Pratende dieren redden Hollywoods horrorzomer

In Hollywood is het prijzenseizoen aangebroken. De periode dat je Oscarkandidaten in de etalage zet op de filmfestivals van Venetië en Toronto, om daarna met volle strijdkas campagne te voeren. Dat geld verdiende je in de zomer, toen de grote studio’s hun ‘blockbusters’ uitrolden: peperdure popcornfilm.

Dit jaar kijkt Hollywood terug op een rampzomer, zo lees je in de vakpers. Bloomberg berekende dat de zes grote studio’s 915 miljoen dollar verloren op 17 zomerflops. Een korte opsomming: Spielbergs The BFG eindigde 140 miljoen dollar in het rood, Ben-Hur 120 miljoen, Alice Through the Looking Glass 85, Star Trek: Beyond 75, War Dogs 68, Teenage Ninja Turtles en Peter’s Dragon 65, Ghostbusters 58.

Een horrorzomer? Dat lijkt toch weer mee te vallen: de bioscoopomzet is in Amerika maar 2 procent minder dan vorig jaar, toen Hollywood niks fout leek te kunnen doen met superhits als Furious 7, Jurassic World en Avengers: Age of Ultron. Maar de 15 zomerhits compenseren moeiteloos de 17 zeperds. Dat is de charme van het blockbustermodel: boek je winst, dan is dat gelijk enorme winst.

Alleen studio Paramount had volgens Bloomberg een horrorzomer; Fox en Sony draaiden ruim quitte, Universal en Warner Bros deden aardige zaken en Disney, dat met The BFG en Peter’s Dragon flops boekte, deed het met bijna een half miljard dollar winst prima. Dankzij Captain America: Civil War, Finding Dory, Zootopia en Jungle Book, elk goed voor zo’n miljard dollar recette.

Helder dus: het publiek eiste deze zomer pratende dieren. Vissen, konijnen, huisdieren – zelfs de oersaaie Angry Birds, Kung Fu Panda 3 en Ice Age 5 deden het goed. En verder? Superhelden stelden teleur, maar verdienden nog altijd een degelijke boterham, horror scoorde goed. Wat we beslist niet wilden zien, waren remakes van klassieke films. Independence Day, Ghostbusters, Tarzan, Alice, Jason Bourne en Ben-Hur: niemand zat erop te wachten. Ook vervolgfilms stelden teleur.

Niet dat we verrast wilden worden met kwaliteit of frisse ideeën: de beste animatiefilm, Kubo and the Two Strings, bleek een fiasco – ondanks een pratend aapje. De meest geprezen genrefilms flopten.

Wat willen wij? Nou gewoon: pratende dieren, hoe moeilijk is dat? Reken dus maar dat Hollywood zijn remakes en vervolgfilms in de koelkast zet en ons straks overspoelt met een tsunami aan pratende dieren. En dat we daar dan helemaal klaar mee zijn. William Goldman zei het al: „Nobody knows anything in Hollywood”. Maar als de helft van je films niet flopt, zit je toch goed.

is filmredacteur