Overheid hoeft geen rookruimteverbod in te stellen

Clean Air Nederland probeerde via de rechter af te dwingen dat ook in speciale ruimtes niet meer gerookt mag worden.

Archiefbeeld. Foto Rick Nederstigt / ANP

Rookruimten in de horeca hoeven voorlopig niet verboden te worden. Dat heeft de rechtbank in Den Haag bepaald. Antirookorganisatie Clean Air Nederland (CAN) probeerde via de rechter een verbod af te dwingen, zoals dat de vereniging in 2014 wel gelukt is met uitzonderingspositie voor kleine horecagelegenheden. CAN gaat tegen de uitspraak in beroep.

CAN is van mening dat de overheid rookruimtes zou moeten verbieden op basis van het WHO-Kaderverdrag, waarmee Nederland zich verplicht heeft “effectieve maatregelen” te treffen om mensen te beschermen tegen tabaksrook op de werkplek en in publiek toegankelijke ruimtes. CAN is van mening dat de overheid zich niet aan die afspraak houdt door voor rookruimtes een uitzondering te maken. De rechter oordeelde echter dat het verdrag niet concreet en nauwkeurig genoeg is om een verbod daarop af te dwingen.

“De overheid zendt twee signalen uit”, zegt voorzitter Tom Voeten van Clean Air Nederland. “We willen roken ontmoedigen en willen niet dat dat er in de horeca gerookt wordt. Het blijft een enorme bron van van hinder en gezondheidsrisico’s voor iedereen die meerookt. Maar anderzijds zijn rookruimtes wel toegestaan.” Dat horecabezoekers de optie hebben om simpelweg de rookruimtes te mijden, is volgens Voeten in de praktijk niet waar. “De horeca gaat er inventief mee om. Op veel plekken zijn de rookruimtes prominenter aanwezig dan het normale horecadeel. Zo wek je de indruk dat roken nog is toegestaan. Als je effectief de bevolking wilt beschermen tegen giftige tabaksrook, moet je dat in alle gevallen doen.”

Bij de zaak tegen het gedoogbeleid voor kleine zaken, beriep CAN zich op hetzelfde artikel uit hetzelfde verdrag. Ook die zaak verloor CAN bij de rechter, maar werd in hoger beroep en bij de Hoge Raad alsnog in het gelijk gesteld. Hoewel de rechtbank vindt dat die twee zaken niet vergelijkbaar zijn, is CAN ervan overtuigd ook in dit geval in hoger beroep alsnog gelijk te krijgen.