Niet alleen winst, maar het herhaaldelijk inzetten maakt iemand gokverslaafd

De BBC legde een experiment vast waarin de hersenactiviteit van een gokverslaafde wordt geanalyseerd.

De BBC keek mee met een door wetenschapper David Nutt uitgevoerd experiment. Foto: Lex van Lieshout / ANP

Voorafgaand aan de inzet bij een roulettespel functioneert de hersenactiviteit van een gokverslaafde normaal. Het gaat mis wanneer het roulettewiel gaat draaien: met name de cortex cingularis anterior, het gedeelte waar emotionele prikkels worden verwerkt, wordt sterk aangesproken.

Uit een experiment van wetenschapper David Nutt, expert op het gebied van verslavingen en onder meer verbonden aan de Universiteit van Cambridge, blijkt dat het herhaaldelijk inzetten, zelfs als je niet wint, net zo verslavend is als het winnen zelf.

“Winnen en de anticipatie zorgen allebei voor dezelfde reactie. En dat is het kernpunt wat betreft gokken: het gaat niet per se om winnen, maar ook om de anticipatie.”

Wat gebeurt er in het hoofd van een gokverslaafde?

Het BBC-actualiteitenprogramma Panorama mocht meekijken tijdens het experiment van Nutt. Hij wilde weten wat er gebeurt in het hoofd van een gokverslaafde wanneer hij of zij achter de roulettetafel staat.

In het experiment neemt een gokverslaafde plaats in een MRI-scanner en krijgt hij een roulettespel voorgeschoteld. Aan de hand van zijn hersenactiviteit wordt gekeken welke delen van het brein op welke manier actief zijn. Volgens Nutt is er waarschijnlijk een “chemische oorzaak” die ervoor zorgt dat bepaalde gebieden in de hersenen “op hol slaan” wanneer deze worden aangesproken, zo laat hij vooraf weten.

Bekijk hier de video van BBC Panorama:

Eerder onderzoek

Het door Nutt uitgevoerde experiment mag dan slechts uit één proefpersoon bestaan, recente onderzoeken ondersteunen zijn conclusie.

Zo bleek eerder dit jaar uit neurowetenschappelijk onderzoek van de Radboud Universiteit dat gokverslaafden “een sterkere reactie” hebben op zogenoemde ‘near misses’, missers waarbij de winst heel dichtbij was, dan op complete missers. Ook reageren ze sterker op near misses dan gezonde proefpersonen.