Wilt u de totale fiscale oorlog?

Lionel Shriver

Volgens The New York Times bestrijkt de familiekroniek De Mandibles een nieuw genre: dystopian finance fiction. Over de ondergang van Amerika in 2029 onder een latino president. Levert dit nieuwe genre ook een geslaagd boek op?

Wat gebeurt er met Amerika wanneer er besloten wordt tot een totale reset? Foto iStock

‘Buenas noches, mis compatriotas americanos. Afgelopen week is ons land opnieuw aangevallen’, spreekt de Amerikaanse president Alvarado zijn landgenoten toe. Het is 2029: de Verenigde Staten hebben een latino als president, en Spaans is inmiddels de voertaal want Spaanstaligen vormen de meerderheid. Dat laatste is echter nog maar bijzaak in de nieuwe roman, De Mandibles, van de maatschappijkritische auteur Lionel Shriver (1957). In deze roman, die als familiekroniek is opgezet, volgt ze vier generaties Mandibles die moeten overleven in een tijd dat er een fiscale wereldoorlog heerst. In 2029 kondigt de president namelijk aan dat er schoon schip gemaakt gaat worden omdat Amerika de staatsschulden niet meer kan betalen. Er wordt een algehele reset afgekondigd, de goudvoorraden – ook in particulier bezit – worden geconfisqueerd, schulden worden niet meer afbetaald en de dollar is internationaal gezien van geen waarde meer. Andere landen hebben bedacht dat internationale handel voortaan wordt afgehandeld met de, ooit door Keynes bedachte munteenheid, bancor.

Dat laatste is de president echter een doorn in het oog. Iedereen die in Amerika denkt met de bancor te kunnen handelen, is een landverrader. Als een soort futuristische Hugo Chávez tiert hij tegen al die achterbakse landen die er bewust op uit zijn om Amerika kapot te maken: ‘een samenzwering van buitenlandse machten wil dit illustere land op de knieën dwingen met een ontoelaatbare en onuitvoerbare vordering van de rente van onze staatsschuld. Dit grootse land zal zijn verplichtingen niet nakomen als het daarmee zijn eigen voortbestaan in gevaar brengt. Een land dat in vrijheid is gesticht, kan zijn dagelijkse taken niet in knechtschap uitvoeren.’

Het geheel is een premisse waar Shriver wel bij vaart. In bijna al haar romans koppelt ze maatschappelijke problemen aan een individueel drama. Zo draaide We Need To Talk About Kevin – de roman die in 2003 haar doorbraak bij een breder publiek betekende – om een moeder die zich afvraagt of ze nog van haar zoon moet blijven houden nadat hij verantwoordelijk was voor een school shooting. In So Much for That (2010) wordt een kankerpatiënte aan haar lot overgelaten op de dag dat haar man de rekeningen voor haar behandeling niet meer kan betalen. De vraag hoever je gaat met het laten behandelen van je naaste werd gekoppeld aan de problemen voor Obamacare, zonder dat Shriver moralistisch werd. Hetzelfde geldt voor haar drie jaar geleden uitgekomen roman Big Brother, het naar haar broer gemodelleerde boek over boulimia en de wijze waarop de maatschappij daarmee omgaat. Shriver stelt in haar boeken ongemakkelijke vragen die nooit uitkomen bij een sentimenteel antwoord, maar die ten dienste staan van een onderzoek.

De correcties

Dat geldt ook voor De Mandibles. Hierin vraagt Shriver zich af wat er gebeurt met een familie wanneer een economie totaal instort. Dat gaat aanvankelijk met de nodige kwinkslagen naar eigentijdse opiniemakers gepaard. Zo bestaat er na de fiscale oorlogsverklaring van president Alvarado aanvankelijk nog optimisme. Er zijn bijvoorbeeld economen die er wel bij varen omdat ze diens plannen zien als een correctie op het kapitalisme. Ze beleven hoogtijdagen door economische traktaten te schrijven, zoals – een mooi staaltje ironie – The Corrections. Iedereen wil immers graag horen dat het land eindelijk verlost is van Dow Jones-fascisten, oplichters bij banken en andere kapitaalkrachtigen.

Alleen is de euforie onder hippe economen van korte duur. Binnen enkele maanden is de inflatie compleet. Een pak havermout kost honderden dollars, mensen hamsteren blikvoer en wc-papier. Gevechten breken uit om het laatste pak meel in de schappen. Door het weren van de bancor is handel onmogelijk geworden, zodat het grootste deel van de banen verdwijnt. De government shutdown zoals die incidenteel voorkwam (Obama in 2013, Clinton in 1995) is nu dagelijkse praktijk. Amerikanen proberen de grens over te steken naar Mexico, maar worden tegengehouden – tot groot leedvermaak van de Mexicanen.

Uiteraard raken ook de kapitaalkrachtige Mandibles hun fortuin kwijt. Terwijl iedereen zat te wachten op het sterven van opa Mandible, om van de erfenis wat leuks te gaan doen, worden ze gedwongen bij elkaar te leven in de kleine woning van Florence Mandible. Zij is de armlastige van de familie, maar ook een Florence Nightingale die al jaren in de daklozenopvang werkt. Zij behoudt nog het langst haar baan. Haar zwager bijvoorbeeld, die economie doceert aan de universiteit en behoort tot de ‘geen-paniek-mensen-het-komt-allemaal-wel goed-zolang-we-geld-niet-koppelen-aan-emotie-stroming’, wordt als een van de eersten de laan uitgestuurd. Ook op haar zuster die psycholoog aan huis is, zit niemand meer te wachten. Een tante in Frankrijk moet terugkeren omdat Amerikanen nergens ter wereld meer welkom zijn. Ondertussen vinden ook de 99-jarige opa en zijn demente vriendin hier weer onderdak, evenals de ouders van Florence – twee oud-journalisten die treuren over het gebrek aan waardering sinds de onafhankelijke media zijn verdwenen.

Wanneer op een dag met geweld het huis van de Mandibles wordt bezet door buurtgenoten en ze met z’n allen moeten vertrekken, verhuist de hele familie – inclusief de demente vriendin die aan een hondenriem wordt meegesjouwd – naar het platteland in de hoop werk te vinden bij een boerderij. Shriver sluit af met de jaren 2047 wanneer de tieners volwassenen zijn geworden.

‘Dystopian finance fiction’ noemde The New York Times deze roman en opperde dat Shriver hiermee een nieuw genre had bedacht. Als dat zo is, dan is dat te prijzen. Het idee is goed en Shriver zet haar toekomstvisie op intelligente wijze uiteen. Als onderzoek naar een maatschappelijke kwestie is haar roman geslaagd. De Mandibles biedt, kortom, een interessante visie, zeker wanneer dit non-fictie was geweest.

Jonge woudlopers

Als roman zijn er ook bezwaren aan te tekenen. De Mandibles is, ondanks de toespeling, geen 21ste-eeuwse versie van Franzens familiedrama in The Corrections. Daarvoor zijn de personages te weinig interessant en draait het te veel om een extreem toekomstscenario. Economie is bovendien duidelijk niet helemaal Shrivers ding en ze gaat er (terecht) van uit dat dat ook voor de lezer geldt, met als gevolg dat er van alles oeverloos wordt uitgelegd in zogenaamde tafelgesprekken. Daarnaast staan de personages vooral model voor een type mens. De vriend van Florence is een latino, die als dagloner nergens terecht kan. De zwager is een wereldvreemde universitaire kwast, met een alcoholische vrouw en kinderen die dermate verwend zijn dat je ze het liefst zou onderbrengen bij verhongerende daklozen. De zoon van Florence is zó wijsneuzig, dat je soms het gevoel krijgt over Kwik, Kwek of Kwak als een slimme woudloper te lezen, terwijl ze als spijbelend neefjes veel leuker zou zijn. Ondertussen steken ook nog allemaal andere kwesties de kop op zoals het klimaatprobleem, de bejaardenzorg, Amerika als lage lonenland, China als wereldmacht, Chelsea Clinton als president, jongeren met chips in hun hoofd zodat de staat als Big Brother optimaal functioneert, etc. De vraag of de crisis in 2029 vooral ontstaat ómdat de president een latino is, blijft echter onbeantwoord – terwijl deze dystopische roman nadrukkelijk aangeeft dat de president een latino is.

Dus: wat te doen met een roman waarvan het idee goed is, maar de uitwerking zowel inhoudelijk als literair ontspoort?