Waarom het niet botert tussen de KNVB en de voetbalclubs

Crisis in de KNVB

De eredivisieclubs hebben het vertrouwen opgezegd in de RvC van de KNVB. “Wat leefde onder het oppervlak, is nu naar boven gekomen.”

Foto ANP / Theo Smit

De druppel die leidde tot de vertrouwensbreuk? Het ontbreken van elke vorm van ruggespraak over de invulling van de vacante functie voor directeur betaald voetbal bij de KNVB, zegt Jacco Swart. Over deze sleutelpositie in het Nederlands voetbal “was geen overleg met de clubs”.

Swart is directeur van de Eredivisie CV, de belangenorganisatie van voetbalclubs in de Eredivisie, die woensdag op Schiphol overlegde met de statutair clubdirecteuren en de raad van commissarissen van de voetbalbond. De uitkomst: een ruime meerderheid van de eredivisieclubs heeft onvoldoende vertrouwen in de RvC. Swart:

„Er leefde al heel wat onder de oppervlakte, dat is nu naar boven gekomen.”

Draagvlak ontbreekt bij de clubs. Dat is een pijnlijke constatering voor de KNVB, die recentelijk al veel publicitaire schade opliep rond de wisselingen in de technische staf van Oranje en door het vertrek van directeur betaald voetbal Bert van Oostveen.

De vijfkoppige RvC beraadt zich nu. “We hebben een heel pittig gesprek met elkaar gevoerd. Maar in mijn ogen was het zakelijk en fair”, zegt Swart. “Zij zijn nu aan zet om te kijken wat ze doen.” Het toezichthoudende orgaan kan de oproep om op te stappen eventueel naast zich neerleggen: formeel heeft de Eredivisie CV niks te zeggen over het functioneren van de rvc omdat de bijeenkomst woensdag geen besluitvormende vergadering was.

Begin volgende week voert de RvC ook informeel overleg in Zeist met de clubs uit de eerste divisie en met hun belangenvereniging, de Coöperatie Eerste Divisie (CED). Als ook zij negatief oordelen over de rvc lijkt diens positie onhoudbaar. Of de eerste divisieclubs ook oproepen tot opstappen, kan CED-directeur Mark Boele nog niet zeggen. “Dat weet ik niet.”

Drie vragen over de kwestie:

1. Waarom hebben de eredivisieclubs het vertrouwen opgezegd?

“De onvrede zit in het feit dat de clubs zich onvoldoende betrokken voelen bij het toezicht en het beleid van de raad van commissarissen”, zegt Swart. “Er is te weinig overleg aan de voorkant van dossiers, dat leidt tot afstand. Dat vond de meerderheid van de clubs onoverbrugbaar.”

Het is een opstapeling van incidenten die tot dit verzet heeft geleid: de beroerde staat van het Nederlandse clubvoetbal in Europa, de constructie waarbij (inmiddels oud-bondscoach) Guus Hiddink na twee jaar plaats zou maken voor Danny Blind, het plotse vertrek van Dick Advocaat als assistent-bondscoach omdat hij een clausule in zijn contract had dat hij weg mocht bij een aanbieding, het afzeggen van Ruud Gullit voor de vacante functie en Marco van Basten die vertrekt als assistent.

Het straalt ook af op de RvC, die de leiding meer naar zich toe heeft getrokken in Zeist, zegt een betrokkene: de raad houdt niet alleen toezicht, hij speelt steeds ‘dichter op de bal’ en is actiever bij het beleid betrokken. Directe aanleiding voor de vertrouwensbreuk is de kwestie rond de positie van de directeur betaald voetbal, na het vertrek van Bert van Oostveen begin deze maand. Zonder dat de clubs werden gepolst is Gijs de Jong, thans operationeel directeur betaald voetbal, naar voren geschoven als beoogd opvolger. De eredivisieclubs werden overvallen, terwijl zij veel moeten samenwerken met de directeur betaald voetbal. Swart: “De clubs voelen zich niet gekend.” De voordracht van De Jong wordt nu opgeschort, aangezien de rvc over de aanstelling van de directeur gaat.

2. Is dit uniek?

Nee, het is vaker gebeurd dat de clubs botsten met de KNVB-top, zegt Gaston Sporre, oud-bestuurder bij PEC Zwolle en SC Heerenveen. Het toezichthoudend orgaan van de KNVB dreigt nu voor de derde keer te moeten opstappen, vertelt hij. “De eerste keer was met Martin van Rooijen in de jaren negentig, toen hij voorzitter was van het sectiebestuur – zeg maar de huidige RvC. Toen is er ook een motie van wantrouwen gekomen. En tijdens het conflict rond Sport 7 een aantal jaar later, trad het hele bestuur af.” Sporre werd in beide gevallen formateur van het nieuw te vormen sectiebestuur. “Dat is er uiteindelijk gekomen en hield acht jaar stand. Het pandemonium dat destijds ontstond, is wel te vergelijken met nu. Het verschil: toen was Nederland nog een aardig voetballand en hadden we nog aanzien.”

De tekst gaat verder na de afbeelding
knvb2

3. Wat moet er nu gebeuren?

Het is afwachten wat de commissarissen besluiten: opstappen of blijven. Als ze vertrekken, adviseert Sporre een zorgvuldig selectieproces voor een nieuwe RvC. “De aanstelling geschiedt altijd een beetje in de inner circle, van ouwe jongens krentenbrood. Wat tegenwoordig speelt: je moet de zakelijke materie van het voetbalbedrijf kennen, qua financiën en commercie.” De liefhebbers die zich aandienen, moet je meteen wegstrepen, zegt hij. “Het is niet alleen een kwestie van liefhebberij. De functie van RvC-lid is in het verleden wellicht te veel bepaald door de aanlokkelijkheid van het ereterras. Dat moet ervan af. Voetbal is de grootste vermaakindustrie in Nederland.”