Recht & Onrecht

Mag de politie zich mengen in de politiek, of moet dat?

Politiecolumn De leiding van Veiligheid en Justitie is voortdurend in de weer om brandjes te blussen en doet dat door een permanente goed nieuwsshow te verzorgen.

Het gebeurt niet vaak dat een formele bijeenkomst als de opening van het onderwijsjaar van de Politieacademie een belangrijk, actueel vraagstuk op scherp stelt. Maar maandag 5 september jongstleden was dat toch het geval. Het thema was Politie en Politiek en oud-burgemeester van Maastricht Gerd Leers hield die middag een scherpe, prikkelende inleiding over de huidige problemen in de gezagsvoering over en de beeldvorming van de Nationale Politie. Verder deden ook de directeur van de academie, de nieuwe korpschef en de minister, die met een slotwoord het onderwijsjaar opende, een duit in het zakje. Tijdens de plechtigheid was voor een debat tussen de sprekers, die hun betoog vermoedelijk onafhankelijk van elkaar hadden voorbereid, geen ruimte maar hun bijdragen zetten toch aan het denken.

Justitie verzorgt ‘goed nieuwsshow’

Leers had geen blad voor de mond genomen. Hij vertelde hoe politici in de Haagse arena liever toegeven aan de drang tot polariseren en zichzelf profileren dan aan het zoeken naar praktische oplossingen en hoe de Nationale Politie als grootste ambtelijke organisatie daar om de haverklap stof voor levert. De leiding van het departement van Veiligheid en Justitie is bijgevolg voortdurend in de weer om brandjes te blussen en doet dat deels door een permanente goed nieuwsshow te verzorgen, deels door zich diepgaand met het management van de politie te bemoeien. Op beide manieren ondermijnt zij de eigen geloofwaardigheid en het gezag van de politieleiding. Zo is de politie de steun van veel bij haar betrokken partijen kwijtgeraakt, bovenal van de burgemeesters. Tot overmaat van ramp ontbeert de politie zelf de politieke sensitiviteit om het tij te keren. Toch zocht Leers juist daar de oplossing: hij riep de politieleiding op om zelfverzekerder haar eigen stem in het politieke arena te laten horen.

Korpschef Erik Akerboom sprak voor Leers en kon daardoor niet op diens oproep reageren. Dat was jammer. Akerboom studeerde namelijk dertig jaar geleden aan dezelfde Politieacademie af met een scriptie, getiteld Struisvogelpolitie(k), en was daar dus goed toe in staat geweest. Die scriptie is een gedegen, oorspronkelijk betoog, duidelijk geïnspireerd door zijn begeleider Uri Rosenthal, dat uitmondt in de stelling dat de politie niet langer moet schromen om zich in de aanloop tot een politieke besluit te manifesteren. Beslissingen horen loyaal te worden uitgevoerd maar voordat een besluit is gevallen, mag en hoort de politie van alles te ondernemen om zijn visie onder de aandacht van de beslissers te brengen.

Rebelse boodschap

Indertijd – we schrijven 1986 – was dit een rebelse boodschap. Akerboom keerde zich tegen toenmalige politiechefs die zich met een beroep op hun professionele neutraliteit afzijdig hielden van de politieke besluitvorming, die zo in een politiek en sociaal isolement waren geraakt en bijgevolg hun personeel met de meest onmogelijke opdrachten opzadelden. Niet toevallig zou hij na zijn afstuderen in dienst treden van de vooruitstrevende Utrechtse Gemeentepolitie van Jan Wiarda

In zijn toespraak tot de Politieacademie stelde Akerboom nu dat hij de conclusie van zijn scriptie nog steeds onderschrijft. “Het politiewerk politiseert of je dat leuk vindt of niet.” Als je je niet vooraf in de besluitvorming mengt, zo stelde hij manhaftig, “dan moet je geen krokodillentranen huilen als je een slecht politiek besluit krijgt dat je niet kunt uitvoeren. Of dat je meer op je bordje krijgt dan je aankunt. Of dat je te weinig geld hebt.”

Politie is geen struisvogel meer

Toch proefde ik ook reserve in zijn verhaal en daarom had ik hem graag horen reageren op de oproep van Leers. Ik vermoed dat die reserve voortkwam uit zijn herinnering aan de wrevel die de boodschap van Wiarda en de zijnen, tien jaar geleden nog herhaald in het rapport Politie in Ontwikkeling, bij bestuurders verwekte. En uit de ervaring in zijn vorige departementale functies hoe profijtelijk het voor een organisatie kan zijn als het diensthoofd dicht tegen de besluitvormers aanschurkt. Dat zijn reële ervaringen, steun gevend aan reële argumenten. Maar omdat ik denk dat Leers toch wel een punt heeft, had ik hen graag in debat gezien.

De politie is geen struisvogel meer. Op alle mogelijke niveaus participeert zij in alle mogelijke soorten overleg. Afzonderlijke voorfases van besluiten zijn niet meer te onderscheiden. Tegelijkertijd komt op lagere niveaus in de organisatie slechts uiterst moeizaam een effectieve gezagsvoering op gang en fragmenteert de uitvoering door de opkomst van andere handhavers. Valt er in die omstandigheden wel het meeste resultaat te boeken in de nabijheid van politieke beslissers? Zou de politieleiding niet iets meer de eigen identiteit, onderscheiden van de politiek, moeten beklemtonen? Zo’n keuze impliceert geen terugkeer naar de politieke neutraliteit van het oude professionalisme maar wel een eigen verhaal waarmee de politie de bevolking tegemoet kan treden en zich tegelijkertijd in de politieke processen op nationaal, regionaal en lokaal niveau kan positioneren, zonder zelf politieke actor te worden. Politisering van het politiewerk is wel een trend, zoals Akerboom stelde, maar een politie hoeft toch niet met de stroom mee te drijven?

En de minister, zult u vragen, hoe reageerde hij op de betogen? Sprak hij zich over deze kwestie uit? Nee. Als goed liberaal verwelkomde hij het debat als bijdrage tot de vorming van mondige politiemensen. En daar had hij gelijk in want dat was het.

 

Guus Meershoek is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

Blogger

Guus Meershoek

Guus Meershoek studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde over verleden en heden van de Nederlandse politie.