meer en is niks meer. Die ligt naakt. Naakt kan niet slecht zijn. Naakt is een feit.