Ongetemd, ongeremd en onveilig

Het thema van de film: de enorme verschillen tussen twee mannen die elkaar alleen maar kortstondig passeren. Sociale klasse, generatie, het taboe op homoseksualiteit: het maakt ze tot tragisch geïsoleerde 3D-figuren in een impressionistisch schilderij ****.

©

Het eerste wat we van hem zien is zijn rug. Zijn blauwe jasje met raglanmouwen waarin zijn naar voren gekromde schouders de aanblik van gekortwiekte vleugels geven. Hij kan niet meer wegvliegen, maar nog wel zijn klauwen uitsteken. Al zien we niet naar wat.

Een beknotte roofvogel. Daarachter lost alles op in desoriënterende lichtvlekken van het bokeh-effect, veroorzaakt door de extreem kleine scherptediepte. Die lichtheid staat haaks op een rauw realisme: op de zwaarte van verveloze bars en huizen, de betonnen woontorens.

Desde allá betekent ‘van daar’, maar is een bijziende film. Centraal in dit vorig jaar in Venetië met een Gouden Leeuw bekroonde Venezolaanse debuut staat de verhouding tussen de grauwe, geïmplodeerde oudere homoseksuele tandtechnicus Armando en de jonge, rauw explosieve automonteur Elder.

Armando heeft een Fassbinder- of Pasolini-achtige fascinatie voor de ongetemdheid en ongeremdheid van Elder opgevat, niet zonder gevaar voor zijn veiligheid. Hij mag in het dagelijkse leven voortdurend op zijn hoede zijn, tegenover Elder laat hij zijn verdediging varen. Net als in het eveneens elliptisch vertelde Eastern Boys, waarin een Parijzenaar van middelbare leeftijd het aanlegde met een illegale Oost-Europese jongenshoer, is hun relatie gebaseerd op geweld en provocatie, die voor beiden een niet beredeneerbare aantrekkingskracht hebben.

Desde allá zit ondanks alle blinde vlekken in de vertelling gelaagder in elkaar dan Eastern Boys. Het scenario werd mede geschreven door Mexicaan Guillermo Arriagia, bekend van Amores perros, 21 Grams en Babel van landgenoot Alejandro González Iñárritu. Door de prominente rol van Alfredo Castro, vaste hoofdrolspeler van regisseur Pablo Larraín (Tony Manero, El club), en de cinematografie van diens vaste cameraman Sergio Armstrong doet de film in de verte denken aan het vroege werk van de Chileen. Ook hier doet het uitgestreken gezicht van Castro’s Armando een poel aan troebele psychologische woelingen vermoeden, waarvan we alleen het oppervlakte beroeren.

Het thema van de film: de enorme verschillen tussen twee mannen die elkaar alleen maar kortstondig passeren. Sociale klasse, generatie, het taboe op homoseksualiteit: het maakt ze tot tragisch geïsoleerde 3D-figuren in een impressionistisch schilderij. En dat levert betoverende, hypnotiserende cinema op. Al zijn ‘mooi’ of ‘poëtisch’ de verkeerde woorden voor hun tragische lot.