Met 100 over de drempels

De eerste suv van Bentley, à 337.000 euro, is een grandioze postkapitalistische komedie, vindt Bas van Putten.

De eerste suv van Bentley moest de deftigste en snelste in zijn soort worden. Men kan de wonderboys van Manchester United en de sjeiks niet op een houtje laten bijten. Hij moest 300 kilometer per uur halen en er moest een twaalfcilinder in, die in dit genre alleen wordt beconcurreerd door de historisch onhandelbare Mercedes G65 AMG.

Wees dus niet verbaasd dat de testauto met alle nodeloze opsmuk inbegrepen – ook van de opties wordt een grijnzend te trotseren onbetaalbaarheid verwacht – bijna 340.000 euro kost. Een bovenmodale hypotheek of de oogst van één dag winkelen. Veel bagageruimte is er niet. Een extra, met leer bekleed uitklapbankje voor de paardenrennen – ‘Event Specification’, 2.904 euro - hindert de koffersets.

Mokken over zijn kunnen, is onmogelijk. Er is geen suv die verkeersdrempels geraffineerder effent dan de twee-punt-vier ton zware Britse reus; je dendert er met 100 overheen zonder je rug te breken. Wees gewaarschuwd dat medeweggebruikers op zijn excessieve krachten niet zijn voorbereid. Inhalen of invoegen op de snelweg is levensgevaarlijk. Je schiet als een komeet vanuit het niets het onrendabel trage burgerleven binnen, waar nietsvermoedende huismoeders net met 105 een vrachtwagen passeren. Vervelend ook voor Bentley is dat het de overweldigende twaalfcilinderstilte steeds moeilijker als asset kan verkopen, nu een elektrische Renault van 22.000 euro aanzienlijk zuiniger en even geruisloos is. Gelukkig woont de klant vaak in een oliestaat waar de benzine haast niks kost.

Toch moet ik staande houden dat de Bentley Bentayga in zijn soort een middenklasser is. Dat is niet omdat de techniek geleverd wordt door Bentley-eigenaar Volkswagen, al valt wel op dat de stengels aan de stuurkolom afkomstig zijn van een meer dan twee ton goedkopere Audi Q7. Hij wordt er bovendien niet slechter van dat de motor is geconstrueerd door Duitse ingenieurs die ze bij Bentley met verslagen ironie the Wolfgangs noemen, maar die hun vak verstaan – hoewel voor dit geld de verchroomde trekknoppen voor de ventilatieroosters natuurlijk nooit van plastic hadden mogen zijn.

Zijn probleem is zijn plaats in de wereld. De markt voor Bentley bevindt zich in de grijze zone tussen gewoon welvarend en schandalig rijk. Gewoon rijk geeft liefdevol verstandig maximaal twee ton uit aan de beste auto’s van de wereld. Schandalig rijk, dat het niet op krijgt, moet aan een Rolls van minimaal een half miljoen en/of exotische supercars in de miljoenenclub van de Bugatti’s en Pagani’s. Voor die categorie voldoet de prijs die een Bentayga standaard kost niet aan de statusnorm. Zijn probleem is dat hij voor de normale bovenklasse net te kostbaar is en voor de superrijken te gewoon. Stuck-in-the-middle; voilà, middenklasse.

Niettemin kan Bentley met de meest exclusieve suv ter wereld voorlopig prettig zakendoen in China, Rusland en de Golfstaten. Maar voor de Emir van Qatar, die hem al heeft, kan een V12 die minder kost dan een G65 nooit het beloofde land zijn. Dat wordt de suv die Rolls-Royce het graaiersvolk niet mag onthouden. Mits de prijs hoog genoeg is wordt hij nóg succesvoller.

Duur zijn en duur doen

Tot die aflossing van de wacht heeft de Bentayga een tweeledige taak: duur zijn en duur doen. Het eerste is makkelijker dan het tweede. Duur zijn is een prijssticker op je product plakken, duur doen de indruk wekken dat hij zijn gewicht in goud waard is. De klant, neem ik aan, wil in een auto van drie ton geen verchroomde plastics aantreffen. De drie Rolls-Royces die ik in augustus op Sardinië bestuurde lieten voor twee ton meer qua materiaalgebruik geen steken vallen. Over dat handgestikte leer heb ik ook mijn twijfels, zo fraai als het oogt. Materiaal en stikwerk zijn van exquise kwaliteit, maar ik denk dat we het vakwerk van de ambachtelijke naaister veiligheidshalve aan een computergestuurde Singer moeten toeschrijven.

Wat een zorg verder, het bezit van zo’n auto. Wie laat 337.000 euro onbeheerd in de publieke ruimte achter? Het is dat Bentley het apparaat goed heeft beveiligd. Het heeft een Bentley Vehicle Tracking System dat bij ontvreemding waarschijnlijk terstond een twaalfstemmige paniekaanval naar de hulpcentrale telegrafeert: „Help, we zijn gestolen!” Vraag twee wordt dan je hoe hem staande houdt, een boef met 608 pk onder de rechtervoet. En hoe identificeer je hem, die mogelijk als twee druppels water op de getatoeëerde spitsen van de Europese doelgroep lijkt? Een grandioze postkapitalistische komedie, deze Bentley.