Er zijn zo langzamerhand te veel ratten in Rotterdam

De bestrijding van ratten door de gemeente helpt onvoldoende. Bewoners moeten zelf ook hun gedrag veranderen, vindt Anneke Strasters.

Al jaren vecht ik voor een schone, hele en veilige wijk. Bijna dagelijks ruim/veeg/zap ik met of zonder kinderen de buurt schoon.

Elk jaar pakken we ook het rattenprobleem aan. Tijdens de DDD (drie dolle dwaze opruimdagen) bezetten we bruggen, delen we flyers uit en spreken de mensen aan.

De boodschap is duidelijk, en steeds hetzelfde: wilt u aub niet voeren. Allereerst eten vogels en eenden van nature geen brood, maar moeten ze hun eten uit de natuur halen. Het voer vervuilt ook het water, waardoor de vissen sterven. Maar ook de rat smikkelt mee, en een rat krijg gemiddeld 50 kindjes per jaar.

Het rattenprobleem is groot, en groeiende. Door zachtere winters en langere zomers is het voor ratten steeds makkelijker om te overleven. In juli waren er al meer klachten over rattenoverlast in Rotterdam dan in het hele jaar 2015. Vooral in Kralingen-Crooswijk, West, Spangen en het Afrikaanderplein steeg het aantal klachten, maar het probleem speelt door de hele stad.

Ratten knagen aan alles wat ze tegenkomen, zoals telefoonkabels en isolatiemateriaal. Zo veroorzaakt ze veel schade. Bovendien kan een rat drager zijn van bijvoorbeeld de ziekte van Weil en paratyfus.

Er gebeurt natuurlijk al veel aan bestrijding. De gemeente beheert 150 rattenvallen in de stad. Deze vervangen sinds vorig jaar de rattenblokken met gif. Gif mag sinds vorig jaar niet meer gebruikt worden, omdat het ook gevaarlijk is voor andere dieren als uilen.

Maar het is niet genoeg, en daarom heb ik dit jaar hulp gevraagd. Samen met de PvdA heb ik een expertmeeting en conferentie georganiseerd. Op grond van alle adviezen hebben we een Rattenplan 010 gemaakt. Dat plan hebben we aangeboden aan de gemeenteraadscommissie die over de buitenruimte gaat, en aan wethouder Eerdmans. Dit zijn de belangrijkste punten uit het plan:

1. Een stedelijk voederverbod, zodat strengere handhaving mogelijk is. 2. Gedragsverandering/heropvoeding. 3. Het aanbieden van alternatieven voor voederen, zoals Broodnodig. 4. Betere voorlichting – want het is toch eigenlijk niet normaal dat we van mensen horen dat de dieren doodgaan als we ze niet voeren, terwijl deze dieren hun voedsel uit de natuur horen te halen.

Weet u; ik wil graag in Rotterdam wonen en niet in RATTERDAM.

Anneke Strasters is initiatiefnemer van het Rattenplan 010