Harde woorden in coupdebat

Turkije

De Kamer besprak de nasleep van de Turkse coup. Het werd een debat over wat Nederland tot Nederland maakt.

Er vielen termen als stuitend, dieptepunt, een parlementslid onwaardig, en ‘quasi fascistisch’. Dat alles gelardeerd met verontwaardiging. Over de premier die „pleur op” had geroepen tegen Nederlandse Turken. Verontwaardiging ook over het collega-Kamerlid van Turkse origine dat geen afstand wilde nemen van de Turkse president Erdogan.

Volgens de agenda van de Tweede Kamer was het een debat over „de nasleep van de legercoup in Turkije”. Maar het was tot dinsdagavond laat al heel snel een debat over, zoals premier Rutte constateerde, „wat Nederland tot Nederland maakt”. De vraag die zo nadrukkelijk aan de orde is gekomen na de reacties in Nederland op de ontwikkelingen in Turkije als gevolg van de mislukte militaire coup van 15 juli.

Sindsdien zijn bij de Nederlandse politie – in meerderheid in Rotterdam – 175 aangiften gedaan van bedreiging, intimidatie en geweld. Circa 600 kinderen zijn sinds deze zomer van scholen uitgeschreven als gevolg van spanningen in de Turks-Nederlandse gemeenschap. En de spanningen zijn nog niet voorbij. Wat het kabinet hieraan ging doen, was de terugkerende vraag in het debat.

Het antwoord van premier Rutte: wat in dertig jaar is misgegaan, kan niet met één druk op de knop worden hersteld: het integratiebeleid heeft voor een deel van de Nederlandse Turken gefaald. Met als gevolg dat het Turkse conflict zich in Nederlandse steden afspeelt. „Waar het Nederlands kabinet zwijgt, spreken de Turken”, zei ChristenUnie voorman Gert-Jan Segers. „Het ontbreekt de Turkse gemeenschap aan gezamenlijke waarden”, zei PvdA-fractievoorzitter Samsom. „Wij zijn hier de baas”, poneerde zijn VVD-collega Zijlstra.

Naarmate het debat vorderde diende de mislukte militaire coup voor de meeste fractievoorzitters steeds meer als stootkussen om hun eigen punten voor binnenlands gebruik te maken. Dat ondervond vooral het Kamerlid Kuzu die met zijn partij Denk de verkiezingen in wil gaan. Hij had slechts twee minuten spreektijd maar werd door al zijn collega’s zwaar aangevallen waardoor hij veel langer achter het spreekgestoelte kon staan en onverstoorbaar antwoordde. Kuzu weigerde een veroordeling uit te spreken over de reactie van de Turkse president Erdogan. Geen kritische woorden over de 100.000 mensen die sindsdien waren ontslagen of geschorst. „De noodtoestand was afgekondigd”, luidde zijn verweer. PVV-leider Wilders – die het overigens jammer vond dat de coup was mislukt– zag de houding van Kuzu als bewijs voor zijn stelling dat dubbele nationaliteit verboden moet worden. „U praat hier namens Turkije”, beet hij Kuzu toe.

De meeste Kamerleden hadden kritiek op de woorden „pleur op” die premier Rutte had gebruikt. Maar in het debat weigerde Rutte hier afstand van te nemen. Volgens hem dacht 99 procent van de Nederlanders er net zo over.

Minister Lodewijk Asscher (Integratie, PvdA) gaf toe dat hij andere woorden zou hebben gekozen. Hij geeft de voorkeur aan: „Schaam je! Ben je niet goed opgevoed?”