AH: franchisers willen wel de winst, niet de risico’s

Supermarkt

Albert Heijn en zijn franchisers troffen elkaar dinsdag voor de rechter. De ondernemers zeggen veel geld mis te lopen, AH ontkent dit met klem.

Foto Jasper Juinen / Bloomberg

Franchisers kunnen „een goede boterham” verdienen bij Albert Heijn, zeggen de advocaten van AH. Bij die supermarktketen kunnen ze een beter rendement behalen dan bij concurrenten.

Door een rechtszaak aan te spannen tegen Albert Heijn brengen de franchisers het bestaansrecht van zelfstandig ondernemen in gevaar, stellen de advocaten van de grootgrutter uit Zaandam in hun pleitnota. De „gigantische bijdrage” waar de ondernemers op uit zijn, leidt ertoe dat franchisewinkels voor AH „niet langer rendabel” zijn.

Dinsdag troffen de franchisers en AH elkaar voor de rechtbank in Haarlem. Het conflict, dat zich al jaren voortsleept, draait om de interpretatie van de franchiseovereenkomst. De circa 220 franchisers, die bijna eenderde van de in totaal 850 AH-vestigingen runnen, zijn ervan overtuigd dat zij veel geld mislopen doordat AH trucs uithaalt. Het zou gaan om circa 2 miljoen euro per winkel, over de periode vanaf 2008. De supermarkt ontkent dit met klem.

In hun pleitnota gaan de advocaten van AH uitvoerig in op het franchisemodel. De ondernemer betaalt aan AH een fee van 3 procent over zijn omzet, om onder de AH-vlag zelfstandig een supermarkt te mogen exploiteren. Zijn producten koopt hij in via AH en daarbovenop betaalt hij een vergoeding voor logistiek en distributie.

Het geschil draait om de ‘onverdeelde marge’, een begrip dat door de franchisers en AH verschillend wordt uitgelegd. Volgens Albert Heijn gaat dit uitsluitend over de omzetpremies en -bonussen die de supermarkt van leveranciers krijgt. Die bonussen worden aan het eind van het jaar uitbetaald en met terugwerkende kracht onder de franchisers verdeeld. „Franchisenemers krijgen dan alsnog terug wat zij in feite te veel hebben betaald voor de afgenomen producten.”

De franchisers willen niet alleen meedelen in de omzetbonussen, maar ook in andere voordeeltjes van Albert Heijn. De ondernemers klagen dat zij geen inzage hebben in de boeken van hun moederbedrijf, en niet kunnen controleren hoe de onverdeelde marge wordt berekend.

Volgens de advocaten van AH proberen de zelfstandig ondernemers het overeengekomen franchisemodel via de rechter aan te passen in een „soort eenzijdige winstdelingsovereenkomst”. Wat de franchisers willen is volgens de advocaten verre van eerlijk. „Zij wensen wel de lusten te ontvangen van alle winsten en inkomsten van Albert Heijn maar zij delen niet in de investeringen en risico’s van Albert Heijn en zij delen zelf hun eigen winsten niet.” Zo’n soort model introduceren kán wel, sneren de advocaten, maar daarbij „hoort ook een andere franchisefee”.

Een spoedige uitspraak in de zaak valt niet verwachten. De rechter voorziet die pas aan het eind van het jaar.

De rechtszaak van dinsdag ging overigens níét over de verdeling van de omzet van online bestellingen, iets waar de supermarkt ook al jarenlang over ruziet met zijn franchisers. Aan het eind van deze maand kan Albert Heijn mogelijk ook op dit punt een dagvaarding tegemoet zien.