Recht & Onrecht

Oprotten, oppleuren en optiefen en ander modern taalgebruik

Moderne politici wensen nogal eens dat hun burgers oprotten, oppleuren of optiefen naar andere landen als zij zich misdragen. Verstandig is dat niet, schrijft Ward Ferdinandusse in de Togacolumn

Politici in het aanzicht van verkiezingen en de rechtsstaat, het is een wankele relatie. Zo zagen we onze minister-president deze maand met een bijzonder optreden in Zomergasten. Hij toonde een fragment waarin een journalist op straat werd lastig gevallen en opzij geduwd bij een pro-Erdogan demonstratie. ‘Oprotten’, snauwde een man tegen de journalist. Ergerlijk, onbeschoft gedrag. Het beeld werd verlegd naar de studio, waar de minister-president vertelde dat hij pure woede voelde als hij dit zag. “Mijn primaire eerste gevoel is: Lazer zelf op. Ga zelf terug naar Turkije. Pleur op,” vertelde Rutte. Om twee zinnen later te vertellen dat wij als samenleving moeten ‘normeren’ dat mensen wel een beetje normaal en beschaafd met elkaar om moeten gaan.

Het was geen nieuws, tot Turkije er iets van zei. En toen was het alleen nieuws dat Turkije er iets van zei. Het was ook een goed gekozen fragment, met etterbakjes waarvoor niemand het op wenste te nemen. Maar toch schuurde er iets. Moet een minister-president wensen dat zijn eigen burgers naar een ander land oppleuren als hij niet eens zeker weet of ze daar wel vandaan zijn gekomen? Of welk paspoort zij hebben? Of waar zij zijn geboren? Er was een tijd, niet eens zo lang geleden, dat een minister-president die zich misdragende Nederlanders van ogenschijnlijk Turkse afkomst in plat Haags naar Turkije wenst nieuwswaardig zou zijn gevonden. Toen burgemeester Aboutaleb vorig jaar zei dat mensen die niet van onze vrijheden houden moeten oprotten leidde dat nog tot debat.

Twee dagen na het optreden van Rutte hield  Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties prins Zeid Ra’ad Al Hussein een toespraak in Den Haag waarin hij frontaal de aanval opende op ‘populisten en demagogen’ en de toenemende discriminatie die zij aanwakkeren. De toon was ongekend hard voor een VN functionaris, maar Rutte zou er goed aan doen de toespraak te lezen. „Wat een idioot”, twitterde Wilders in een reactie. „De VN zijn grotesk. Laten we die bureaucraten afdanken.” Om kort daarna op subtiele wijze te wensen dat ook overlastgevende Turks-Nederlandse jongeren in Zaanstad optiefen naar Turkije. Oprotten, oppleuren en optiefen: hoe zou het toch komen dat onze sociale media langzaam veranderen in een open riool van verwensingen, bedreigingen en discriminatie?

Ik neem aan dat er altijd politici zijn geweest die minder op hebben met rechtsstatelijke principes. Maar tegenwoordig lijken regel en uitzondering soms wel omgedraaid. Dat geldt niet alleen voor de sterk verlaagde drempel om medeburgers naar andere landen te wensen, maar ook voor de mate waarin politici zich bemoeien met strafzaken. Het is een goed rechtsstatelijk principe om wat afstand te houden tussen politiek en individuele strafzaken. Er zijn ongetwijfeld altijd politici geweest die daar niet zo’n boodschap aan hadden. Maar tegenwoordig vraagt ook een ooit rechtsstatelijke partij als het CDA in Kamervragen of de minister van Veiligheid en Justitie er zorg voor wil dragen dat Volkert van der G. vervolgd gaat worden omdat hij onder een valse naam aan een marathon heeft meegedaan. Wat toch – bij gebrek aan een verzoek om bijvoorbeeld ook de man te vervolgen die onder de valse naam W.A. van Buren aan de Elfstedentocht heeft deelgenomen – sterk de indruk wekt dat men meer geïnteresseerd is in de persoon van Volkert van der G. dan in het fenomeen identiteitsfraude bij sportevenementen. Maar ja, als het publicitair stormt moet je in de politiek laten zien dat je flink bent. En met verkiezingen in aantocht zal dat niet minder worden.

Dat de Tweede Kamer zich gisteren in meerderheid alsnog kritisch toonde over de uitspraken van Rutte is daarom zeer welkom. We hebben nog even te gaan tot maart 2017. Het is te hopen dat we tegen die tijd niet terugverlangen naar het beschaafde ‘Doe eens normaal man!’.

Ward Ferdinandusse is officier van justitie (landelijk parket, Rotterdam) en bijzonder hoogleraar internationaal strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat of een officier van justitie.

Blogger

Ward Ferdinandusse

Ward Ferdinandusse studeerde rechten in Amsterdam, waar hij promoveerde op de toepassing van internationaal strafrecht in nationale rechtbanken. Hij schreef voor het studentenblad Propria Cures en het voetbaltijdschrift Hard Gras. Ferdinandusse werkt als officier van justitie bij het Landelijk Parket in Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Internationaal strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als officier was hij betrokken bij strafzaken, uitleveringsprocedures en onderzoeken naar internationale misdrijven zoals genocide, oorlogsmisdrijven, foltering, piraterij en (internationaal) terrorisme.