‘Cameron is mede-schuldig aan de chaos in Libië’

Rapport Een onderzoek van het Britse Lagerhuis is vernietigend over de interventie in Libië. Oud-premier Cameron liet zich meeslepen door Sarkozy en hield geen rekening met de opkomst van extremistische islamitische groepen.

Toenmalig premier David Cameron tijdens een bezoek aan het Libische Tripoli in 2011. Foto Stefan Rousseau/Reuters

De toenmalige Britse premier David Cameron ging in 2011 over tot militaire interventie in Libië zonder deugdelijke inlichtingen, zonder een plan voor de toekomst en zonder het gevaar van de opkomst van militante islamitische bewegingen op waarde te schatten. Dat is het oordeel van een onderzoek van de Britse Lagerhuiscommissie voor Buitenlandse Zaken, dat vandaag is gepresenteerd.

In maart 2011 besloot Cameron tot bombardementen op Libië. Het doel was om de burgerbevolking te beschermen tegen de oprukkende troepen van Gaddafi. De Libische leider had aangekondigd Benghazi aan te vallen, dat toen in handen van rebellen was. Cameron oordeelde dat militair ingrijpen nodig en gelegitimeerd was. Er lag een resolutie van de VN-Veiligheidsraad en de bewoners van Benghazi zaten volgens de toenmalige premier in de val. Eerder dit jaar zei Cameron ter verdediging van zijn besluit:

„Gaddafi dreigde zijn eigen mensen af te schieten als ratten.”

Die conclusie was te voorbarig oordeelt de parlementaire commissie, voorgezeten door Crispin Blunt, een partijgenoot van Cameron. „De regering zag niet in dat de dreiging voor de burgerbevolking overschat werd”, oordeelt de commissie. Bovendien liet de regering Cameron zich te ver meevoeren, aldus het rapport.

„Een beperkte interventie om burgers te beschermen verschoof naar een beleid om regimewisseling te bewerkstelligen met militaire middelen.”

Goed contact Gaddafi

De internationale lobby om in te grijpen en de militaire operatie werden geleid door Frankrijk en de toenmalige Franse president Sarkozy. „Gaddafi moet weg”, verkondigde hij al in februari 2011.

Cameron heeft zich in zijn besluitvorming te veel laten leiden door Sarkozy, concludeerden de parlementsleden. Zijn regering had moeten trachten andere middelen in te zetten. Voormalig premier Tony Blair had goed contact met Gaddafi. Onder Blair haalde het Verenigd Koninkrijk de banden met Libië weer aan, nadat Libië decennialang als terreurstaat werd behandeld na de aanslag op de Boeing van Pan Am boven het Schotse Lockerbie in 1988.

Blair sprak in 2011 met Gaddafi. In januari openbaarde de voormalige premier de gespreksverslagen van zijn telefoontjes met Tripoli. „Als de leider een stap opzij doet en naar een veilige plek gaat, kan deze situatie vreedzaam opgelost worden”, suggereerde Blair aan Gaddafi. De commissie oordeelt dat Cameron gebruik had moeten maken van deze open lijn.

De commissie, waar leden van Labour, de Conservatieven en de Scottish National Party zegt over de consequenties van de aanval:

„Het gevolg was politieke en economische ineenstorting, interne strijd, een humanitaire crisis, een migratiecrisis, grootschalige schending van mensenrechten, de verspreiding van wapens van Gaddafi in de regio en de opkomst van Islamitische Staat in Noord-Afrika.”

Met andere woorden: de jaren van chaos en geweld in Libië staan voor een belangrijk deel op het conto van Cameron. Hij moet zich verantwoorden; hij zei altijd dat hij in Libië de fouten van Blair in Irak niet heeft herhaald. Maandag kondigde hij aan uit het Lagerhuis te stappen om voor opvolger Theresa May „geen constante afleiding te zijn”. Dat lijkt nu een vlucht naar voren om de politieke gevolgen zo veel mogelijk te beperken.