‘Ik wilde laten zien hoe extreem het is om puber te zijn’

Emma Cline

(27) schreef De meisjes, over moordende jonge vrouwen in een Californische sekte. ‘Meisjes moeten maar afwachten: op iemands aandacht, om onderdeel te worden van andermans verhaal.’

Emma Cline: ‘Ik vroeg me af hoe de donkere kant van de jaren zestig er uitzag’ Foto Lars van den Brink

Als het over Emma Cline (27) gaat, lees je sinds de publicatie van haar debuutroman De meisjes steeds hetzelfde verhaal: jong talent tekende bookdeal van het jaar (2 miljoen dollar en nog wat) bij Random House, het boek werd de hype waarop Random House hoopte, inmiddels verschijnt het wereldwijd in vertaling.

Het is een verhaal waar ze zelf niet al te gretig mee te koop loopt. Het voelt bevreemdend, zegt ze. „Ik probeer de promotie van het boek als onderdeel van het boek te beschouwen, zodat ik er de logica van kan inzien. Ian McEwan zei eens: het is alsof je de werknemer bent geworden van je vroegere zelf.”

Ze toert een maand door Europa, Nederland is haar eerste stop. Als ze spreekt — zacht maar gedecideerd — houdt ze soms haar ogen toegeknepen, alsof de woorden één voor één achter haar netvlies materialiseren. Haar manier van spreken past bij haar evocatieve manier van schrijven; bij de tastbare, overvloedig zintuiglijke wereld van haar roman.

De meisjes speelt zich grotendeels af tijdens de lange, verzengend hete zomer van 1969, in het Californische stadje Petaluma. Daar woont de veertienjarige Evie Boyd met haar gescheiden moeder en haar enige vriendin Connie, met wie ze uren rondhangt, tijdschriften doorbladert, wacht op de liefde en het leven — allebei zo ver elders dat het haast onvoorstelbaar is dat er ooit iets zal beginnen. Maar dan ontmoet Evie een paar meisjes, nauwelijks ouder dan zijzelf: ‘Ze verkeerden op een onduidelijke drempel, mooi en lelijk tegelijk, en hun aanwezigheid trok een rimpeling van waakzaamheid door het park […] het vertrouwde van de dag werd verstoord door de meisjes die de vaste orde ontregelden.’

De meisjes blijken deel uit te maken van een Manson-achtige sekte. Evie, even intens verlangend als diep verveeld, wordt langzaam maar zeker meegezogen in een wereld waarin morele grenzen steeds verder worden opgerekt, net zolang tot de rek eruit is en alle ooit gekoesterde idealen van de commune-leden ontaarden in gruwelijke gewelddadigheden.

Waarom wilde u schrijven over juist deze tijd en plek?

„Dat ik ben opgegroeid in een stadje in Californië heeft een belangrijke rol gespeeld. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de mythologie rond Californië, de Manson-familie en ook andere sektes en communes. Ik was gefascineerd door die beroemde foto’s van de Manson-meisjes, waarop ze er volstrekt engelachtig uitzien. Ik wilde schrijven in de ruimte tussen die foto’s en de gruwelijke foto’s van de plaatsen waar de misdrijven hadden plaatsgevonden.

„De misdaden van Charles Manson en zijn meisjes kruisten met zo veel wonderlijke, typisch Californische dingen: Hollywood, de muziekindustrie, de hippiecultuur. Mijn vader was dertien toen de moorden plaatsvonden, en hij herinnert die gebeurtenis als een van de definiërende momenten van zijn adolescentie. Het was beangstigend, en die sfeer van beklemming bleef nog lang hangen.

„Tegelijk merkte ik dat er in Californië met veel nostalgie wordt teruggekeken op de jaren zestig. Ik ging naar een hippie-achtige school waar breiles en yoga tot het curriculum behoorden. Iedereen luisterde naar muziek uit de jaren zestig. Ik vroeg me af hoe de donkere kant van dat decennium er uitzag.”

Hoewel het verhaal van de Manson-familie duidelijk resoneert in De meisjes, gaat de roman daar nooit expliciet over. Waarom koos u voor deze aanpak?

„De Manson-familie is in Amerika zo bekend dat het problematisch zou zijn om over precies dat verhaal een roman te willen schrijven. Als romanschrijver ben ik niet geïnteresseerd in de precieze feiten en omstandigheden van de moorden. Het gaat mij om de sfeer, de beelden, het archetypische dat is vervat in het verhaal — bijna als een sprookje, een donker sprookje over tienermeisjes en Californië.”

U koos voor het perspectief van een van de meisjes dat altijd min of meer een buitenstaander blijft.

„Evie is inderdaad iemand die eigenlijk alleen in de periferie met het verhaal te maken heeft. Ze is even onderdeel van de sekte, maar nooit helemaal, en de moorden maakt ze niet mee – al is ze zich ervan bewust dat ze er net zo goed wél bij had kunnen zijn. Ik ken mensen die ooit onderdeel waren van zulke groepen en daarin de meeste idealistische daad van hun leven zagen. Vooral bij beruchte sektes als die van Charles Manson en Jim Jones is de omwenteling alleen achteraf vast te stellen. Voor wie er midden in zit is het nauwelijks merkbaar wanneer het misgaat.

„Ik wilde graag schrijven over iemand die ondanks alle kennis achteraf nog altijd ergens het gevoel heeft dat het de beste tijd van haar leven was. Iemand voor wie die tijd werkelijker aanvoelde dan de rest van haar leven. Het bekende riedeltje luidt altijd dat als je iets traumatisch meemaakt, dat het goed voor je is, dat je aan de overkant van dat trauma tevoorschijn komt als een sterker en wijzer persoon — dat er een moraal is. Ik voelde me aangetrokken tot het idee van een personage dat er niet zo veel van leert. Dat voelde trouwer aan het leven zelf: je kunt heel lang om een bepaalde levensgebeurtenis heen blijven cirkelen en toch niet echt dichterbij een diepere betekenis ervan komen.”

Herinnert u zichzelf als veertienjarige?

„Ik ging naar een school waar het bijhouden van dagboeken onderdeel van het curriculum was. Door die te herlezen realiseerde ik me dat ik vergeten was hoe extreem het voelt om een puber te zijn, hoezeer je in de greep wordt gehouden van je emoties. Er zijn geen grijze gebieden: alles is óf het allerergste óf het allerbeste wat je zou kunnen overkomen.

„Het leek me interessant om adolescentie te verbinden aan misdaad, omdat ze allebei in zekere zin een kwestie zijn van leven en dood. Evie maakt geen onderscheid in ervaring, alles bestaat voor haar naast elkaar. Er gebeuren dingen in het boek die objectief gezien klein zijn — een vriendin doet onaardig, een jongen wijst haar af — maar die voor Evie even groot, zo niet groter, voelen dan de werkelijk alarmerende ontwikkelingen. Dat gebrek aan context en schaal is zo tekenend voor die levensfase.’’

Het is ook een boek over verlangen, en over het potentiële gevaar ervan.

„Evie’s verlangen is niet specifiek en nauwelijks gedefinieerd. Ze heeft iets nodig van de wereld, maar ze heeft geen idee wat. In zulke omstandigheden trek je allerlei soorten mensen aan. Ik herken het uit mijn eigen tienertijd. Bovendien heb ik vier jongere zusjes, dus het is iets wat ik steeds herhaald zag.

„Opgroeiende meisjes krijgen, veel meer dan jongens, een bepaald narratief ingeprent dat te maken heeft met liefde en romantiek. Dat narratief impliceert dat meisjes dus maar moeten afwachten: op iemands aandacht, om onderdeel te worden van andermans verhaal. Jongens wordt veel meer toegestaan een hoofdpersonage in hun eigen verhaal te zijn.”

Is dat niet veranderd in de loop der jaren?

„Ja, maar op een bepaalde manier ook helemaal niet. In de verhaallijn die zich in het heden afspeelt krijgt de volwassen Evie bezoek van een jong stelletje. Het meisje, niet veel ouder dan Evie destijds, maakt porno-achtige geluiden in bed en toont onder druk van haar geliefde en een vriend haar borsten. Ik denk dat de vorm wel is veranderd tussen de jaren zestig en nu, maar de machtsverhoudingen, verhalen en verlangens zelf zijn gelijkwaardig gebleven. Nu zijn er selfies en sociale media, maar dat verandert denk ik niets wezenlijks aan de aard van het narratief.”

Was het een bewuste keuze een stem te geven aan een meisje als Evie?

[Lachend] „In mijn jeugd acteerde ik af en toe in films en op televisie. Ik heb ontelbaar veel audities gedaan voor de rol van ‘tienermeisje’. Die scripts waren vreselijk. Dat sterkte me in het verlangen te schrijven over een tienermeisje dat complex is, dat niet op maar één manier bestaat of denkt. Daar had ik niet in eerste instantie een agenda bij, maar nu het boek er is, ben ik blij dat het bijdraagt aan het gesprek – over vrouwelijke personages, over feminisme in het algemeen.”

Heeft u het idee dat u wordt gezien als een vrouwelijke schrijver?

„Soms krijg ik vragen voorgelegd waarvan ik zeker ben dat een mannelijke schrijver die nooit zo gesteld zou krijgen. Dan vragen ze bijvoorbeeld wat mijn ouders vinden van mijn seksscènes. Volstrekt irrelevant! Er bestaat blijkbaar nog steeds het beeld dat vrouwen alleen bestaan in relatie tot anderen, als moeders en dochters, nooit gewoon als schrijvers.”

Tot wat voor schrijvers voelt u zich aangetrokken?

„Ottessa Moshfegh en Alexandra Kleeman vind ik goed: twee jonge Amerikaanse schrijvers die ook veel bezig zijn met wat het betekent om een lichaam te hebben, in het bijzonder een vrouwelijk lichaam, en hoe je het standaardverhaal van het vrouwzijn kunt doorbreken. Ik houd van Mary Gaitskill, die erg goed schrijft over de ambivalenties van vriendschap. En Joan Didion is belangrijk voor me geweest, als Californische schrijver die altijd zo goed over de mythologie van Californië heeft geschreven.” Lachend voegt Cline eraan toe: „Ja, inderdaad: nu noem ik allemaal vrouwen.”