‘Kamer schaft medisch beroepsgeheim af’

Dat schreven Vice en de De Correspondent na een stemming in de Tweede Kamer.

Foto iStock

De aanleiding

‘De Tweede Kamer heeft het medisch beroepsgeheim gisteren stilletjes afgeschaft’, meldde website Vice afgelopen woensdag. Het bericht werd massaal gedeeld op Facebook en Twitter. Soms met de gebruikelijke woedende commentaren over die onbenullen in Den Haag. Ook volgens De Correspondent is het gedaan met het medisch beroepsgeheim, tenzij de senaat ingrijpt. ‘Om fraude aan te pakken, wil de Tweede Kamer zorgverzekeraars ongevraagd toegang geven tot onze medische dossiers. Als de Eerste Kamer daarmee instemt, betekent dit het einde van het medisch beroepsgeheim’, aldus De Correspondent.

We zullen daarom nagaan of de Tweede Kamer het medisch beroepsgeheim werkelijk wil afschaffen.

Waar is het op gebaseerd?

De Tweede Kamer stemde dinsdag over een wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg. Minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) wil daarmee de mogelijkheden vergroten om fraude op te sporen. Eerder bleek dat de opsporing van misbruik van persoonsgebonden budgetten en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen soms wordt belemmerd door het beroepsgeheim van artsen en zorginstellingen.

En, klopt het?

Verzekeraars hadden al jaren de mogelijkheid om bij een vermoeden van fraude in het uiterste geval de patiëntgegevens van verzekerden te bekijken. De enige situatie waarin dat nog altijd niet kan, is als de verzekerde een zogenoemde restitutiepolis heeft en een beroep doet op een zorgaanbieder waarmee de verzekeraar geen contract heeft gesloten.

Een belangrijk kenmerk van zo’n restitutiepolis is de vrije zorgkeuze. De verzekerde mag dus zelf kiezen door welke arts of zorginstelling hij of zij zich laat behandelen. Vorig jaar had ongeveer een kwart van de verzekerden een restitutiepolis.

Het enige wat door de wetswijziging nu mogelijk verandert, is dat bij een vermoeden van fraude óók naar de patiëntgegevens kan worden gekeken van iemand met een restitutiepolis die zorg afneemt bij een zorgverlener waarmee de verzekeraar geen contract heeft afgesloten. Dat gebeurt dan door een medisch adviseur die in dienst is van de verzekeraar. Op het kantoor van de zorgaanbieder krijgt die inzage in het medisch dossier en rapporteert vervolgens aan de verzekeraar of er wel of niet sprake is van fraude.

Zo is het denkbaar dat een arts een behandeling wel heeft gedeclareerd, maar dat er in het medische dossier niets over te vinden is. Of dat de werkelijke behandeling minder kostbaar was dan de gedeclareerde behandeling. Medische gegevens worden bij een dergelijke controle niet aan de verzekeraar doorgegeven, want ook deze medisch adviseur is gehouden aan het beroepsgeheim.

Hoogleraar Gezondheidsrecht Martin Buijsen (Erasmus Universiteit Rotterdam) is kritisch over deze aantasting van het medisch beroepsgeheim. Hij vindt dat het respecteren daarvan zwaarder moet wegen dan de wens fraude beter te kunnen opsporen. „Maar je moet vaststellen dat deze aantasting al eerder heeft plaatsgevonden en dat er afgelopen dinsdag alleen is besloten tot een beperkte uitbreiding daarvan”, zegt Buijsen.

Conclusie

Het medisch beroepsgeheim was al aangetast doordat verzekeraars al de mogelijkheid hadden om bij vermoedens van fraude de patiëntgegevens van de meeste verzekerden te bekijken. Die mogelijkheid wordt nu wellicht uitgebreid naar alle verzekerden. Het betreft dus een verdere aantasting van het medisch beroepsgeheim, maar zeker geen afschaffing daarvan. De bewering dat het medisch beroepsgeheim wordt afgeschaft beoordelen we daarom als grotendeels onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt