Luister naar de Syriërs in Nederland

Opinie

Teken de traumatische ervaringen van naar Nederland gevluchte Syriërs op, betoogt Ugur Ümit Üngör. In belang van wetenschap en rechtspleging.

Gewonde Syriër (niet de man uit het artikel) arriveert in een ziekenhuis nabij Damascus. Foto Abd Doumany/AFP

Hij is charismatisch en sympathiek, met een voorliefde voor kleurrijke vogels en Spaans voetbal. De 26-jarige Syrische student economie serveerde zoete thee toen ik hem voor een interview bezocht in een asielzoekerscentrum. Daar was hij terechtgekomen nadat hij in 2015 naar Nederland was gevlucht uit Douma, een van de platgebombardeerde voorsteden van Damascus. Hij serveerde thee omdat hij koste wat kost gastvrijheid – hoeksteen van de Syrische cultuur – in stand wil houden, oorlog of niet. Maar achter zijn rossige stoppelbaard, lichtbruine ogen en joviale glimlach gaat een wereld van pijn schuil. Zijn verhaal staat symbool voor een generatie Syriërs die een nieuwe kans hebben gekregen in Europa na buitengewoon gewelddadige ervaringen.

De student werd tijdens een demonstratie tegen Assad in september 2011 gearresteerd door de afdeling Staatsveiligheid van de Syrische geheime dienst. Drie maanden lang leefde hij in een overvolle cel waar hij dagelijks met kabels werd geslagen, opgehangen aan zijn armen, vernederd en bespuugd. Enkele weken na vrijlating werd hij door een andere afdeling, de inlichtingendienst van de luchtmacht, weer opgepakt en twee weken gemarteld. „Het ergste was nog te moeten horen hoe anderen gemarteld werden”, verzucht hij tijdens een kop koffie in een Amsterdams park, „en de geur van rottend mensenvlees te moeten ruiken”. Als een KLM-jet over ons heen raast, krimpt hij even ineen. In 2014 kwamen zijn vader en oom om bij een luchtaanval op Douma. Zelf was hij toen toevallig buiten, slachtoffers helpen met zijn broertje. Nu woont hij in Drenthe.

Niet uniek

Het verhaal van de student economie is niet uniek; voor mijn onderzoek naar Syrische milities heb ik tientallen interviews gehouden met Syriërs wier verhalen niet onderdeden voor het zijne. Vrijwel alle Syriërs, inclusief de tienduizenden vluchtelingen die nu in Nederland leven, hebben ervaringen met en gedetailleerde herinneringen aan zeer ernstig geweld. De Nederlandse overheid zou een onderzoeksproject moeten beginnen naar de belevenissen van deze mensen. Zo’n omvangrijk project zou drie belangrijke doelen dienen: wetenschappelijk, maatschappelijk, en gerechtelijk.

Allereerst is documentatie van massaal geweld zoals oorlog en massamoord van onschatbare waarde voor wetenschappelijk onderzoek. Massaal geweld is niet alleen iets van het verleden, maar een van de prangendste problemen van onze tijd, en verdient daarom blijvende wetenschappelijke aandacht. Het is geen geweld dat zich ver van ons bed afspeelt; u zou zelf ook zomaar een Syrische buur toegewezen kunnen krijgen. Zoals ook de ooggetuigenverslagen in het Joods Historisch Museum of de collecties van het NIOD, zouden interviews zowel waarheidsvinding als oorlogsdocumentatie over Syrië bevorderen.

Ten tweede is er een sterk maatschappelijk belang. Aangezien dit destructieve conflict zich voortsleept, is een massale terugkeer niet waarschijnlijk en moeten deze mensen als toekomstige Nederlanders worden gezien. Doordat Syriërs aan zeer ernstig geweld blootgesteld zijn geweest, is het niet alleen van belang dat ze psychologisch behandeld worden, maar ook gehoord worden als een populatie nieuwe Nederlanders die zeer zwaar getroffen zijn door oorlog en geweld. Het Syrian Justice and Accountability Centre (Washington en Den Haag) pleit er al lang voor om de afstand tussen de Syriërs en Europese overheden te verkleinen, ook omdat Syriërs voor de Europese veiligheid nuttige inlichtingen kunnen verschaffen.

Tot slot is er een potentieel juridisch belang. Het geheel aan Syrische herinneringen is een bron waar de rechtsmacht uit kan putten. Enkele honderden Syrische moordenaars wonen namelijk in Europa en anno 2016 is straffeloosheid van oorlogsmisdadigers niet acceptabel. Met behulp van Syrische vluchtelingen zelf worden in Zweden en Duitsland al mensen vervolgd voor misdaden die ze in Syrië hebben gepleegd. Mede hierom is in Amsterdam het Syria Legal Network in het leven geroepen, een samenwerkingsverband waarin Syrische juristen worden getraind in internationaal strafrecht, en worden voorbereid om interviews af te nemen met Syriërs in Nederland.

Gevoel van onrecht

Het effect van straffeloosheid op wijdverspreide Syrische gevoelens van onrecht kan niet worden overschat. De 26-jarige student fluisterde me toe dat hij in het asielzoekerscentrum iemand had herkend die in Damascus een berucht checkpoint had bemand waar veel mensen waren geëxecuteerd. De man was met de vluchtelingenstroom meegekomen en had als enige in het azc een aanzienlijke som geld om uit te geven. De student voorspelde dat het niet lang zou duren voordat een familielid van een slachtoffer zich eerst een avond zou volgieten, om daarna met een honkbalknuppel Assads beulen te bezoeken.

Een onderzoeksproject zou ambitieus moeten zijn en via betrouwbare contacten zo veel mogelijk mensen moeten interviewen. Tegelijkertijd zou het realistisch moeten zijn in het scheppen van verwachtingen, en ethisch verantwoord in het benaderen van respondenten en bewaren van gevoelige data. Aangezien een einde aan de oorlog op zich laat wachten en rechtvaardigheid vooralsnog ongrijpbaar lijkt, is het luisteren naar de Syriërs het minste wat we kunnen doen. In de woorden van de Amerikaanse schrijver William Faulkner: „Het verleden is nooit dood. Het is nog niet eens voorbij.”

Nederland is met zijn inmiddels decennialange traditie in hulp en aandacht voor oorlogsslachtoffers bij uitstek goed uitgerust voor zo’n project. Instituties voor slachtofferhulp verrichten al uitstekend werk door vluchtelingen psychologisch te behandelen. De expertise in documentatie en onderzoek van academici en gespecialiseerde onderzoeksinstituten zou nuttig zijn voor de wetenschappelijke inbedding van het project. En zowel de politie als het OM heeft belang bij het opsporen en vervolgen van internationale misdrijven. Een goed afgestemde samenwerking zou positief uitpakken voor alle deelnemers, niet in het minst voor de Syriërs, onze nieuwe medelanders.