Fotograaf reist naar het einde van de wereld

Reisfotografie

Het Nationaal archief toont 235 afdrukken van reisfoto’s uit de afgelopen 150 jaar. Van 19e-eeuwse avonturiers tot bekende namen van nu.

Luc Timmers, ‘Onderweg, Italië – Zwitserland, 1960 -1970’ Foto Nationaal Archief ©

‘In godsnaam, zorg voor mijn mensen.” Het waren de laatste woorden die de Britse ontdekkingsreiziger John Falcon Scott in zijn dagboek schreef voordat hij en zijn twee expeditieleden stierven in een tentje in de ijzige kou van Antarctica. Het was 1912, en Scott was met zijn team op de terugreis na een onfortuinlijke missie om als eerste de Zuidpool te bereiken. Na jaren van voorbereidingen was het uiteindelijk de Noor Roald Amundsen die hem met een maand versloeg. De Noorse vlag stond al fier te wapperen in de blanke sneeuw toen Scott arriveerde en er was een brief met toestemming om een achtergelaten tent te gebruiken en de wens voor een behouden terugreis.

Onderweg

Herbert Ponting was vanwege zijn ervaring als reisfotograaf en fotojournalist benoemd tot officiële fotograaf van de expeditie en vertrok in 1910 met het zeilschip Terra Nova naar wat wel het einde van de wereld leek. Toen Scott en zijn mannen aan hun fatale waagstuk begonnen, reisde Ponting alweer terug naar de bewoonde wereld, met 1.700 glasplaten en uniek filmmateriaal in zijn bagage, met beelden van een magistraal wit landschap en de bemanning aan boord en in het basiskamp op Kaap Evans.

Speciaal zijn de foto’s die Willem van de Poll maakte van de joodse wijk in Warschau - die zou kort erna niet meer bestaan.

Een aantal van die foto’s is nu te zien in de tentoonstelling Onderweg – Met de fotograaf op reis in het Nationaal Archief in Den Haag: mannen op houten ski’s in een onmetelijke ijsvlakte, Kapitein Scott in zijn hut terwijl hij in zijn dagboek schrijft, en natuurlijk het beeld van die enorme ijsgrot, dat een icoon werd voor de heroïsche tijd van de poolexpedities.

Schatten van Het Nationaal Archief

Het Nationaal Archief, dat met 15 miljoen foto’s de grootste fotocollectie van Nederland beheert, maakte voor deze tentoonstelling een selectie van 235 originele afdrukken uit de afgelopen 150 jaar. Het toont daarmee een glimp van de enorme reikwijdte van de verzameling: van negentiende-eeuwse avonturiers als Alexine Tinne (foto’s uit Algiers) tot bekende namen als Ed van der Elsken (Centraal-Afrika), Cas Oorthuys (Congo) en Eddy Posthuma de Boer (Moskou) en buitenlandse fotografen als Henri Cartier-Bresson (China) en Robert Capa (Sovjet-Unie). Speciaal zijn ook de foto’s die Willem van de Poll in 1934 maakte in de oude joodse wijk in Warschau, nog voordat Roman Vishniac er naam mee zou maken. De foto van een blinde man, jongens in traditionele joodse kledij en de feestelijke, zomerse beelden van een dagje in het park zijn historisch van grote waarde – de joodse cultuur in Polen zou kort daarna al niet meer bestaan.

Sinds het Nationaal Archief in 2013 haar onderkomen naast het Centraal Station in Den Haag grondig vernieuwde, is er meer nadruk komen te liggen op het tonen van de eigen collectie. Na Blikvangers in 2014, waarin het publiek voor de eerste keer kennis kon maken met de fotoverzameling, kunnen bezoekers nu voor de tweede keer zien welke schatten hier worden bewaard. En met een archief van 15 miljoen foto’s, waarvan nu pas 1,2 miljoen digitaal toegankelijk is, valt hier geheid in de toekomst nog bijzonder materiaal te ontdekken.