Ombudsman onderzoekt Thaise celstraf hasjbaas

Openbaar Ministerie De Ombudsman wil weten wat de rol was van het OM bij de veroordeling van een Brabantse coffeeshopbaas tot 103 jaar cel in Thailand.

Foto KOEN VAN WEEL / ANP

De Nationale Ombudsman onderzoekt hoe het mogelijk is dat de Brabantse coffeeshopbaas Johan van Laarhoven door justitiële samenwerking tussen Nederland en Thailand in Bangkok tot 103 jaar celstraf is veroordeeld.

Vorige week heeft de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) schriftelijk laten weten te gaan bekijken of er wel „een zorgvuldige procedure” is betracht in het strafrechtelijk onderzoek naar de 56-jarige Van Laarhoven. Van Laarhoven, een broer en nog een aantal andere verdachten worden door het Openbaar Ministerie in Breda verdacht van het witwassen van drugsgeld en belastingfraude. Volgens officier van justitie Peter Snijders zal hun strafzaak pas volgend jaar dienen.

De Nationale Ombudsman heeft tot zijn „verkennend onderzoek” besloten op verzoek van Johan van Laarhoven en zijn eveneens in Bangkok gedetineerde Thaise echtgenote. In een gesprek in Den Haag hebben hun raadslieden het verzoek bij de Ombudsman toegelicht. De advocaten – onder aanvoering van Gerard Spong – verwijten het Nederlandse OM er doelbewust op te hebben aangestuurd dat de Brabander – die al sinds 2008 in de Thaise stad Pattaya rentenierde – in Azië werd opgepakt. In juli 2014 werd op last van het OM in Breda aan de Thaise collega’s gevraagd „to initiate a criminal case” tegen de Nederlander. De Thai kregen te horen dat hij zijn in vier Brabantse coffeeshops (The Grass Company) verdiende geld in Thailand investeerde. Een goede week na dit verzoek werden Van Laarhoven en zijn vrouw opgepakt. Vorig jaar kregen ze lange gevangenisstraffen. De Brabander moet minimaal twintig jaar celstraf uitzitten wegens het witwassen van drugsgeld.

Rechtshulpverkeer

Van Zutphen schrijft de bewindsman dat hij stukken uit het dossier in de Nederlandse strafzaak wil lezen. Volgens zijn woordvoerster richt zijn onderzoek zich vooral op het rechtshulpverkeer met Thailand. „Het gaat om mensenrechten”, zegt ze.

Het onderzoek van de Ombudsman valt slecht bij Justitie. Iedereen bemoeit zich met de lopende strafzaak terwijl de strafrechter nog een oordeel moet vellen, is het verwijt. Bij de rechtbank in Den Haag worden deze maand opsporingsambtenaren onder wie voormalig officier van justitie Lucas van Delft in een civiel getuigenverhoor uitgebreid over het onderzoek verhoord door een advocatenteam van Van Laarhoven. De advocaten willen vaststellen of het OM onrechtmatig heeft gehandeld door hun cliënt de facto ‘uit te leveren’ aan de Thaise justitie voor een delict dat in Nederland waarschijnlijk met een boete zou worden afgedaan.

Ook Tweede Kamerleden stellen bij voortduring vragen over het onderzoek en daar komt nu ook nog de Nationale Ombudsman bij. Het verzoek van Kamerleden aan minister Van der Steur om te kijken of de met een zwakke gezondheid kampende Van Laarhoven door hem naar Nederland kan worden gehaald, werd eerder deze week door de bewindsman schriftelijk van de hand gewezen.

Bij het OM maken ze zich ook steeds meer zorgen over de afloop van de strafzaak tegen Johan van Laarhoven. Hij is in twee jaar tijd in detentie in Thailand veertig kilo afgevallen.