Niemand dacht dat deze kwibus kon moorden

Rechtszaak

Bedrijfsleider Ton de H. werd handtastelijk en kreeg ontslag. Daarna stak hij tapijtverkoopster Marjon dood. Was het wraak of wanhoop? Was het moord of doodslag?

Politieagenten arresteren Ton de H., die wordt verdacht van een dodelijke steekpartij in winkelcentrum Alexandrium, juli 2013. Foto ANP / Frank de Roo

Op het parkeerdek van Woonmall Alexandrium in Rotterdam stopt een auto. Een man stapt uit, koopt een parkeerkaartje en loopt met versnelde pas naar de tweede verdieping, een mes van 23 centimeter in zijn achterzak. Om 13.21 uur stapt hij een tapijtzaak binnen en om 13.23 uur – 1 minuut en 44 seconden later – verlaat hij het winkelcentrum via de achteruitgang. In de zaak ligt een vrouw half op haar rug, half op haar zij. Ze is overleden aan vijftien messteken, woensdag 10 juli 2013.

Drie jaar later. „Goeiemorgen!” Advocaat Jan-Hein Kuijpers loopt in grijs pak zonder sokken de gang van het gerechtshof in Den Haag binnen, zijn toga over de rechterarm. Hij legt zijn uitpuilende bruinleren dossiertas op de balie en begint een praatje met de parketwachters.

Woensdag is bij het hoger beroep tegen de 44-jarige Ton de H. flink wat beveiliging op de been. De rechtszaak, over wat de ‘tapijtmoord’ is gaan heten, verliep in eerste aanleg emotioneel. Het Openbaar Ministerie had twintig jaar cel geëist voor moord op de 47-jarige tapijtverkoopster Marjon van der Kraan. Maar de rechter vond voorbedachte raad niet bewezen en legde De H. veertien jaar cel op voor doodslag, gepleegd in opwelling. Tot woede van de nabestaanden.

De verdachte ging in beroep, net als het Openbaar Ministerie. De aanklager begreep het niet: dit is toch moord? Iemand rijdt met een mes op zak van zijn woonplaats Utrecht naar Rotterdam, steekt binnen 1 minuut en 44 seconden vijftien keer op iemand in en vertrekt weer. Kan dat nog ‘opwelling’ heten?

Maar feiten alleen zijn voor de rechter niet voldoende. Context speelt bij moord een rol. Omstandigheden, voorgeschiedenis, persoonlijkheid. Naar die context zijn rechters door een reeks uitspraken van de Hoge Raad sinds 2012 anders gaan kijken. De eisen voor ‘voorbedachte raad’ zijn strenger geworden. Zo moet er tijd en gelegenheid zijn geweest om na te denken en er kunnen ‘contra-indicaties’ zijn.

„Het lijkt wel alsof je nu twee weken tevoren per notariële akte moet vastleggen dat je een moord gaat plegen”, zegt advocaat-generaal Marcel van der Horst van het Openbaar Ministerie in Den Haag in de gang. Van der Horst, een geleerde man met gouden knopen en een karretje vol wetboeken, is de aanklager in deze zaak.

Sinds de nieuwe criteria, zegt hij, zijn al heel wat moordzaken om zeep geholpen. De rechter veroordeelt nu vaker voor doodslag. En dat leidt tot lichtere straffen. Voor moord krijgt een dader maximaal levenslang, voor doodslag vijftien jaar. Het verschil is in de ogen van staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid, VVD) nu zó groot geworden dat hij onlangs aankondigde nog dit jaar met een wetsvoorstel te komen om het strafmaximum voor doodslag te verhogen.

De laatste vrijdagmiddagborrel

„Welkom”, zegt de rechter als alle nabestaanden, negen in totaal, zijn gaan zitten op de achterste rij van de ruime rechtszaal met houten wanden en hoog plafond. Midden in de zaal zit verdachte Ton de H., omringd door een halve cirkel vol toga’s en geflankeerd door twee parketwachters en zijn advocaat.

Hij zit voorovergebogen en kijkt niet om. Alle ogen zijn gericht op zijn hoofd, kaal en glimmend van het scheren. Zijn hoofd, wat speelde zich daarin af op 10 juli 2013?

„U wilde in hoger beroep?”, houdt de rechter voor.

„Ja, ik eh…” Hij slaakt een diepe zucht. „Omdat…” Het blijft stil.

„Wilt u een glas water, om te beginnen?” Advocaat Kuijpers pakt een waterkan en schenkt in.

„Omdat ik, ja, dat ik het niet bewust heb gedaan.”

De rechter neemt het feitenrelaas met hem door. Ook Ton werkte in de tapijtzaak, hij was de filiaalchef van Marjon, al vele jaren. Maar de laatste tijd was er minder klandizie. Dat leidde bij de werknemers tot verveling, tot kaarten en bier drinken soms. Ton stuurde Marjon al langer seksueel getinte sms’jes en werd na de laatste vrijdagmiddagborrel handtastelijk. Dat was voor Marjon de druppel en op 3 juli 2013, zeven dagen voor haar dood, kaartte ze alles aan bij haar baas. Die ontsloeg Ton de volgende dag op staande voet. Over Marjon had Ton toen gezegd: „Maar die pak ik nog wel.”

Na zijn ontslag was Ton „totaal van de wereld” geweest, vertelt hij zelf. Hoe moest híj, die uit een simpele familie kwam en het tot filiaalmanager had geschopt, uitleggen aan zijn vrouw dat hij was ontslagen? En dat nu net zijn moeder was overleden.

U wilde uw woorden kracht bijzetten met een mes…

Foto ANP / Frank de Roo

Medewerkers van het forensisch team in de tapijtwinkel in juli 2013. Foto ANP / Frank de Roo

Woorden kracht bijzetten

Diezelfde dag was Ton naar de Blokker gegaan en had daar een mes gekocht. Hij had het uit de verpakking gehaald en meegenomen naar een vestiging van de tapijtzaak in de Bijenkorf in Rotterdam, waar hij dacht Marjon te treffen. Ze was er niet „en daar had ze geluk bij”, had hij volgens een vriend gezegd.

Op 10 juli belde Ton ’s ochtends op de telefoon van zijn vrouw naar de tapijtzaak in Woonmall Alexandrium om te horen of Marjon er was. Toen ze aanwezig bleek, zei hij niets, hing op, en reed met zijn auto van Utrecht naar het winkelcentrum in Rotterdam. Zijn vrouw merkte dat Ton was verdwenen met het mes en belde in paniek naar de winkel. Ze wilde Marjon waarschuwen: „Gooi de zaak dicht, hij is gek geworden.”

Maar het was te laat. „Nee, Ton, niet doen…”, hoorde iemand die Marjon juist aan de telefoon had. Winkelend publiek hoorde gegil, geschreeuw. Het zag een worsteling en een man die met een glimmend voorwerp instak op een vrouw.

Ton de H. werd volledig toerekeningsvatbaar verklaard. Maar wat zich in zijn hoofd heeft afgespeeld? Rechercheurs hebben zich erover gebogen, een psycholoog, twee psychiaters, het Pieter Baan Centrum. Niemand die het weet.

„Als u hieraan terugdenkt,” vraagt de rechter, „wat denkt u dan?”

Ton de H. begint hardop te huilen. Zijn hoofd gebogen, een zakdoek tegen zijn gezicht.

„Ik had hier…”, zegt hij snikkend, „ik had hier gewoon niet moeten zitten…”

De zaal is ijzig stil.

„U zei: u kwam naar de tapijthandel, gewoon om te praten. Maar u had een mes bij u.” De rechter buigt een tikje voorover. „Ik neem nooit een mes mee als ik met iemand ga praten…”

„Dat was echt om…” Ton heeft zijn tranen alweer bedwongen. „…om mijn woorden kracht bij te zetten… dat het niet waar is wat ze over me vertelde, dat zij haar woorden zou terugtrekken.”

De rechter fronst. „Uw woorden kracht bijzetten met een mes…”

„Bang maken…”

„Gewoon praten doe je niet met een mes…”

Knokken voor Marjon

Achterin de zaal luistert Marc Pronk met zijn armen over elkaar rechtop in zijn stoel. Samen met Marjon voedde hij hun zoon Marc junior op, ook vandaag aanwezig. Het gaat hun, de nabestaanden, niet alleen om de strafmaat, maar ook om het etiket. Móórd. Dat is het in hun ogen geweest. „Wat Marjon is aangedaan, is het ergste wat iemand kan overkomen en zó gruwelijk”, vertelde Pronk erover op de gang, voor de zitting. „Doodslag is voor ons een extra kruis.”

Maar in eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat moord door ‘contra-indicaties’ niet bewezen was. Zo ontkende Ton dat hij, zoals hij eerder tegen een vriend verklaarde, Marjon had willen steken. Hij had alleen willen praten en haar willen vragen haar aanklacht in te trekken, zo nodig door met het mes te dreigen. De rechter vond dat aannemelijk.

Maar de nabestaanden weigeren die interpretatie van de context te accepteren. Ze zijn hier om „te knokken voor Marjon”, vertelde Pronk. Voor „elke millimeter recht” die er nog te halen valt. „Op de voorgevel staat ‘gerechtsgebouw’. Nou, laat Marjon haar laatste stukje recht krijgen.” En dus heeft hij zijn beste overhemd aangetrokken, felblauw en gladgestreken, en heeft hij deze dag tot in de puntjes voorbereid. Blijf kalm, heeft hij alle nabestaanden gezegd. Niet zuchten of lachen vanaf de tribune als de verdachte iets zegt, daar houden rechters niet van. Zijn spreekrecht heeft hij eindeloos geoefend in de woonkamer, totdat het voordragen ervan lukte zonder snik.

Marc Pronk gaat ferm achter de microfoon staan en begint. Hij vertelt over Marjon, „de prachtvrouw”, „het verkoopkanon” van de zaak. Hoe ze met lood in de schoenen de handtastelijkheid van Ton had aangekaart bij haar baas, aangifte wilde ze uit medelijden niet doen.

Hij vertelt dat ze liefst een tijdelijke overplaatsing wilde naar een ander filiaal, maar dat ze wegens personeelstekort toch was ingeroosterd in het Alexandrium. Dat hij werd gebeld door zijn zoon. Of hij dat berichtje had gezien bij RTV Rijnmond. Dat hij drie woorden had gelezen – tapijtverkoopster, moord, Alexandrium – en dat hij hoopte dat het niet waar was, het niet goed gelezen had. Maar dat hij wist dat het zo was, het niet anders kon zijn. „Marjon is dood. Vermoord.”

Aloys Oosterwijk

Ton de H. op de zitting op 9 juli 2014. Aloys Oosterwijk

Doelbewust gehandeld, uit wraak

Na de pauze, als iedereen weer zit, stapt advocaat Jan-Hein Kuijpers de rechtszaal binnen. Zijn tafel ligt intussen bezaaid met paperassen. Zeven stapels dossier, overal steken gele post-its uit.

Er volgt een vlammend betoog, uit zijn hoofd. Over de „noodkreet” van een „wanhopig man” die zijn baan kwijtraakt, alles ziet „wegsmelten” en zich een „nóg grotere loser” voelde dan hij al was. „Al die problemen, ál die wanhoop.”

Kuijpers haalt een psychiater aan die de daad van Ton het gevolg noemde van een ‘aanpassingsstoornis’. Ton de H., een grijze muis, die zich verbaal moeilijk kan uiten. Die muis was volgens Kuijpers „volgelopen met stress” en had na de dood van zijn moeder en het plotselinge ontslag steeds minder de controle. Hij wilde praten met Marjon, maar hij kón niet praten en pakte in een plotselinge opwelling het mes. „Dat spát van het dossier af”, zegt Kuijpers, zijn blik blijvend gericht op de rechters. Ton, zegt hij, was nóóit agressief. „Niemand geloofde dat deze kwibus zóiets kon doen.”

„Niemand geloofde het…”, herhaalt aanklager Marcel van der Horst. „Maar het is allemaal wel gebeurd.” Volgens hem heeft Ton de H. doelbewust gehandeld, uit wraak.

Niks ervan, zegt Kuijpers. „Wanhoop.”

Het laatste woord is aan Ton de H. Na enkele onduidelijke zinnen staat hij op, geeft een knikje naar zijn vrouw op de bovenste tribune en wordt de zaal uit gevoerd. Het oordeel van het hof, aanstaande woensdag, zal interpretatie blijven, onderhevig aan de grillen van het recht.