Pleur(t) op!

Sinds wanneer gebruiken wij het woord oppleuren? En heeft het iets met pleuris te maken?

Oppleuren is verwant met pleuren, dat ‘gooien, smijten’, ‘vallen’ of ‘leggen’ kan betekenen. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal is de herkomst van pleuren onzeker – wellicht gaat het terug op een Middelnederlands woord.

Pleuren zou afkomstig zijn uit de soldatentaal. De citaten die in dit wetenschappelijke woordenboek worden aangehaald, dateren van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw en zijn afkomstig uit bronnen waarin veel Bargoens en informeel taalgebruik voorkomt: Ik, Jan Cremer en een portret van Pistolen Paultje – ooit een beroemde Nederlandse crimineel.

Bij de uitdrukking ‘iemand de deur uit pleuren’ wordt geciteerd uit een interview met een prostituee die over haar beroepseer spreekt („Je maakt er iets van. Anderen pleuren ze na tien minuten de deur uit.”)

Volgens de Dikke Van Dale is pleuren ergens na 1950 ‘klanknabootsend gevormd’, maar ik heb nog nooit iets een geluid horen produceren dat ook maar in de buurt komt van ‘pleur’. Mochten er lezers zijn die dit geluid wel herkennen, dan verneem ik het graag.

Neerpleuren ontbreekt in de Dikke Van Dale, maar dit woordenboek – dat in de Tweede Kamer wordt gebruikt als scheidsrechter bij discussies over onparlementair taalgebruik – kent wel het werkwoord oppleuren. Het wordt gekenmerkt als ‘informeel’ en de voorbeeldzin luidt: „Pleur op, joh!”

Een aanvulling zou kunnen zijn dat veel mensen „pleurt op” zeggen, dus met een t erbij. Waarom die t wordt toegevoegd, weet ik niet zeker, maar ik kom daar zo op terug.

Pleur(t) op hoort bij een reeks verwensingen die hetzelfde uitdrukken. Ik citeer niet graag uit eigen werk, maar samen met Rob Tempelaars heb ik ooit een inventarisatie van verwensingen gemaakt, getiteld Krijg de vinkentering!: 1001 Nederlandse en Vlaamse verwensingen (1998). In dat boekje, dat gratis kan worden gedownload, wordt pleur(t) op gekenmerkt als een zogenoemde verdwijn-verwensing.

Die inventarisatie was mede gebaseerd op inzendingen van lezers uit het hele land. Zij kwamen onder meer met: donder op, donderstraal op, duvel op, flikker op, fuck off, hoepel op, kanker op, kleert op, kras op, lazer op, lazerstraal op, mieter op, rot op, sodemieter op, teer(t) op, tief(t) op, vlieg op, ziek op en zout op. Die laatste twee waren indertijd nog maar kort in omloop.

Rob Tempelaars schreef ter introductie van deze opsomming: „De meeste van deze verwensingen behoren tot een bepaald stijlregister. Ze zijn vaak als ‘plat’ te beschouwen. Overigens is het van belang wanneer en hoe de verwensing in de situatie gebruikt wordt: of zij krachtig overkomt, is mede afhankelijk van de manier waarop ze uitgesproken wordt, de begeleidende gebaren enz.”

Zelf denk ik dat pleur(t) op is gevormd naar het voorbeeld van tief(t) op, teer(t) op en kleer(t) op. Tief is in deze verdwijn-verwensing een verbastering van de ziekte tyfus, teer een verbastering van tering en kleer een verbastering van cholera (een verbastering die we ook tegenkomen in de verwensing krijg de klere).

Het lijkt me daarom zeer waarschijnlijk dat pleur een verbastering van pleuris is. In navolging van die andere verdwijn-verwensingen-met-een-ziekte zeggen relatief veel mensen pleurT op. Tot in de Tweede Kamer aan toe.

Ewoud Sanders schrijft wekelijks over taal. Twitter: @ewoudsanders