Documentaire is emotie, zeker bij FC Twente

Het Laatste Jaar van FC Twente bevat mooie dramatische momenten. Maar waar kijken we nu precies naar?

Erik Dijkstra in ’Het Laatste Jaar van FC Twente’ (VARA)

Er zijn documentaires die een zaak tot de bodem willen uitzoeken en er zijn documentaires die vooral op zoek gaan naar de onderliggende emoties. Dat is interessanter, want met journalistieke bedoelingen kun je net zo goed een reportage maken of een krantenartikel schrijven.

Regisseur Geertjan Lassche hoort duidelijk tot de delvers van gevoel. Hij kiest vaak mensen of groepen uit, die je niet vaak op televisie ziet: buitenstaanders met een neiging tot het opzoeken van de uiterste grens. Het zijn bijna altijd mannen, liefst van buiten de Randstad: marathonschaatsers, bergbeklimmers, mariniers in opleiding, opstandige agrariërs.

Wat je dus niet mag verwachten van Het Laatste Jaar van FC Twente (VARA) is een reconstructie van het dreigende faillissement en het bijna verliezen van de licentie van de provincieclub, die in 2010 nog landskampioen was geworden. Ook het in het afgelopen seizoen doorgaans teleurstellende resultaat op het veld was niet het echte onderwerp.

Het ging Lassche om de supporters, het clubgevoel, de identiteit van het Twentse „volk” en hun perceptie van de neergang en ontsnapping aan een wisse dood van de club.

Hij sprak met en filmde hooligans met een stadionverbod, die het liefst naar de Grolsch Veste togen onder het zingen van Hasj, Coke en Pillen (op de wijs van Rats, Kuch en Bonen). Hij sprak ook meer geciviliseerde fans, ex-medewerkers, een journaliste van de regionale krant Tubantia en vele anderen.

Hoofdpersoon is echter een in Amsterdam wonende, in Glanerbrug opgegroeide Twente-fan. Erik Dijkstra, sportjournalist, die ook het proletarische gezicht van de VARA was in de historische serie De Strijd, houdt van reuring, zegt hij zelf. Overal waar hij verschijnt, in de catacomben, op persconferenties of in contacten met andere hoofdpersonen, ontstaat wrijving, wat voor een filmmaker heel prettig is. Een van de andere mannen noemt Dijkstra zelfs op zeker moment „namaaksupporter”.

Tekst gaat verder na de video

Zijn rol in de film vind ik problematisch, omdat ik niet goed weet wat die precies inhoudt: journalist, gids, supporter, Tukker of aanjager van het drama?

Dijkstra op het bankje van ijssalon ’t Hoekje te Glanerbrug, in confrontaties met trainer en clubleiding, aanwezig bij het ontvreemden van de inhoud van de prijzenkast van FC Twente om die uit handen van de curator te houden: het zijn mooie dramatische momenten, maar waar kijken we nu precies naar? Is het afgesproken werk of handig gebruik van een licht ontvlambare persoonlijkheid?

Het best werkt het als Dijkstra aan het slot van de film eindelijk Joop Munsterman aan de lijn krijgt. Hij is de zondebok in het verhaal, die de club met 100 miljoen euro schuld opzadelde en toen moest vertrekken. In de gesprekken wijzen de supporters Munsterman steevast aan als de bron van alle kwaad, naast natuurlijk het westen van het land in het algemeen en de KNVB in het bijzonder.

Maar Munsterman bracht ook de kampioensschaal naar Enschede, zoals hij in dat telefoongesprek memoreert. Dan schieten de emoties weer een andere kant op en weten wij nog steeds niet wie er gelijk heeft.