Het gaat goed hier. Dat kan zo niet blijven doorgaan

Hans Mommaas

Het milieu en de economie staan op een keerpunt, zegt de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. Nederland kan weer een gidsland worden.

Hans Mommaas, directeur Planbureau voor de Leefomgeving.

De „kernboodschap” van de deze woensdagavond verschenen tweejaarlijkse Balans voor de Leefomgeving is dat het „kleine, alledaagse leefklimaat” redelijk gunstig is, zoals de kwaliteit van lucht en water, de bereikbaarheid van steden en afvalscheiding. „Dat zit allemaal wel goed”, zegt Hans Mommaas. Ook wat betreft quality of living scoort Nederland, samen met de Denen, de Zweden en de Zwitsers, heel hoog in Europa. „Dat zegt wat.”

Met de „grote, mondiale” leefomgeving gaat het minder goed, meldt de directeur van de Planbureau voor de Leefomgeving in Den Haag. „Dan hebben we het over klimaatverandering en over de natuur en biodiversiteit. Nederland loopt qua hernieuwbare energie achter in Europa. We maken te ruim gebruik van grondstoffen.”

Het rapport, een breed overzicht van hoe Nederland ervoor staat, wekt het beeld van een land dat ijverig z’n tuintje aanharkt, maar niet in de gaten heeft dat het tuintje binnenkort volledig kan zijn weggespoeld door een stortbui zonder weerga. „We leven in een dichtbevolkte delta”, zegt Mommaas. „Dat gaat ten koste van die delta. Ook mondiaal. De middenklasse groeit. Als iedereen wil leven zoals wij leven, hebben we twee nieuwe aardes nodig.”

Nederland kan niet in z’n eentje de klimaatverandering stoppen.

„We willen de opwarming van de aarde binnen twee graden Celsius houden. Ook Nederland moet die afspraak nakomen. Sterker: je doet er als land goed aan een voortrekkersrol te nemen. Dat komt je economisch beter uit.”

Is dat zo? Bestaat er niet zoiets als een remmende voorsprong?

„Het bedrijfsleven ziet dat niet zo. Bedrijven zien Nederland als een soort innovatieve thuismarkt. Je hebt een veeleisende thuismarkt nodig om te komen tot innovaties, die je vervolgens wereldwijd kunt verkopen. Zoals bij waterzuivering: de ontwikkeling van duurzame gewassen in Wageningen. En de scheiding en verwerking van afval. Je moet als overheid niet alleen zorgen voor een level playing field, een gelijk speelveld, en met de grijze massa meelopen. Je moet voorop lopen en de omslag maken naar een koolstofarme economie.”

U wilt dat de overheid ‘regie’ neemt.

„De overheid moet kaders scheppen. Richting geven. Doelen voor emissies stellen. De opgave is groot. Door die opgave maatschappelijk breed te delen, komen bedrijven tot innovaties. Bedrijven als Unilever en DSM, land- en tuinbouworganisaties en projectontwikkelaars vragen om richting. Visie. Omdat die richting hen in staat stelt beslissingen te nemen over waarin ze moeten investeren.”

U slaakt een cri de coeur over de landbouw in Nederland. Is het erg?

„Er moet iets gebeuren. De landbouw heeft z’n stinkende best gedaan om emissies van schadelijke stoffen te verminderen. Er is stevig geïnvesteerd in duurzame productie. Dat is logisch, want we zijn het tweede voedselexporterende land ter wereld. We lopen voorop met agrarische kennis en die kennis exporteren we. Maar we constateren dat in Nederland de daling van schadelijke emissies stagneert. En wat fijnstof betreft zelfs weer groeit. Terwijl de biodiversiteit een probleem blijft. Dat is niet meer houdbaar. We moeten naar een trendbreuk. We zijn gidsland geweest in de naoorlogse agrarische revolutie. We zouden nu weer gidsland kunnen zijn in de verduurzaming daarvan.”

Hoe?

„Je moet de landbouw bevrijden uit de spagaat van enerzijds de economische race to the bottom met kiloknallers en anderzijds de toenemende milieueisen. Die draai zijn we al aan het maken. Mensen willen weten waar hun voedsel vandaan komt. De landbouw moet rekening houden met de natuur. Dat betekent dat we simpelweg meer moeten gaan betalen voor ons voedsel. Met die hogere opbrengst kunnen boeren gaan investeren. Zodat ze draagvlak in de samenleving krijgen en de drager worden van het landschap in plaats van een bedreiger daarvan. Eerlijke prijzen voor een eerlijk product.”

U signaleert ruimtelijke verschillen in welvaart. Hoe dramatisch is de trek naar de steden?

„Ooit trok de industrie naar het platteland omdat daar goedkope arbeidskrachten waren. De boerenknechten wilden de fabriek wel in. Inmiddels hebben we een kennis- en diensteneconomie. Die zit in de stad. Daar zitten de mensen. Daar zitten de universiteiten en hogescholen. De verliezers zijn regio’s met steden die niet mee kunnen. Dat is ruimtelijke ongelijkheid. Dus is de discussie: wat doe je daar mee?”

De Rijksdiensten naar Groningen verhuizen of zoiets?

„We hadden vroeger een spreidingsbeleid. Een industriebeleid. En we hadden een ijzersterke verzorgingsstaat die een ruimtelijke verdeling van het inkomen garandeerde, via subsidies en bijstandsuitkeringen. Inmiddels is er geen spreidingsbeleid en industriebeleid meer, en is er bezuinigd op herverdeling van de welvaart. Daardoor zijn de ruimtelijke tegenstellingen vergroot. Wij zeggen: let daarop, want daar kan maatschappelijke onvrede uit voortkomen. Denk na over onderwijs en arbeidskansen. Over een economie die ook in andere delen van het land positief kan uitwerken. De maakindustrie moet terug. Dat gaat over beroepsonderwijs. Over mensen die met hun handen kunnen en willen werken.”

U bepleit een circulaire economie. Dat klinkt vaag. Wat staat u voor ogen?

„Ecodesign bijvoorbeeld. Ontwerp spullen zo, dat onderdelen opnieuw kunnen worden gebruikt. Een modulaire telefoon waarvan je onderdelen vervangt in plaats van die na verloop van tijd weg te gooien. Langer houdbare producten, die gemakkelijker te vervangen zijn. Spullen in bruikleen nemen van de producent. Ook hierbij kan Nederland stappen zetten. We lopen nu al voorop in de afvaleconomie. Nu moeten we verder. Voorbij afval.”

Wat is het doel van dit alles?

„Het voorkomen van schaarste aan grondstoffen, en van geopolitieke spanning en afhankelijkheid vanwege die grondstoffen. Het beperken van de klimaatverandering.”

Verwacht u dat de verkiezingscampagne hierover gaat?

„Ik heb daar vertrouwen in. We zoeken naar kansen voor nieuwe economische ontwikkeling. Onze groei zweeft tussen de 1 en 2 procent. We moeten iets anders doen. We hebben de kans gemist bij de interneteconomie, die is naar Amerika gegaan. Nu hebben we een nieuwe kans. Wij zitten als Nederland perfect. We zijn goed in voedsel. In handel. In waterbeheer. In ruimtelijke ordening. We hebben de randvoorwaarden om deze stap te zetten.”

De vier belangrijkste thema’s uit het rapport

Klimaat

Stad vs. land

Landbouw vs. natuur

Circulaire economie