‘Geef mij een museum en ik vul de muren’

Expositie Ai Weiwei is een wereldbekende kunstenaar, maar voor sterallures is geen plaats. Dat bleek donderdagmiddag tijdens de persopening van #SafePassage.

De Chinese kunstenaar en activist Ai Weiwei gaat op de foto na afloop van een persconferentie in Foam Remko de Waal

Voor een wereldbekende kunstenaar is Ai Weiwei een verschijning zonder sterallures. Als de verzamelde pers klaar zit in de eerste zaal van zijn fototentoonstelling die vandaag opent in het Amsterdamse fotografiemuseum Foam, kom hij enigszins verlegen binnen. Voordat hij met adjunct-directeur van Foam Marcel Feil in gesprek gaat, neemt hij van ons een paar foto’s, en na afloop maakt hij met een aantal aanwezigen selfie’s.

Kritiek

Voor hem als kunstenaar zijn actie en activisme één, vertelt hij. Fotograferen voor hem is een onderdeel van het leven, net als voor sommigen fietsen of sporten - „a way of relating to the world”.

Wat is voor hem het belang van het delen van alles wat hij doet via foto’s, vraagt Feil, zullen wij daar hoop aan ontlenen? „Ik weet het niet”, zegt Ai. „Dit een prestigieus museum met muren, en ik kan die vullen.”

Kritiek op de foto van hemzelf liggend op het strand in de houding van het verdronken Syrische jongetje Aylan – Feil noemt het verwijt van victim pornography – wimpelt hij af. „Voor mij als kunstenaar is geen enkele vorm taboe.”

Vluchtelingencrisis

Sinds Ai Weiwei eind vorig jaar China verliet en zich in Berlijn vestigde, richt hij zich onder de titel #SafePassage op de vluchtelingencrisis. „I guess I need a problem to focus on.” Twee zalen van Foam heeft hij behangen met ruim 16.500 foto’s die hij met zijn telefoon op stranden en in kampen over de hele wereld heeft gemaakt.

Zal hij ooit naar China terugkeren? „Misschien”, zegt de kunstenaar twijfelend. „Veel van mijn vrienden zitten nog steeds zonder proces in de gevangenis. Ik kan ze alleen helpen door veel lawaai te maken. De Chinese staat zal mij nooit vertrouwen – en terecht.”