Nazomer

kiest elke woensdag een gedicht bij de stemming van de dag.

Er is een veiling bij de boerderij.

De wind biedt op de bladeren.

Kevertjes dwarrelen al voor de koplampen

in de maïsvelden van de nacht.

Als deze wereld altijd zou blijven bestaan,

kon ik net zo uitbundig dansen als de plooirok

aan de waslijn.

Ik zou de winter niet herkennen

in het witte vlak dat de tuinverlichting op de muur maakt.

Maar iets trekt aan mij. (…)

Ik hoor de geesten vaak in de tuin

en langs de kustlijn van het maïs.

Ik weet dat deze plaats niet van mij is.

Ik hoor ze weer op de weg.

Deze wereld is een horizon, een open zee.

Achter het huis, de witte ijsberg van de loods.