Infiltreren doe je zo

Slordig, dat is The Inflitrator, die Bryan Cranston reduceert tot zweterig burgermannetje in de peepshow van de onderwereld **.

©

Undercoveragenten zijn tragische figuren, geplaagd door loyaliteitsconflicten in de onderwereld en aanpassingsproblemen thuis: zie Point Break, The Departed, Donnie Brasco.

DEA-agent Robert Mazur bestaat echt: hij sloeg zijn grootste slag toen hij in 1986 als witwasser Robert Mossela in het Medellín-kartel infiltreerde en de louche BCCI-bank sloopte. Daarover gaat The Infiltrator. Geheide hit: coke, Miami jaren 80 en Bryan Cranston in Breaking Bad-routine. Toch? Helaas: The Infiltrator blijkt een clichéfeest dat stilistisch van gritty via jaren-80-glam naar confronterend tl-licht zwalkt en zoveel luie wendingen bevat dat je er slaperig van wordt.

Uiteraard lonkt het gangsterleven en maakt Mazur vrienden die hij moet verraden. En uiteraard valt hij soms bijna door de mand: een contact betrapt hem bij een braaf diner met zijn echtgenote, waarna hij zich redt – en haar schokt – door als een gangster de ober te mishandelen. Maar dat gedrag past totaal niet bij zijn beleefde undercoverpersonage. Slordig, dat is The Inflitrator, die Bryan Cranston reduceert tot zweterig burgermannetje in de peepshow van de onderwereld. Geen coke of hoeren, wel naar billen gluren.