Het principiële bezwaar tegen donorregistratie blijft bestaan

©

Met de kleinst mogelijke meerderheid heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel over orgaandonatie van D66 verrassend aanvaard. De uitslag – 75 stemmen voor, 74 tegen – was het gevolg van een hoofdelijke stemming waarbij zeven van de veertig leden van de VVD-fractie voor het voorstel stemden.

Een hele krappe overwinning dus. Was de andere helft van de fractie van de Partij voor de Dieren, Frank Wassenberg, bij de stemming aanwezig geweest, dan zou deze tegen hebben gestemd en was de wet niet aangenomen.

We spraken met iemand op de wachtlijst voor een nier: ‘Mensen hebben kans op een beter leven, een tweede leven’

Of de wet het Staatsblad werkelijk zal halen, is nog uiterst onzeker. In de Eerste Kamer is het opnieuw de VVD die de doorslag zal moeten geven. Verloopt het debat in de senaatsfractie van de liberalen op dezelfde wijze als in de Tweede Kamer, dan hangt het er vanaf hoeveel VVD-ers hun stem aan de wet zullen geven. Tot dit moment is de aanvaarding van de wet vooral een nieuwe illustratie van de sterkere rol die het parlement deze regeerperiode voor zichzelf heeft weten op te eisen.

De kern van de initiatiefwet is kort gezegd dat het huidige donorsysteem verandert van een ‘nee, tenzij’ in een ‘ja, mits’ systeem. Dit moet het nijpend tekort aan donoren terugdringen. Mensen die niet, zoals in het huidige stelsel, nadrukkelijk hebben aangegeven na hun dood geen organen ter beschikking te willen stellen worden geacht donor te zijn. In een laatste poging nog voldoende steun voor haar wet te krijgen heeft initiatiefneemster Pia Dijkstra (D66) in de slotronde de formuleringen in haar voorstel aangepast. Degene die niets laat horen, wordt niet geacht ‘ja’ te hebben gezegd, maar ‘geen bezwaar’ te hebben. Dit biedt nabestaanden eenvoudiger de mogelijkheid eventueel bezwaar te maken.

Hiermee wordt deels geanticipeerd op het principiële bezwaar dat ook de Raad van State van het begin af aan heeft geuit. Het voorstel botst met artikel 11 van de Grondwet waarin het recht op onaantastbaarheid van het lichaam is verankerd. De kernvraag is of het zelfbeschikkingsrecht mag worden opgeofferd voor het hogere doel om meer donoren te krijgen en dus mensenlevens te redden. De nabestaanden hierin een grotere rol geven haalt de scherpste randen van het voorstel af maar lost niet het principiële punt van de zelfbeschikking op.

Zoals meestal bij zaken waar het gaat om leven en dood is dit een zeer zware afweging. Mensen moeten zelf kunnen beslissen of zij na hun dood organen willen afstaan. Het is te hopen dat zoveel mogelijk mensen dit zullen doen. Maar wel vrijwillig op basis van een zelfgemaakte keuze.