‘Durf te dromen’ is het slechtste carrièreadvies ooit

We worden overspoeld met kantoorclichés op ons werk. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

160914X_japke_dromen_3

Vroeger in de klas stond er zo’n beetje de doodstraf op, als je zat te dromen. Maar tegenwoordig hoor ik het geregeld loopbaanadviseurs zeggen. Beroemdheden roepen het ook vaak bij College Tour, of topsporters in ‘carrièreclinics’ – volg je dromen, voel je dromen, maar vooral: dúrf te dromen!

Voor al deze mensen is dromen blijkbaar één van de meest hachelijke dingen die ze ooit hebben moeten doorstaan – je moet het maar durven. Maar toen ze eenmaal hun angst om te dromen opzij hadden gezet, bleek dromen de poort naar hun succes.

Ik wist het allemaal niet, maar je blijkt dus van alles te kunnen met je dromen op kantoor. Moet je maar eens kijken op die sites voor ‘vitaliteitscoaching’. Die hebben vaak een zonsondergang op de achtergrond en zwepen je op dat je „wonderen kan laten gebeuren door af en toe te dromen”, dat je met „dromen een visie kan creëren”, en dat het heel „nuttig is om een droomfactor toe te voegen aan je ambities”. Alles voor je „droombaan”. Je kan zelfs met het hele bedrijf een „droomsessie” volgen. Dat is „ideaal bij de kick off van projecten”, zo staat er, omdat dromen zorgen voor „verbinding, humor, focus, energie en motivatie”. Schitterend.

En dan maar snurken in zo’n zaaltje.

Jongens, hou eens op met die onzin. Iedereen durft te dromen, iedereen doet het en iedereen kan het. Ik ken niemand die NIET durft te dromen. Ja, mensen met grote psychiatrische problemen, die durven niet te dromen. Maar voor de rest van de natie is ‘durf te dromen’ zo’n beetje het equivalent van ‘durf te ademen’, ‘durf te kijken’ of ‘durf een broodje te eten’ – het is het slechtste carrièreadvies ooit.

Het kantoorcliché dat Japke-d. Bouma vorige week aanpakte: Waarom zelfsturende teams niet werken

Want durf te dromen, dat zijn de kaboutertjes. Als kind dacht je dat ze ’s nachts je kamer zouden opruimen en je huiswerk zouden maken. Zo is het ook met ‘durf te dromen’. Het is bedrog.

Sterker nog. Ik ben blij dat ik niet hóef te dromen op kantoor. Want dan zou ik geregeld in mijn blootje een presentatie staan te geven op de afdeling sales of hevig tongend met mijn baas naast de kroketten staan. Want dat soort dingen gebeuren er in dromen. Ik heb nog nooit iemand gehoord die had gedroomd dat hij de roosters had rondgemaakt, een nieuw logo had verzonnen en die belangrijke offerte had binnengehaald. Áls je al aan het dromen raakt op kantoor. Want dan moet je eerst inslapen en in die diepe REM-fase komen. Ik vind dat nog best lastig als er iemand naast je kattenfilmpjes aan het kijken is.

Ik snap die coaches wel, het is natuurlijk makkelijker om ‘durf te dromen’ tegen iemand te zeggen dan dat ze hun administratie op orde moeten maken, hun moeder eens moeten bellen, moeten gaan sporten of hun huis opruimen. Maar durfde Neil Armstrong te dromen voordat hij naar de maan ging? Ik dacht het niet. Die at een ei voor zijn ontbijt, sunny side up, en hij ging gewoon. Zo is het natuurlijk ook op kantoor.

Daar zeg je ‘durf te dromen’ alleen tegen de mensen voor wie het never nooit gaat gebeuren. De dyslectische stagiair informeert naar vacatures en je roept: ‘durf te dromen’. Je vraagt je baas om opslag en ze zegt ‘durf te dromen’. Je vraagt die leuke jongen mee naar de vrijmibo en hij zegt ‘durf te dromen’.

Mensen die ‘durf te dromen’ zeggen, zeggen eigenlijk ‘welterusten’.