Boeken

Vijftig jaar en niet meer dogmatisch links

Boekhandel Atheneum bestaat donderdag een halve eeuw. De Telegraaf mocht al vroeg verkocht, maar wel een beetje uit het zicht

Wie in 1974 De Goelag Archipel van de Russische schrijver Alexander Solzjenitsyn wilde kopen bij Athenaeum Boekhandel aan het Spui, kwam met lege handen thuis. Het indertijd populaire ooggetuigenverslag van de Sovjet-kampen zou te slecht zijn vertaald, verklaarden boekverkopers indertijd aan potentiële klanten. „Pure hypocrisie”, legt journalist en voormalig boekverkoper Anton de Goede uit in de documentaire De tuin en de wildernis over vijftig jaar boekhandel Athenaeum. De achterliggende gedachte was, aldus De Goede, dat „kritiek op het communisme niet zo ons onderwerp was”. Het was de tijd dat de boekhandel nog bekend stond als dogmatisch links.

Donderdag viert boekhandel Athenaeum zijn vijftigjarig bestaan. Dogmatisch links is hij niet meer, maar het aanbod is nog steeds gericht op de literaire, wetenschappelijk geïnteresseerde lezer. Dat was ook het idee waarmee oprichter en uitgever Johan Polak in 1966 met uitgever Rob van Gennep de boekhandel startte. Van Gennep vond het winkelpand, een vroegere schilderijenhandel aan het Amsterdamse Spui. Polak financierde de plannen.

Tegenover Adriaan van Dis legde Polak in 1986 uit waarom hij die financiering – Polak was dankzij familiekapitaal miljonair – een vanzelfsprekende zaak vond: „Er zijn mensen die volkomen anoniem hun leven voor mij in de waagschaal hebben gelegd. Ik vind het noodzakelijk dat wat mij in de schoot is gevallen, wat ik heb verdiend, om daar zo veel mogelijk mensen van te laten meeprofiteren.” Een idee dat hard nodig was: de eerste zeven jaar maakte de boekhandel geen enkele winst. Het ging Polak niet zozeer om de verkoopcijfers. Zijn filosofie was dat bestsellers overal verkrijgbaar waren, maar dat Athenaeum juist onontdekte vondsten moest aanbieden.

©

Wie deugde, was nog gewoon ‘links’

Lange tijd mengde de boekhandel zich graag in politieke discussies, in een tijd dat iedereen die deugde nog gewoon ‘links’ was. Dat kwam vooral uit de koker van Rob van Gennep, die volgens Johan Polak communistisch was – een stroming die Polak juist verfoeide. De verschillende politieke opvattingen leidden ertoe dat Van Gennep in 1969 zijn eigen boekwinkel oprichtte in de Nes. In datzelfde jaar kwam er naast de boekhandel een nieuwscentrum, gemodelleerd naar de AKO-winkel van Ko van Leest in de Reguliersbreestraat. In plaats van stoffige planken kwamen er kisten op de stoep waarop bladen en kranten werden uitgestald. Alles moest verkrijgbaar zijn, ongeacht de signatuur, hoewel over de verkoop van racistische of antisemitische bladen gediscussieerd kon worden, meende Polak. De discussie of De Telegraaf verkocht kon worden, werd in het voordeel van het ochtendblad beslist. De krant werd verkocht, zij het een beetje uit zicht, terwijl de Volkskrant op ooghoogte lag.

Het Nieuwscentrum bloeide uit tot een journalistiek bolwerk, van waaruit Van Leest een paar keer per dag politiek commentaar gaf, waar Henk van Stipriaan zijn radioprogramma VARA’s Spitsuur presenteerde en waar de tafels met typemachines voor journalisten klaarstonden om hun artikelen op te tikken.

Menig steen ging er in de beginjaren door de ruiten. De ene keer omdat er pornografie werd verkocht – het hoorde bij de seksuele revolutie, terwijl feministen tegen de verkoop van die bladen waren. Een andere keer was er vernielend protest omdat het Nieuwscentrum ook een pro-Palestina-blad verkocht. Dolle Mina’s konden er hun persconferentie houden en de Kabouterbeweging had er haar verkiezingscentrum. Oud-boekverkoper Jan Meng herinnert zich in de documentaire De tuin en de wildernis dat de boekhandel in die jaren uit de glasverzekering werd gezet.

De politieke betrokkenheid had ook grote persoonlijke gevolgen. In 1982 bood de boekhandel het Provinciaal Militair Commando te koop aan. Dit was gestolen door de radicale actiegroep Onkruit. Toenmalig Athenaeum-directeur Guus Schut werd opgepakt omdat de boekhandel verdacht werd van heling en openbaarmaking van staatsgeheimen.

Met de komst van Schut was de boekhandel in 1976 zelfstandig geworden. Er kwam ruimte voor een wat commerciëlere benadering en het personeel was ondertussen medeaandeelhouder van de winkel geworden. Ook werden er uitgebreide signeersessies gehouden die toen nog niet zo gebruikelijk waren als nu. Saul Bellow, Philip Roth, Jan Wolkers, Harry Mulisch: het is een kleine greep uit een lange rij signerende auteurs. Beroemd werd de sessie met Donna Tartt, die haar roman De verborgen geschiedenis in 1992 in de boekhandel signeerde. Tot aan de trambaan stond een rij in afwachting van een handtekening.

Schrijvers werken boven de winkel

Inmiddels heeft de boekhandel meerdere locaties: in Haarlem, bij universiteiten en bij het Rijksmuseum. Buitenlandse schrijvers kunnen in een appartement boven de winkel enkele maanden werken aan een boek. Samen met de UvA, schuin aan de overkant, is een debatcentrum opgericht.

Een politiek centrum is de winkel niet meer en bestsellers liggen er gewoon plat op de tafel. Toch straalt de boekhandel anno 2016 nog steeds een eigen sfeer uit. Wie binnenkomt vindt geen koffiecorner, noch notitieboekjes waar wijze spreuken van filosofen op de cover zijn afgedrukt, pennen met het kapsel van Shakespeare of nachtlampjes waarop reclame wordt gemaakt voor lezen in bed. Dat het nog zo kan, is vooral te danken aan de bewaarde zelfstandigheid, legt huidig directeur Maarten Asscher uit aan de documentairemakers. Waar andere boekwinkels te kampen hebben met een hoofdkantoor dat inkopen centraal regelt en afdwingt, hebben de boekverkopers in Athenaeum ieder hun eigen expertise en plek waar ze die naar eigen inzicht kunnen invullen.