Twijfels aan ‘de olifant’ - symbool van antiglobalisering

Olifantgrafiek

De ‘olifant’, de grafiek die de oorzaak van de weerstand tegen de globalisering samenvat in één lijn, ligt onder vuur.

iStock

Het was de grafiek die het verzet tegen de globalisering in één lijn samenvatte, elegant als de penseelstreek die de Fujiyama neerzet. De Amerikaans-Servische econoom Branko Milanovic concludeerde na een uitgebreid onderzoek naar de wereldwijde inkomensverdeling tussen 1988 en 2008 dat de middenklasse in de opkomende landen er enorm op vooruit was gegaan, terwijl de middenklasse in het Westen juist in inkomen was gestagneerd. De allerarmsten waren armer geworden, en de superrijken rijker.

Wég was de belofte van de globalisering als het tij dat alle boten optilt. Vanwege de vorm kreeg de grafiek al snel de naam ‘olifant’, en werd dé verklaring voor het groeiende verzet in westerse landen tegen globalisering, open grenzen en nieuwe handelsverdragen zoals het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP).

Liever een minislurf

Nog vorige maand riep minister Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking op om van de ‘olifant’ een ‘tapir’ te maken: met een gematigder curve en vooral een minislurf. En nog afgelopen zaterdag publiceerde deze krant, al weer voor de derde maal, de grafiek.

Naar nu blijkt is de typische olifantsvorm, met de allerarmsten als staart, de opkomende middenklasse als bult, de westerse middenklasse als bocht in de slurf en de allerrijksten als puntje van de slurf, misschien niet het hele verhaal. De Resolution Foundation, een Britse organisatie die zich inzet voor de middenklasse, publiceerde dinsdag een lijvig onderzoek waarin van de olifant weinig heel blijft. Opmerkelijk is dat de Resolution Foundation, bijgestaan door een econoom van het Institute for New Economic Thinking van miljardair George Soros, gebruik maakt van dezelfde dataset als Milanovic zelf.

olifant-krokodil

Het euvel van de olifant blijkt volgens het nieuwe onderzoek uit twee ontwikkelingen, die een forse invloed hebben uitgeoefend op de wereldwijde inkomensgroei. De eerste is vooral de opkomst van de Chinese middenklasse, die alleen al door haar massa de ‘bult’ veroorzaakt. De tweede is de enorme inkomensval in de landen van het voormalige Sovjetblok, die vrij hoog in de inkomensverdeling zaten maar na de val van de muur een enorm verlies aan inkomen leden. Dat geldt ook voor Japan, dat twee ‘verloren decennia’ doormaakte. Bovendien trekt een tussentijdse bevolkingsgroei sinds 1988 de gemiddelde inkomensgroei naar beneden, omdat de bevolkingsaanwas veel groter was in relatief armere landen. En sommige landen die niet in 1998 werden bijgevoegd, zijn dat wel in 2008.

Het nieuwe onderzoek corrigeert voor bevolkingstoename en laat China, de voormalige Sovjetlanden en Japan buiten beschouwing. Wat resulteert is een redelijk gelijkmatige inkomensgroei tussen 1998 en 2008 voor alle lagen van de resterende wereldbevolking. De olifant is, zo gepresenteerd, vrijwel zo plat als een krokodil. Conclusies voor afzonderlijke landen zien hier niet uit te trekken, aangezien hun bevolking en de inkomensontwikkeling daarvan opgaan in het geheel. De conclusie per land dat de inkomensongelijkheid niet is gestegen, mag dan ook niet worden getrokken.

Weerbarstige beesten

Het rapport concludeert dan ook dat nationaal beleid belangrijker is voor ongelijkheid en de positie van de middenklasse dan globalisering. De econoom Robert Went van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid liet dinsdag in een reactie weten dat hij het daar mee eens is.

„Deze uitkomst past goed bij de grotere rol voor nationale staten die langs verschillende kanten, zoals de financiële crisis, de handelspolitiek en binnen de Europese Unie, weer meer op de agenda komt.”

Milanovic schamperde in een eerste reactie dat hij veel van de kanttekeningen bij het nieuwe onderzoek zelf al had gemaakt. Hij publiceerde bovendien een inkomensgrafiek voor alleen de Verenigde Staten waaruit groeiende ongelijkheid blijkt. „Olifanten zijn weerbarstige beesten”, liet hij weten.