Maak strafmaat geen tombola

nrcvindt

Acht jaar cel geëist en drie jaar opgelegd – nabestaanden bij verkeersmisdrijven moeten voorbereid zijn op vonnissen die geen compensatie vormen voor hun zware verlies.

In het verkeer hebben kleine fouten soms zeer grote gevolgen, die niet altijd noch volledig op één dader afgewenteld kunnen worden. Behalve met voorlichting aan slachtoffers kan daar vrij weinig aan gedaan worden. Wegverkeer is een ‘high risk’ omgeving waar een hoge mate van risicoaanvaarding bij alle weggebruikers bij hoort. Straf kan hooguit aanvullende compensatie zijn bij de uitkering van de verzekering, die dan ook verplicht is.

Wel zou het Openbaar Ministerie de verwachtingen niet op moeten schroeven met al te ambitieuze eisen – ook dat is een manier om tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht aan te kijken. Gisteren werd in de A-2 zaak geen opzet maar wel zware schuld bewezen bij de automobilist die in een (zelf uitgelokte) psychose een inzittende van een andere auto dood reed en er vijf zwaar verwondde. De dader is in dit geval juist wel veel te verwijten, maar hij was niet de weg opgegaan met het plan een ander te doden. Verkeersmisdrijven zijn typisch zaken waarin de subjectieve interpretatie van de feiten en omstandigheden van het geval noodzakelijkerwijs de doorslag geven – rechterlijke oordelen blijven mensenwerk.

Dat geldt ook het onderscheid tussen moord en doodslag, waarin van strafrechters door de Hoge Raad een steeds gedetailleerdere beoordeling van het element ‘voorbedachte rade’ wordt gevraagd. Ofwel ‘tijd en gelegenheid om na te denken’ voordat de andere persoon om het leven wordt gebracht. Is daarvan sprake dan is het moord, dat tot levenslang kan leiden. Zo niet dan is het doodslag, met (nu nog) 15 jaar als maximum. Strafrechters moeten dus zien vast te stellen of iemand in een opwelling handelde of niet; maar hoe kun je dat achteraf weten? Wie kan met absolute zekerheid iemands gedachtengang en daaruit volgend gedrag reconstrueren? Daarin dreigt willekeur. Uit een onderzoek naar levensdelicten tussen 2011 en 2013 door NRC bleek dat in 40 procent van de dossiers rechtbank en hof tot verschillende interpretaties kwamen. Meestal werd moord in hoger beroep afgewaardeerd tot doodslag, met lagere straffen. Dat maakt inmiddels de indruk van een tombola. Nu is een zekere mate van subjectiviteit in rechterlijke oordelen een gegeven, en ook acceptabel. Maar als de gevolgen in strafmaat zó groot zijn dan dreigt verlies aan gezag. Dat het kabinet de strafmaat voor doodslag dan ook wil verhogen kan het evenwicht herstellen – en het onderscheid tussen moord en doodslag weer relativeren. Wat trouwens precies aansluit bij de maatschappelijke perceptie.