De inflatie van authentiek eten

Wat eten we? Ooit viel het publiek voor de foodtrucks waar je originele gerechtjes kon kopen, maar van die authenticiteit is weinig meer over.

Foto Berlinda van Dam/HH

Vandaag eten we curry van Conimex. Omdat de schijn van authenticiteit al authentiek genoeg is.

Als je curry bestelt op foodtruckfestival de Rollende Keukens, verwacht je dat die is gemaakt door Thaise chefs, en niet door Conimex. Na het Amsterdamse evenement bleek volgens de organisatie het tweede. In de ‘Hurry for Curry-foodtruck’ werden curry’s van Conimex geserveerd, maar dat stond er niet bij vermeld.

Met Hurry for Curry hadden ze ‘het Paard van Troje’ binnen gehaald, vond Stichting Rollende Keukens. Ze „voelde zich genaaid”, eiste 100.000 euro van Unilever en dreigde met een rechtszaak. „De arrogantie van zo’n bedrijf.” Ze hebben vorige week met Unilever om de tafel gezeten, zegt Igor Sorko, een van de organisatoren. Wat eruit is gekomen wil hij niet zeggen.

Rollende Keukens begon tien jaar geleden met een paar busjes in het Amsterdamse Westerpark en werd snel groot – dit jaar trok het eetfestijn zo’n 100.000 bezoekers. Toen foodtrucks hip werden, kwamen de grote merken, de Unilevers van deze wereld. Bedrijven die op een foodfestival geen geld hoeven te verdienen om het hoofd boven water te houden, maar het vooral aangrijpen om hun merk uit te venten. Op Utrecht Kookt stonden afgelopen weekend ook foodtrucks van Aviko en Albert Heijn. Foodtruckfestivals – tot in Ede en Oirschot worden ze gehouden – zijn mainstream geworden.

Het publiek viel ooit voor die grappige busjes waar jonge eenpitters hun originele gerechtjes verkochten. Van die authenticiteit is op de meeste festivals weinig meer over. Het is de schijn van authenticiteit waarmee grote bedrijven hun waar verkopen.

De eigenaar van toettoetfood.nl zag het al aankomen: “Foodtrucks zijn een hype en dit zijn de hoogtijdagen”

We kiezen liever voor de sympathieke kleine speler dan voor de grote industrie, zegt consumentenpsycholoog Patrick Wessels. Kijk naar de ‘slaafvrije’ chocolade van Tony’s Chocolonely. Het bedrijf dat tien jaar geleden werd opgericht had vorig jaar een omzet van bijna achttien miljoen euro en in Nederland een marktaandeel van bijna negen procent. Allang niet meer klein of authentiek – al teren ze nog steeds op dat imago.

„Food is Fashion geworden”, zo verklaart Igor Sorko de hang naar authentiek eten. Voedingsdeskundige Louise Fresco schrijft in haar boek Hamburgers in het Paradijs: ‘Wie tijd heeft omdat hij niet de hele dag bezig is met overleven, zoekt naar beleving en zingeving.’ Die vindt je nu eenmaal minder snel in producten van Unilever en Procter & Gamble.

Ook supermarkten snappen die behoefte van consumenten. Zo gaf Albert Heijn een paar maanden geleden de AH Pilsner een nieuw uiterlijk en kwam met Brouwers bier, ‘geïnspireerd door liefhebbers’, met op de verpakking een authentieke brouwketel. Deze pils verkoopt beter dan die met het oude etiket, zegt een woordvoerder.

We sympathiseren weliswaar met kleine producenten, maar we zijn snel tevreden. Want authenticiteit kost geld. De echt ambachtelijke producten van kleine zaakjes zijn vaak duurder dan hipsterversies van de grootmachten. Dan toch maar Brouwers bier (50 cent) in plaats van Flink blond van Brouwerij ’t IJ (1,99 euro). Als het er goed uitziet, smaakt het al snel beter. Op de Rollende Keukens hoorde je dan ook niemand klagen dat er Conimex op het menu stond.