Wat willen de lidstaten zonder de Britten?

EU-top Bratislava Commissie-voorzitter Juncker deed woensdag een bedekte oproep aan de lidstaten om nu eens zelf te komen met een ‘positieve agenda’. Nieuw: hij sprak kalm en beheerst.

Voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie riep de lidstaten woensdag er in zijn jaarlijkse Staat van Unie toe op zelf met voorstellen te komen voor een „positieve agenda”. Foto FREDERICK FLORIN /AFP

Europese regeringsleiders willen zich vrijdag tijdens een top gaan herpakken na de schok van de Brexit. De bijeenkomst, de eerste zonder de Britten, heeft een informeel karakter, beslissingen nemen is niet aan de orde – en misschien is dat maar goed ook. „Het zou al geweldig zijn als de leiders er gewoon een leuke dag met elkaar van weten te maken”, zegt een hoge EU-ambtenaar.

Sinds het Britse besluit om op te stappen, is de al langer sluimerende richtingenstrijd tussen EU-landen opgelaaid. De drie breukvlakken: tussen landen die het vertrek van de altijd wat dwarse Britten zien als een kans en pleiten voor méér Europese integratie, en landen die terugverlangen naar nationale soevereiniteit. Tussen Noord- en Zuid-Europa, op het gebied van economische vraagstukken. En tot slot tussen oost en west, rondom migratie en de weigering van vooral Oost-Europese landen om vluchtelingen op te nemen.

Wat iedereen gemeen heeft: een haast panische angst voor oprukkend populisme en op drift geraakte kiezers. „Nooit eerder heb ik nationale regeringen gezien die zo verlamd zijn door een mogelijke nederlaag bij de volgende verkiezingen”, zei Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, woensdagochtend in Straatsburg tijdens zijn jaarlijkse toespraak over de Staat van de Unie. En verkiezingen zijn er het komende jaar ten overvloede, onder meer in Frankrijk, Duitsland, Nederland en Oostenrijk.

Lees hier de hoogtepunten van de jaarlijkse toespraak van Jean-Claude Juncker terug: Commissievoorzitter Juncker pleit voor militair EU-hoofdkwartier

Gedoe in Europa kan niemand er echt bij hebben. Europees ‘president’ Donald Tusk roept leiders en EU-instituties niet voor niets al weken op om het hoofd koel te houden en escalatie uit de weg gaan. „Het doel van de top is om stabiliteit en hoop terug te brengen in een door vele crises geplaagde EU”, zei een hoge EU-functionaris woensdag. Dat kan alleen als de 27 EU-leiders vrijdag eensgezind zijn en duidelijk maken dat er voor de EU ook leven is na de Brexit.

Een heel andere Juncker

Aan Juncker zal het niet liggen. Hij stelde zich woensdag uitzonderlijk constructief, zo niet nederig op. De Commissie doet meestal alleen maar wetsvoorstellen en neemt zelf geen besluiten – dat doen landen zelf. Maar afgelopen jaar lag Juncker geregeld op ramkoers met hoofdsteden. Bijvoorbeeld tijdens de vluchtelingencrisis, toen hij eindeloos hamerde op de noodzaak van ‘migratiequota’ en ‘verplichte solidariteit’. Dat mislukte niet alleen, het droeg ook bij aan de nu ontstane verdeeldheid.

De Juncker die woensdag in het Europarlement stond was een hele andere: hij zei dat solidariteit „uit het hart” moet komen en „niet kan worden afgedwongen”. En hij benadrukte dat het geenszins zijn bedoeling is om de natiestaten die samen de EU vormen te laten opgaan „een kleurloze Europese melting pot”.

„Ja, vaak zijn we het niet met elkaar eens, soms vechten we, maar we vechten met woorden en we lossen onze meningsverschillen op aan tafel, niet in de loopgraven.”

Een jaar terug liet Juncker nog bozig zijn tekst varen, begon hij wild te improviseren en beperkte hij zich vooral tot één onderwerp: de vluchtelingencrisis. Ditmaal sprak hij kalm en beheerst, kort (minder dan een uur) en liet hij zijn niet altijd door iedereen begrepen cynische humor achterwege. Hij beloofde een „positieve agenda” te zullen voeren en lichtte vooral onderwerpen uit waarover wél overeenstemming bestaat, zoals de strijd tegen het terrorisme, intensievere militaire samenwerking, de bewaking van de Europese buitengrenzen, extra investeringen en de vervolmaking van de interne EU-markt.

Ook gaf hij een feitelijke, niet triomfalistische opsomming van alles wat het afgelopen jaar wél gelukt is, al het doemdenken ten spijt, zoals de oprichting van een Europese grens- en kustwacht en de totstandkoming van een wet op het terrein databescherming. Controversiële onderwerpen, zoals migratie, gaf hij minder aandacht.

Onderliggende boodschap

Maar Juncker zou Juncker niet zijn als zijn speech niet ook een onderliggende boodschap zou hebben. Die was duidelijk gericht aan de EU-leiders die vrijdag bijeenkomen: we weten wat jullie niet willen, maar zeg dan ook eens keer wat je wél wil. Een boodschap die sterke overeenkomsten vertoont met die van Tusk. In een woensdag gelekte brief aan de leiders schrijft de Europees ‘president’ dat nationale regeringen boter bij de vis moeten doen als ze inderdaad van mening zijn dat EU-instituties niet meer macht moeten krijgen.

„Vandaag de dag wordt de EU vaak behandeld als een noodzakelijk kwaad, en niet als een gemeenschappelijk goed”, aldus Tusk. De „constante aanvallen op de Unie, die soms gerechtvaardigd zijn, maar vaker dienen als een gemakkelijk excuus voor het eigen falen” moeten ophouden. Roepen dat Brussel minder bevoegdheden moet krijgen, betekent zelf meer verantwoordelijkheid nemen. Aan de slag.