Nationaal Rapporteur: straffen ontucht moeten duidelijker

Niet iedere rechter straft hetzelfde en de motivering voor de straf is vaak niet goed te volgen, staat in een rapport.

Archiefbeeld Corinne Dettmeijer. Foto Bart Maat / ANP

Rechters moeten beter uitleggen hoe ze tot hun straffen komen in ontuchtzaken met kinderen. Dat concludeert Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld Tegen Kinderen Corinne Dettmeijer in een woensdag verschenen rapport. Ook moet er meer lijn komen in de straffen die worden opgelegd, vindt de rapporteur, en moet er meer gebruik gemaakt worden van de wettelijke mogelijkheden om zwaarder te straffen. Nu krijgt 43 procent van de veroordeelden geen gevangenisstraf.

Dettmeijer stelt vast dat de rechter “zonder dat daar een patroon in is te ontdekken bepaalde factoren de ene keer wel en de andere keer niet betrekt in zijn strafmotivering, en identieke factoren bovendien op verschillende wijze waardeert”. Als voorbeeld wordt aangehaald dat de duur van het misbruik niet altijd van invloed is op de straf. Ook andere “voor de hand liggende strafmaatbeïnvloedende factoren”, zoals de relatie tussen de dader en het slachtoffer, blijken geen aantoonbare rol te spelen. Volgens Dettmeijer biedt de wet wel de mogelijkheid om op grond van dergelijke criteria zwaarder te straffen, maar wordt die onvoldoende benut.

Grote verschillen

In het rapport wordt gepleit voor een “landelijk kader” omdat de bestraffing in andere zaken dermate uiteenloopt, dat die voor rechters geen bruikbaar aanknopingspunt vormt voor de bepaling van de strafmaat. De factoren die van invloed geweest zijn op de uiteindelijke straf, moeten volgens Dettmeijer vervolgens zowel voor de daders als de slachtoffers beter duidelijk gemaakt worden. Factoren die een deel van de schuld bij het slachtoffer leggen moeten wat haar betreft in bepaalde gevallen niet van invloed zijn op de straf. Als voorbeeld noemt de de rapporteur de vraag of sprake was van dwang bij een seksuele relatie tussen een meerderjarige dader en een minderjarig slachtoffer.

Rapporteur Dettmeijer deed onderzoek naar zedenzaken waarbij kinderen betrokken waren, maar waarbij geen geweld is gebruikt of dwang is uitgeoefend. Voor dergelijke vergrijpen worden jaarlijks driehonderd mensen veroordeeld. Van hen krijgt 43 procent geen gevangenisstraf. De maximale straffen van zes tot twaalf jaar worden zelden opgelegd, blijkt uit de analyse van Dettmeijer.

Rechters zijn het oneens

De strafrechters zelf vinden niet dat hun vonnissen onduidelijk zijn. Michiel de Ridder, voorzitter van de strafrechterskoepel LOVS en zelf rechter, laat in een reactie weten dat rechters “zich er zeer van bewust [zijn] dat duidelijkheid van groot belang is voor de acceptatie van een uitspraak”. In de zogenoemde professionele standaarden, een document met “minimumnormen voor goede strafrechtspraak”, is dat om die reden expliciet vastgelegd.

De rechters vinden het ook geen goed idee om de bestraffing in dit soort ontuchtzaken meer op een lijn te brengen, zegt De Ridder:

“Juist bij deze gevoelige zaken is het extra belangrijk zorgvuldig naar de feiten te kijken en elke zaak op zichzelf te behandelen.”

Strafrechters werken nu met “oriëntatiepunten” om de straffen te bepalen. Die zouden volgens De Ridder voldoende zijn om straffen goed te bepalen.