De hoogste, de grootste, de dikste

Rotterdam en Den Haag krijgen fantasieloze torens. Christiaan Weijts hoopt dat de restaurants er goed zijn.

©

Toen de Eiffeltoren net gebouwd was, ging Guy de Maupassant er graag lunchen: het was de enige plek in Parijs waar hij dat afzichtelijke ding niet hoefde te zien.

Op dezelfde manier hoop ik dat de Rotterdamse Zalmhaventoren en de Koningin Julianatorens voor station Den Haag Centraal straks goede restaurants krijgen. Want laten we eerlijk zijn: echte oogappeltjes zijn het niet. Die Rotterdamse toren, waar de gemeenteraad afgelopen week mee instemde, wordt een 215 meter hoge epigoon van het Empire State Building. En de Haagse torens zijn al even fantasieloze gestapelde blokken.

Van De Maupassant kun je nog zeggen dat hij zich vergiste: hij dobberde nog rond in een esthetiek van de negentiende eeuw terwijl de architectuur alvast vooruit was gekropen naar de twintigste. Pas honderd jaar later kon Roland Barthes de Eiffeltoren zien als „onvermijdelijk in het grote domein van de dromen”, als „het pure teken” dat „alles betekent”.

Onze nieuwe Randstedelijke torens doen precies het omgekeerde. Die doen halsstarrig alsof er nooit een eenentwintigste eeuw begonnen is en imiteren de Amerikaanse skyscrapers van voor de oorlog. De Zalmhaventoren wordt een robuuste moloch met een panoramaterras en een lange mast bovenop. De Julianatorens worden het magnum opus van stenenstapelaars die te lang hebben doorgekleuterd. Fantasieloze klompen middelmaat, grijze volumes die elkaar onophoudelijk nadoen en spiegelen: het loze teken, dat niets, absoluut niets meer betekent.

Het is niet dat er geen vooruitstrevendheid en creatieve vindingrijkheid meer bestaan onder torenbouwers. Onze eigen Mark Hemel ontwierp in het Chinese Guangzhou een toren in een spectaculaire spiraalvorm. Kijk in Moskou of in Dubai, naar de waanzinnige torens van Zaha Hadid. Ze spatten en suizen, ze kronkelen, golven en bliksemen: ze dansen. Wild en soepel zingen ze zich de nieuwe eeuw binnen en je bek valt erbij open.

En wij? Wij maken blokkentorens. Al drie jaar moeten Rotterdammers tegen een log en lomp kantoorcomplex van Rem Koolhaas aan kijken, en straks dus tegen een toren die de Euromast overstijgt. Want ja, het wordt wel ‘het hoogste gebouw van Nederland’.

Een paar uur na het neerhalen van de Twin Towers verklaarde Donald Trump dat zijn toren nu de hoogste van New York was. Het lukt me niet goed om het gepaste medelijden op te brengen met al die kleine-pikjes-compensatiezoekers, de ego-etaleurs en de vérplassers. De hoogste, de grootste, de dikste. Maar als het even kan wel de goedkoopste. God zegene de rechtlijnige bouwsels uit rechtlijnige hoofden. De hanteerbare volumes die bestuurders kunnen nummeren en die heel gemakkelijk af te nemen zijn met één doekje.

Dat de binnensteden erdoor veranderen in tochtige windtunnels waar het verkeer in vastloopt interesseert ze geen zier. Zolang ze maar de grootste hebben.

O, die restaurants zullen verdraaid goed moeten zijn.