Vomar

CULRoosmalen 1

Het gedoe met de vloggende hangjongeren die een buurthuis willen (‘Tuig van de richel’, volgens de minister-president) en die voor de Vomar in de wijk Poelenburg in Zaandam hangen, kwam mij als geroepen. Ik hing ook wel eens in de Vomar in mijn buurt en de waarnemingen daar kregen – sinds het praatprogramma Pauw was begonnen aan een soap zonder einde over het hangen voor ‘hun Vomar’ – opeens een zekere urgentie.

Het einde is nog niet in zicht. Op het moment van schrijven voorspelde GeenStijl alvast ME-busjes voor hun Vomar, omdat de Facebookpagina ‘Ratten vangen in Zaandam’ had opgeroepen om zaterdag de wijk ‘te ontdoen van een aantal vieze, smerige stinkratten’. PvdA-burgemeester Geke Faber kon haar zebrablouse alvast klaarhangen om weer iets krachtdadigs te komen verklaren.

Bij mijn Vomar ging het er rustiger aan toe, hoewel je er nooit echt rustig winkelt omdat ze je de ‘dagknallers’, ‘weekknallers’ en ‘weekendwinners’ met uitroeptekens en kapitalen letterlijk in het gezicht knallen. Twintig keer dezelfde boodschap, tot in de rij van de hagelslag aan toe. ‘Botermalse Ierse biefstuk’ deed er gisteren 3,99 per 250 gram.

Ook mooi bij de Vomar was de nieuwe regel dat wie als vierde in de rij voor de kassa staat, zijn boodschappen gratis krijgt (behalve als alle kassa’s open zijn). Bij de Vomar van Pauw had dat natuurlijk weer geleid tot incidenten – toen de hangjongeren ervan hoorden, meldden ze zich bij een kassa als klant nummer vier tot en met twintig – maar in mijn Vomar was het, op wat opstootjes na, rustig gebleven. De caissières haalden de producten voor de zekerheid nog sneller over het zwarte vierkant, soms in zo’n tempo dat de automatische scanner het niet bijhield. De rol van caissière was teruggebracht tot die van grijparm op de kermis. Als er cash betaald werd, moesten ze de biljetten zonder nadenken in een gleuf doen, waarna het wisselgeld uit een andere automaat rolde.

Het mooiste in de Vomar vond ik de levensgrote borden waarop de vijf meest gestelde vragen stonden. ‘Mag ik u wat vragen?’ stond met stip op 1, eronder stond heel lief het antwoord: ‘Ja natuurlijk.’

„Mag ik wat vragen?” vroeg ik aan een Vomar-jongen, die inderdaad met ‘ja natuurlijk’ antwoordde.

„Waar ligt de prei?”

Het bleef even stil. „Wat is prei?”

Hij beantwoordde de hele dag vragen en zei dat ‘dat weet ik niet’ het meest gegeven antwoord was. Hij voegde er graag nog even aan toe dat de dagknaller 250 gram botermalse Ierse biefstuk was.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.