Hollande kan ‘Alstom’ er nu niet bij hebben

Industrie

Treinbouwer Alstom wil een fabriek verplaatsen en banen opheffen. En dat is niet wat president Hollande de kiezer had beloofd.

Werknemers demonstreren tegen de sluiting van de Alstom-fabriek in Belfort. Foto Sebastien Bozon / AFP

En weer schuift de Franse politiek aan in de directiekamer van een grote multinational, deze keer bij treinbouwer Alstom. „Alles zal gedaan worden om de fabriek in Belfort meerdere jaren te laten bestaan”, zei president François Hollande dinsdag na het bericht dat Alstom daar de productie van locomotieven en TGV-motoren per 2018 wil stopzetten. Premier Manuel Valls sprak de bedrijfsleiding streng toe: er is „geen sprake van dat de fabriek sluit”.

De socialistische regering is verontwaardigd dat het beursgenoteerde bedrijf niet vooraf gewaarschuwd heeft dat de historisch belangrijke fabriek in Belfort gaat sluiten en de productie naar het 200 kilometer verderop gelegen Reichshoffen in de Elzas verhuist. De geschiedenis van Alstom, waarvan de staat 20 procent in handen heeft, is al sinds 1879 verbonden met het stadje in Oost-Frankrijk toen een van de voorlopers van het bedrijf, de Société alsacienne de constructions mécaniques (SACM), daar een moderne fabriek neerzette. In de regio, ook de kraamkamer van Peugeot, zijn de laatste jaren duizenden arbeidsplaatsen verdwenen.

Volgens Alstom zullen bij de sluiting van de fabriek geen gedwongen ontslagen vallen, maar tot 2018 verdwijnen wel zo’n 400 arbeidsplaatsen. Dat is slecht nieuws voor Hollande. Niet alleen omdat bij de voor de Franse trots gevoelige verkoop van de energietak van Alstom aan General Electric, vorig jaar, beloofd was dat er geen banen zouden verdwijnen. Maar ook omdat er verkiezingen aankomen.

Hoewel het Franse werkloosheidscijfer voorzichtig daalt, ligt het met 9,9 procent nog altijd hoog. De laatste weken hebben verschillende bedrijven nieuwe herstructureringen of sluitingen aangekondigd: bij mobiele aanbieder SFR verdwijnen 5.000 arbeidsplaatsen tot 2019, bank HSBC schrapt 486 banen en Phillips sluit zijn laatste twee Franse lampenfabrieken (230 banen).

Hollande ligt intussen niet alleen onder vuur van de meer en minder gematigde rechtse oppositie, maar ook in eigen kring is kritiek dat hij te weinig heeft gedaan om de werkloosheid, desnoods met onconventionele middelen, te verminderen. Zijn eigen oud-minister Arnaud Montebourg, die van „economisch patriottisme” en kritiek op de globalisering zijn handelsmerk heeft gemaakt, wil voorkomen dat de president zich opnieuw kandideert. Net als het Front National van Marine Le Pen, belooft hij te breken met Europese begrotingsregels om met investeringen de economie verder aan te jagen.

De zaak roept herinneringen op aan 2012, toen staalbedrijf Arcelor Mittal aankondigde een hoogoven in het stadje Florange te sluiten. Toenmalig presidentskandidaat Hollande beloofde alles te doen om de fabriek open te houden. Tevergeefs.

Maar anders dan Arcelor is Alstom, zeker sinds de verkoop van de energietak, een tamelijk gezond bedrijf. Het heeft voor 30 miljard euro aan orders uitstaan. Afgelopen maand nog tekende het een groot contract voor de bouw van TGV’s die in de VS tussen Boston en Washington gaan rijden. Het Amerikaanse spoorbedrijf stelde zoals veel buitenlandse klanten echter als voorwaarde dat de treinstellen ter plaatse gebouwd worden. In Frankrijk zelf blijven de opdrachten uit, zegt Alstom. Eind augustus liep het bedrijf een order mis van een dochteronderneming van spoorbedrijf SNCF, onderhoudsfirma Akiem, voor 44 diesellocomotieven. De klus ging naar de Duitse concurrent Vossloh.

Economisch patriottisme is nu precies waar Hollande Alstom mee denkt te kunnen helpen. Zijn regering zet de SNCF en het Parijse vervoerbedrijf RATP onder druk om met nieuwe orders over de brug te komen. De SNCF zou snel tot een akkoord moeten komen over de aanschaf van TGV’s voor de nieuwe lijn Parijs-Milaan en de RATP zou onderhoudslocomotieven nodig hebben. Maar de leiding van staatsbedrijf SNCF, dat al een schuld van 50 miljard euro heeft, heeft zich vaker beklaagd over door de staat opgedrongen onnodig materieel.

Dit soort „artificiële bestellingen” is „rampzalig”, waarschuwt voorman Pierre Gattaz van ondernemersvereniging Medef, omdat uiteindelijk de belastingen daardoor omhoog gaan. Bovendien is er „een klein juridisch probleempje” als Frankrijk EU-aanbestedingsregels omzeilt om de eigen industrie te bevoordelen. Bestuursvoorzitter Henri Poupart-Lafarge van Alstom liet aan het personeel van de fabriek in Belfort weten dat hij weinig fiducie heeft in de pogingen van Hollande. Het is „onmogelijk” de fabriek open te houden.