De lichtjes in de ogen van Mark

Boek over Mark RutteMet de verkiezingen in zicht is het handig om te lezen hoe het ook alweer zat met de premier en zijn houding tegenover Geert Wilders.

Foto ANP / Bart Maat

Bij het televisieprogramma Zomergasten zou het worden onthuld, en ook Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing is ernaar op zoek in Mark, portret van een premier: wie is Mark Rutte echt? En wat drijft hem?

Dat zijn zulke Grote Vragen dat de antwoorden bijna altijd tegenvallen – of er moet een Groot Geheim worden onthuld. Bij de VPRO had Rutte zich voorgenomen om nu eens wat méér te vertellen over zijn jeugd, zijn familie, zijn privéleven. Maar uitleggen wat hij nagelaten wil hebben, op de dag dat hij uit de politiek vertrekt? Nee zeg. ‘Als het over mezelf gaat, word ik onrustig.’

Bij Sheila Sitalsing is Rutte de opgewekte en extreem sociaal vaardige ‘duikelaar’ die Nederland al een tijdlang kent. Ze beschrijft ook een paar keer de ‘methode-Mark’: ‘vijanden smoren in ontwapenende vriendelijkheid’. Wat ze eraan toevoegt, is een analyse van Rutte’s optredens door theatermaker en filosoof Marijn Moerman en emeritus hoogleraar strafrecht Eugène Sutorius, oprichter van Stichting De Retoricakamer. Rutte, zo is de conclusie, heeft ‘een stem die zelden het hart raakt’ en in zijn gebaren ontbreekt ‘het emotionele appèl’. Hij heeft geen pathos.

Lees ook interview met Sheila Sitalsing: ‘Rutte denkt vooral: we moeten toch wat, we moeten door’

Dat Rutte mensen ook liever niet in hun hart raakt, en zelfs een afkeer heeft van politici die met hun gevoel te koop lopen, noemt Sitalsing bijna terloops: ‘Nu is het zijn van een staatsman – of een herder voor zijn volk, of een gids in het barre land – ook niet zijn taakopvatting. Mark Rutte spreekt bij herhaling over het premierschap als „een baan”. „Dit baantje” zegt hij ook wel eens.’ Ze noemt dat een tekortkoming: ‘Omdat politiek voor een groot deel gaat over normen en waarden, als basis voor wetgeving.’

Misschien is dat zo. En als de verkiezingscampagne vooral zal gaan over ‘identiteit’ en de Nederlandse ‘normen en waarden’, zoals nu lijkt te gebeuren, dan zou het ook een probleem voor Rutte kunnen worden. Onthullend is het verder niet.

Lees hier meer over hoe Rutte campagne voert: Dit is Mark Rutte, de campagneman

Maar ook zonder nieuwe inzichten over de VVD-leider is Mark een politiek dramatisch verhaal dat de moeite waard is: over een jonge politicus die lange tijd van alles fout lijkt te doen, verkeerde keuzes maakt in wat hij belangrijk wil vinden (GroenRechts, vrijheid van denken die ook zou moeten gelden voor Holocaustontkenners), op het ‘rechte VVD-pad’ wordt gebracht door een paar vertrouwelingen, bijna ten onder gaat in een lijsttrekkersverkiezing met de enorm populaire Rita Verdonk. En die in 2010 van de VVD de grootste partij van Nederland maakt, voor het eerst in de geschiedenis.

Het is ook nuttig, met verkiezingen die eraan komen, om te lezen hoe het daarna ook alweer ging in Rutte’s eerste kabinet, samen met het CDA en met gedoogsteun van de PVV. De VVD-leider bij wie nu ‘elke vezel zich verzet’ tegen samenwerking met Geert Wilders, zegt in die tijd liever niets over het ‘meldpunt overlast Polen’ van de PVV. Hij reageert ook niet als Wilders migranten van Turkse of Marokkaanse afkomst ‘islamitisch stemvee’ noemt. Maar als CDA-staatssecretaris Henk Bleker op een partijbijeenkomst zegt dat hij walgt van PVV-voorstellen over een hoofddoekjesverbod of ‘tuigdorpen’, laat Rutte hem meteen met Wilders bellen om die zinnen terug te nemen.

In het hoofdstuk ‘Meester Mark’ vertelt de directeur van de Johan de Witt Scholengroep in Den Haag hoe Rutte het afgelopen voorjaar nog lessen burgerschap gaf, op de locatie Zusterstraat, aan leerlingen met een IQ tussen de 60 en 75.

ruttesitalsing
Op school leren zij vooral dingen als koffie inschenken en koken. Rutte had een pop bij zich die hij ooit van de Franse president François Hollande kreeg, zette die op een stoel voor de klas – als ‘gesprekspartner’ om zijn verhaal duidelijk te maken. Rutte geeft elke donderdag twee uur les en doet op school ook mee aan klusjes: koffie halen, surveilleren bij toetsen. En elk jaar heeft hij een functioneringsgesprek met de directeur.

De Johan de Wittschool wil geen andere politici of bekende Nederlanders in de klas hebben. Alleen Mark Rutte, schrijft Sitalsing. ‘Hij laat politiek buiten de klas. De school is privé. Zo privé dat Rutte er nooit uit zichzelf over begint of in zijn politieke opvattingen blijk geeft van de inzichten die hij opdoet in de Zusterstraat.’

Heel anders dan PvdA-leider Diederik Samsom, stelt Sitalsing vast, die na zijn jaar als straatcoach in Amsterdam-West op televisie ‘gloedvol’ vertelt wat hij heeft meegemaakt en zijn ervaringen politiek gebruikt. Daarna zegt Sitalsing nóg een keer dat Rutte ‘zoiets nooit heeft gedaan’. En nog eens: ‘Hij vent het niet uit’.

Mooi van Rutte. Maar het wordt niet mooier als je het heel vaak benadrukt. Het verkleint wel de afstand van de auteur tot haar onderwerp. De man die zijn vijanden smoort in vriendelijkheid en met speeches nauwelijks gevoel oproept, heeft met zijn inspanningen voor kwetsbare kinderen journalist Sitalsing geraakt.

Als zijn eerste kabinet is gevallen, wil Rutte Samsom beter leren kennen. Ze gaan samen uit eten. En daar zijn ze weer, de jongeren van de Johan de Wittschool. Rutte vertelt over hen, Samsom begint over de ‘straatschoffies’ die hij leerde kennen in Amsterdam-West. En dan, schrijft Sitalsing wel érg enthousiast, gaan ‘de lichtjes aan in de ogen van Mark Rutte’. ‘Dan raakt hij niet uitgepraat.’