Crisis was beheersbaar geweest

Oratie Aerdt Houben

Het nieuwe bankenregime had de kredietcrisis dragelijk gehouden, betoogt DNB-directeur Houben bij zijn oratie als hoogleraar.

Gebouw van De Nederlandsche Bank. Alex van Lieshout/ANP

Als al het huidige, nieuwe toezicht op de financiële sector en de bijbehorende nieuwe instrumenten ruim voor 2008 waren ingevoerd, dan zou de financiële crisis dragelijk zijn geweest. Banken hadden de stroppen kunnen opvangen met hun eigen vermogen, overheden hadden niet hoeven bijspringen en begrotingen waren dan ook veel minder geraakt. Dit geldt ook voor Spanje, Italië en Portugal. Alleen in Ierland was de financiële sector zo omvangrijk dat de nieuwe instrumenten sterker hadden moeten worden ingezet om schade te voorkomen. En Griekenland zou niet ongeschonden zijn gebleven, omdat de overheidsfinanciën daar sowieso al niet op orde waren. De eurocrisis zou veel minder diep zijn geweest.

Dat stelt Aerdt Houben, directeur financiële markten, naar aanleiding van zijn oratie deze vrijdag als hoogleraar financieel beleid, instellingen en markten aan de Universiteit van Amsterdam. „Ik denk dat we in terugblik kunnen vaststellen dat deze financiële crisis ons zeer onaangenaam verrast heeft”, zegt Houben. „Zowat niemand zag het op deze schaal en deze duur aankomen, en dan zijn we het echt aan onszelf verplicht om heel diep na te denken over wat er is gebeurd en waarom.”

160916ECO_hefboom_IG44

Houben gaat ervan uit dat de financiële sector inherent instabiel is. Dit komt doordat het bankwezen veel risico’s draagt en relatief weinig eigen vermogen heeft om klappen op te vangen. Honderd jaar geleden was het eigen vermogen als deel van het balanstotaal van de Nederlandse bancaire sector nog 30 procent, maar dat zakte tussen de 3 en 4 procent aan de vooravond van de Lehman-crisis van 2008.

Sinds die crisis is er een reeks van nieuwe toezichtmaatregelen en kapitaaleisen op de banken losgelaten. Met name de ‘macroprudentiële’ maatregelen zijn volgens Houben essentieel. Die verplichten banken meer vermogen aan te houden naarmate de economie versnelt, en staan juist minder vermogen toe als de economie vertraagt. Zo werken ze tegen de economische cyclus in, in plaats van deze te versterken. „Tot 2008 wisten we van de instabiliteit van de financiële sector, maar we dachten dat we dat met een monetaire beleid gericht op stabiele prijzen konden beheersen, gepaard aan een toezicht op de individuele instellingen. We dachten dat we daarmee een stabiel stelsel hadden.” Na de Lehman bleek bovendien dat juist de concentratie van risico’s een grote rol speelde, samen met de onderlinge verwevenheden van banken. Nu zijn er dan ook extra eisen aan banken die zo groot zijn dat zij een risico vormen voor het financiële systeem.

Nederland heeft een zeer grote financiële sector, in verhouding tot de omvang van de economie. „We hebben een pensioensysteem en een hypotheekomvang die relatief behoren tot de grootste ter wereld. Beide zijn fiscaal gefaciliteerd,” zegt Houben. Volgens hem is de omvang van de sector dus niet alleen historisch bepaald, maar voor een deel het gevolg van een politieke keuze. Overigens is het bankwezen sinds de crisis al met ruim 100 procent van het bruto binnenlands product gekrompen. Omdat risico’s weer een meer normale prijs hebben gekregen, zijn veel activiteiten niet rendabel genoeg meer.

Volgens Houben valt niet te garanderen dat er nooit meer een financiële crisis komt. Nederland heeft sinds 1800 tot 2008 vijf van dergelijke crises meegemaakt, plus de jongste crisis.

„Dat is er gemiddeld één per generatie, die iedereen weer op scherp zet. Maar je bent er nooit. De financiële sector is een levend beestje, dat reageert op het overheidsbeleid en nieuwe routes gaat vinden. Je moet deze sector altijd scherp in de gaten houden.”