Volkskrant moet schadevergoeding betalen aan man op foto Schiphol

De Volkskrant moet een schadevergoeding betalen aan een vliegveldbezoeker die op de voorpagina stond onder de kop ‘Is Schiphol nog veilig?’. De krant gaat in beroep.

De voorpagina van de Volkskrant, met een foto van Mohammed Rashid

Mohammed Rashid uit Almere is een tevreden man: de Volkskrant moet van de rechter 1.500 euro schadevergoeding aan hem betalen, omdat de krant een foto van hem plaatste bij een artikel over terrorismedreiging op Schiphol. De krant gaat in beroep.

Rashid: „Hier weegt mijn privacy zwaarder dan de vrijheid van de pen. En de rechter zegt ook dat je niet zomaar mag stigmatiseren. Dat je juist in deze tijd voorzichtig moet zijn met het associëren van moslims met veiligheid en terrorisme.”

De 27-jarige Almeerder stond op 16 augustus op de voorkant van de Volkskrant, onder de kop ‘Is Schiphol nog veilig?’ Rashid was ongevraagd gefotografeerd als bezoeker van het vliegveld die met zijn auto door de strengere veiligheidscontrole ging. In een kort geding, dat diende op 31 augustus, eiste hij rectificatie op de voorpagina van de krant, en een schadevergoeding van 15.000 euro. Ook eiste hij dat de krant openlijk zijn excuses aanbiedt aan hem, zijn familie en „de Islamitische gemeenschap in Nederland”.

Gevoelens van angst en verdriet

De rechter oordeelt: „Door het plaatsen van zijn portret bij deze tekst wordt op zijn minst de suggestie gewekt dat Rashid iets te maken heeft met de kwestie of Schiphol nog wel veilig is. Nu het hier een ernstige kwestie betreft die de gemoederen in negatieve zin bezighoudt, stelt Rashid zich terecht op het standpunt dat publicatie inbreuk maakt op zijn levenssfeer.” De rechter weegt mee dat Rashid door de publicatie in zijn thuisland Irak ten onrechte voor jihadist kan worden aangezien. De vergoeding dient ter genoegdoening van geleden psychische schade: „gevoelens van angst, verdriet en irritatie”.

Rashids verzoek om een rectificatie werd door de rechter afgewezen, omdat de eiser daarbij te weinig belang heeft: „Aan de foto zelf valt weinig te rectificeren, hoogstens aan de verkeerde indruk die deze kan hebben gewekt. Die indruk is echter voornamelijk ontstaan in de omgeving van Rashid.” Die heeft volgens de rechter genoeg aan dit vonnis en de publiciteit daarover.

Lees ook: Lees ook ons eerdere artikel over Mohammed Rashid: ‘Tegen je zin op de voorpagina – kan dat zomaar?

De gefotografeerde Almeerder richt zich met zijn rechtszaak ook tegen de ‘framing’ van moslims als terroristen en criminelen, zoals de media dat in het algemeen doen. Hierover zegt de rechter dat Rashid in deze zaak alleen voor zichzelf kan spreken, niet voor de moslimgemeenschap die hiermee mogelijk ook schade opliep.

Volgens Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant heeft dit vonnis gevolgen voor de uitingsvrijheid. Remarque: „We hebben Rashid niet bij naam genoemd, wij hebben hem nergens van beschuldigd, we hebben hem op geen enkele manier met terrorisme willen associëren. Maar volgens de rechter moeten we rekening houden met ‘mogelijke associaties’; ik vind dat glad ijs.”

Volgens Remarque zullen fotografen en journalisten hiervan té voorzichtig worden in hun werk. „Ze zullen denken: laat maar, daar komt gedonder van.” Remarque ziet ook positieve kanten aan het vonnis: „De rechter heeft vastgesteld dat we de werkelijkheid hebben weergegeven, en dat we dat ook mogen. Daar ben ik blij om.”

Deze rechtszaak gaat over het tegen elkaar afwegen van twee gelijke grondrechten: recht op privacy en de uitingsvrijheid. Hoewel een fotograaf mensen mag fotograferen op de openbare weg, betekent dat niet dat die mensen helemaal geen privacy hebben. De gefotografeerde kan bijvoorbeeld bezwaar maken als hij ten onrechte door de publicatie in een slecht daglicht wordt geplaatst.

Dertien-in-een-dozijn-zaak

Volgens Nico van Eijk, hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, heeft deze zaak geen gevolgen voor de persvrijheid en de jurisprudentie hierover: „Dit is een keurig, evenwichtig vonnis in een dertien-in-een-dozijn-zaak. Met foto’s in het publieke domein moet je extra oppassen.”.

Volgens zijn collega Wouter Hins, hoogleraar mediarecht in Leiden, worden zaken waarin de privacy botst met de persvrijheid altijd van geval tot geval bekeken. Hij wijst op het Vondelparkarrest uit 1988. De Nieuwe Revu had een foto van een stelletje in omhelzing in het Vondelpark geplaatst. De vrouw op de foto maakte bezwaar en werd in het gelijk gesteld door de Hoge Raad.

Wat de rechter steeds opnieuw moet wegen: de omstandigheden tijdens het fotograferen, de context van de publicatie, en de vraag of de gefotografeerde een redelijk belang heeft bij zijn bezwaar, bijvoorbeeld: geraakt zijn in de privésfeer.

Hins: „Als sommige lezers Rashid gaan zien als een potentiële terrorist, geeft dat de privacy een extra gewicht. Maar je kunt hier geen algemene les uit trekken, van: de Volkskrant mag geen moslims meer afbeelden. Dat is niet aan de hand.”