‘Opeens ontdekte ik dat ik me ook kan uiten met beats’

Interview Alex Vargas

De Deense zanger Alex Vargas begon zijn solocarrière als akoestisch gitarist, maar combineert die gitaar nu met elektronische beats. Dit weekend staat hij op het 7 Layers Festival in Amsterdam.

Foto Andreas Terlaak

De Deense zanger Alex Vargas ziet eruit alsof hij naar het strand gaat, in sportbroekje en mouwloos T-shirt, op blote voeten. Achter het podium van Appelpop, waar hij zal optreden, is het warm. Een paar uur later is het nog steeds warm, maar Vargas, nu in lange broek en sneakers, zal er op het podium niet minder om rondwervelen, kruipen op handen en knieën, of aan de knoppen draaien.

Van intiem naar bombastisch

Vargas – 28 jaar, Uruguayaanse vader, Deense moeder – bracht nog maar twee EP’s uit, maar heeft door zijn live-optredens een aanhang opgebouwd. Vooral in Nederland – de concerten die hij in november zal geven in onder meer de Oosterpoort in Groningen en Paradiso, Amsterdam, zijn al uitverkocht.

Vargas speelde deze zomer in het weekend op festivals, de rest van de week werkte hij aan zijn debuutalbum, thuis in Londen. Nu zit hij in Tiel in een geïmproviseerde kleedkamer. Het zwarte haar is aan de onderkant weggeschoren tot op oorhoogte, de overgebleven krullen hangen nu eens voor het ene oog en dan voor het andere. Tot hij ze samenbindt met een elastiekje, en vertelt over de perikelen van het festivalleven. „Je reist veel, de apparatuur kan zomaar kapotgaan. Dat blijkt dan altijd pas op het podium, meestal middenin het optreden. Zoals op Pukkelpop, in België, drie weken geleden, waar de computer ermee ophield. We hebben inmiddels alles nieuw gekocht. Vandaag wordt de première van de nieuwe software.”

Alex Vargas weet wat hij wil. Op zijn zeventiende vertrok hij vanuit geboorteplaats Hørsholm naar Londen om muzikant te worden. Eerst speelde hij in tienerband Vagabond, daarna besloot hij alleen verder te gaan. Inmiddels vormt hij een duo met Tommy Sheen (cello, gitaar).

Hij heeft een soulvolle stem, maar kan de soul even makkelijk afschudden om streng of ruig te klinken. Liedjes zoals ‘Shackled Up’ en ‘Giving Up The Ghost’ combineren de tere klank van een akoestische gitaar met glazige droedels en elektronische pulsering. De stemming kan uitgroeien van intiem naar bombastisch – bombast van een gespierde soort.

Expressiemiddel

Vargas staat met een been in de toekomst en een been in het verleden. Hij past in de hedendaagse dance-trend door zijn strakke beats en dwingende voordracht, maar werd ook gevraagd voor het 7 Layers Festival voor akoestische muziek, dat dit weekend in Amsterdam wordt gehouden. Vargas begon zijn solocarrière als akoestisch gitarist, zegt hij. Vier jaar geleden raakte hij geïnteresseerd in elektronica. „Plotseling ontdekte ik dat ik me ook kan uiten via het programmeren van beats en synthetische klanken. Dat werd een nieuw expressiemiddel, net anders dan wat ik al kwijt kon in het zingen of gitaarspelen.”

Aanstaande zondag treedt Vargas op tijdens 7 Layers, georganiseerd door de Nederlandse singer-songwriter Dotan. Het festival vroeg vooral akoestisch spelende artiesten. Dotans streven is om de essentie van de liedjes bloot te leggen, in sobere instrumentaties.

Je kunt uitgaan van de gedachte dat een liedje het eerlijkst is als het sober wordt uitgevoerd. Dat zie ik anders.

De vraag is of Vargas zijn nummers daar akoestisch zal uitvoeren. Hij kijkt verbaasd. „Ik zal niet anders spelen dan anders”, zegt hij. „Het gaat mij altijd om de essentie van het nummer. Dat ik dat nummer aankleed met elektronische klanken doet daar niets aan af.” Hij wil zijn liedjes volledig tot zijn recht laten komen, zegt hij, ook op 7 Layers. „Ik kan ze akoestisch spelen, natuurlijk. En soms moet het, zoals op Pukkelpop. Toen heb ik alles op gitaar uitgevoerd. Maar normaal is onze muziek ‘hybride’, daar houden we aan vast.”

Hij zuigt aan zijn elektrische sigaret. „Je kunt uitgaan van de gedachte dat een liedje het eerlijkst is als het sober wordt uitgevoerd. Dat zie ik anders. Op het podium ben ik sowieso eerlijk, altijd, en in wat voor uitvoering ook. Ik stop er niet meer in als ik akoestisch speel. Dat is voor mij een te beperkte blik op wat ‘eerlijk’ is, of ‘emotie’. Ik vind dat bepaalde aspecten van ons gevoelsleven juist worden weergegeven door de dynamiek van de instrumentatie.”

In die instrumentaties figureert altijd een zekere dreiging. Dezelfde dreiging is ook te horen in de teksten. Als Vargas schrijft, krijgen zijn eigen tekortkomingen en angsten ruim baan, zegt hij. Onzekerheden ziet hij als mensen die zich tegen hem kunnen keren. Zo opent het grootse ‘Giving Up The Ghost’ met de woorden: My flaws have broken free/ they’ve all ganged up on me.

Plotseling ontdekte ik dat ik me ook kan uiten via het programmeren van beats en synthetische klanken. Dat werd een nieuw expressiemiddel.

En die avond, juist vlak voor dit nummer, gebeurt het weer: de apparatuur begeeft het. Vargas pakt een gitaar en speelt het volgende liedje in akoestische versie, terwijl Tommy Sheen de keyboards probeert te repareren. Het lukt. Alex Vargas legt zijn gitaar weg, zingt ‘Giving Up The Ghost’. Zijn stem begint klein, dijt uit, wolkt van het podium. Vargas ligt op handen en knieën op de grond en bedient een stemmanipulator. Dan staat hij op en springt van de ene kant van de tafel naar de andere om de apparaten te reguleren. Zo brengt Vargas de elektronische klank op een fysieke manier tot leven. Alsof de duivel hem op de hielen zit.