Forse kritiek van omroepen op het online beleid van de NPO

Online Bijna alle omroepen vinden het beleid van de Publieke Omroep te star en te verouderd, blijkt uit een rondgang.

De presentatie van de plannen van het televisieseizoen 2016-2017 van de Nederlandse Publieke Omroep. Hier kondigde NPO de online plannen aan. Foto Koen van Weel/ANP

Wat hij vindt van de online strategie van de Publieke Omroep? PowNed-omroepbaas Dominique Weesie lacht: „Welke strategie?” Die hangt aan elkaar van tegenstrijdigheden, vindt hij.

Hij is niet de enige. Bijna alle omroepen hebben kritiek op het online beleid van de NPO, het centrale bestuur in Hilversum. Dat blijkt uit een rondgang langs omroepbazen, programmamakers en woordvoerders. Ze krijgen te weinig ruimte om te experimenteren op nieuwe kanalen, vinden ze. De videoplayer op NPO Gemist is hopeloos verouderd, en het YouTube- en socialemediabeleid te star. De uitzonderingen: de NOS zegt weinig beperkingen te ervaren en de KRO-NCRV wil geen commentaar geven op de lopende gesprekken met het bestuur.

De onvrede is verrassend, omdat het NPO-bestuur in zijn communicatie naar buiten toe juist veel nadruk legt op digitale vernieuwing. Frans Klein, directeur televisie, kondigde onlangs bij de opening van het nieuwe tv-seizoen aan: „We zetten vol in op on-demand.” Vanaf 2017 worden via npo.nl meer programma’s langer aangeboden en NPO Gemist zal meer inspelen op de persoonlijke behoefte van de kijker. Maar op menig Hilversumse werkvloer worden de plannen niet erg serieus genomen. Weesie: „Zolang we geen fatsoenlijke videoplayer krijgen, hoeft het van mij niet.”

Frans Klein wil niet op dit artikel reageren, omdat hij niet vooruit wil lopen op besprekingen over het online beleid met de omroepen.

Twee kampen staan in Hilversum tegenover elkaar. Aan de ene kant: het behoudende kamp, met name het NPO-bestuur. Zij vinden dat de publieke omroep de strijd met Netflix, YouTube en Facebook moet aangaan door online één sterk merk te maken: npo.nl. Zij zijn tegen het verspreiden van NPO-programma’s op YouTube en sociale media omdat je daarmee machtige concurrenten nog machtiger maakt. Digitale innovatie is belangrijk, maar de NPO is geen techbedrijf, dus wordt het beschikbare budget vooral aan programma’s besteed.

Bij het andere kamp horen vrijwel alle omroepen. Zij voelen zich beknot door strenge regels. Ze vinden dat de NPO meer moet investeren in digitale innovatie en dat programma’s moeten worden afgeleverd waar de kijkers zijn – of ze nu achter de televisie zitten, of op YouTube, Facebook of Snapchat. De meest radicalen onder hen willen dat alle NPO-programma’s gratis en in hoge kwaliteit beschikbaar komen op YouTube. De belastingbetaler heeft er immers al voor betaald.

De richtingenstrijd speelt al langer in Hilversum. Het vroegtijdig uitlekken van een beleidsplan, waarin de NPO online meer macht naar zich toetrok, zorgde in april vorig jaar voor woedende reacties bij de omroepen. Ze zouden geen video meer mogen aanbieden op hun eigen sites en het aantal omroepsites zou drastisch worden teruggebracht.

De gemoederen liepen hoog op, vertellen bronnen die bij het protest tegen de plannen betrokken waren. „We maakten al plannen om het hoofdkantoor van de NPO te bezetten”, vertelt een omroepmedewerker die anoniem wil blijven. Onder druk van de omroepen werd het videoverbod op omroepsites geschrapt. Het plan om een groot aantal sites te verwijderen gaat wel gewoon door.

Sinds het protest van vorig jaar is de NPO doorlopend in gesprek met de omroepen over een nieuwe online koers. Dit zijn de belangrijkste onderwerpen in die gesprekken:

1.De beeldkwaliteit op NPO Gemist

Op een smartphonescherm gaat het nog wel, maar wie op een laptop of grote tablet naar NPO Gemist kijkt, kan de pixels bijna tellen, zo korrelig is het beeld. Kijkers klagen erover bij de omroepen, programmamakers ergeren zich eraan.

De on-demand-dienst van de NPO loopt ver achter bij de internationale concurrenten. NPO Gemist streamt video’s in maximaal ‘342p’, een resolutie die vergelijkbaar is met die van oude VHS-banden. Terwijl de televisiekijker gewend is aan ‘Full HD’, of ‘1080p’, dezelfde resolutie als video’s op Netflix en YouTube. Als de NPO serieus wil concurreren met die diensten, moet de beeldkwaliteit omhoog, vindt menigeen in Hilversum.

„We krijgen er mailtjes over van kijkers”, zegt Lara Ankersmit, hoofd digitale media bij de NOS. „Ik denk dat het publiek zich er nu zo aan ergert omdat YouTube en Netflix helemaal zijn ingeburgerd. Ze verwachten dezelfde kwaliteit.”

De NPO vindt het doorgeven van Full HD-streams te duur. „De kosten zitten vooral in de toename van het dataverkeer en de opslag die daarmee gemoeid is. Daar zijn forse investeringen in apparatuur en faciliteiten voor nodig”, aldus een woordvoerder van de NPO. Alleen wie een abonnement heeft op betaaldiensten NPO Plus of NL Ziet krijgt daarom HD-kwaliteit. De NPO kan geld voor betere streams vrij maken, zegt de woordvoerder, maar de organisatie investeert liever in nieuwe programma’s.

Volgens Geert-Jan Bogaerts, hoofd digitaal van de VPRO, is er meer aan de hand. „Kabelmaatschappijen dreigen minder te gaan betalen voor de doorgifte van NPO-zenders als hetzelfde materiaal elders gratis beschikbaar is. Zo hebben ze afgedwongen dat de NPO in een lage resolutie blijft uitzenden. Ze zijn bang dat mensen hun kabelabonnement opzeggen als ze tv-programma’s gratis op internet en in hoge kwaliteit kunnen kijken.” De NPO en kabelmaatschappijen ontkennen noch bevestigen de afspraken, omdat ze geen uitspraken mogen doen over de onderlinge contracten. Ook Rob van Esch, voormalig directeur van de brancheverenging voor kabelmaatschappijen NLkabel, zegt aan geheimhoudingsclausules te zijn gebonden. „Maar de logica achter de redenering klopt wel. De NPO vraagt geld voor doorgifte. Dus het zou raar zijn als ze elders hun content gratis weggeven.”

2.Experimenten op YouTube en sociale media

Tv-makers bereiken jongeren steeds moeilijker, omdat die groep veel sneller dan andere doelgroepen de traditionele, lineaire televisie vaarwel zegt. Het omslagpunt is dichtbij. Jongeren brengen nog maar iets meer dan de helft van hun kijktijd door achter de televisie; gemiddeld een uur en een kwartier per dag. De rest van de tijd die ze aan kijken naar media besteden, ongeveer een uur per dag, gaat op aan uitgesteld tv-kijken (op NPO Gemist bijvoorbeeld), streamingdiensten als Netflix en online video’s, bijvoorbeeld op YouTube en Facebook.

De NPO investeert daarom in online-televisie: het bestuur begrootte vorig jaar 16,5 miljoen euro en dit jaar 19,5 miljoen. Wat de NPO aan internettelevisie maakt, is bovendien opvallend succesvol. #Boos (BNN-VARA) trekt op YouTube meer kijkers dan bijna elk ander programma op jongerenzender NPO 3. Het populaire YouTube-kanaal van Zondag met Lubach (VPRO) heeft tienduizenden volgers. PowNed-video’s gaan regelmatig viral op Facebook. YouTuber Jill (AVROTROS) geeft knutsel- en beautyadvies aan hondderduizenden kijkers. De NOS experimenteert met Snapchat, richt zich met NOS op 3 bijna alleen nog op online producties en lanceerde twee weken geleden Mashup, een nieuwsprogramma voor jongeren op YouTube.

Desondanks ervaren programmamakers weerstand en onbegrip vanuit het bestuur. Eind vorige maand schreef #BOOS-presentator Tim Hofman nog een boze open brief aan NPO3-baas Suzanne Kunzeler, die zijn YouTube-programma een ‘vlog’ en een ‘leuk initiatief’ noemde, maar niet direct waartoe de NPO op aarde is. De programmamakers voelden zich ondergewaardeerd. „#BOOS hééft een podium, namelijk internet. En internet is nogal groot in 2016.” NPO-bestuurders laten zich wel vaker laatdunkend uit over YouTube. Zo noemde video-directeur Frans Klein YouTube-video’s in een interview „eenpitterstelevisie, vanuit de bezemkast commentaar geven op de hele wereld”, niet iets wat de NPO zou moeten nastreven.

Onder veel programmamakers en omroepbazen in Hilversum overheerst het gevoel de boot te hebben gemist. Gevestigde mediabedrijven als SBS, RTL en Endemol investeerden de afgelopen jaren volop in Multi-Channel Networks (MCN’s), bedrijven die YouTube-sterren begeleiden en aan adverteerders koppelen. Dat wil overigens niet zeggen dat de commerciëlen wel hebben uitgevonden hoe ze jongeren moeten bereiken. Het grootste YouTube-kanaal van SBS, S1, trekt bijvoorbeeld veel minder kijkers dan verwacht.

En programmamakers willen méér. PowNed zou het liefst alleen nog televisie maken voor internet, maar de mediawet verplicht omroepen radio- en televisieprogramma’s te produceren. Omroepen willen meer experimenteren om de beeldtaal van YouTube, Facebook, en Snapchat in de vingers te krijgen, maar worden beknot door NPO-regels. „Het is telkens weer touwtrekken als we iets meer op YouTube willen doen dan reclame maken voor onze programma’s”, zegt Van der Meulen van de VPRO. „Daarom betalen we veel online-programma’s noodgedwongen uit het ledenbudget.”

3.De 5-minuten-regel

YouTube en sociale media dienen volgens het NPO-beleid vooral als marketinginstrumenten. Lange fragmenten of hele afleveringen plaatsen mag alleen met toestemming van de NPO. Meestal is het bestuur terughoudend bij het verlenen daarvan, omdat het niet afhankelijk wil worden van bedrijven als Facebook en Google. Dus vaardigde de NPO de regel uit dat per aflevering één video van maximaal 5 minuten voor promotionele doeleinden op concurrerende kanalen gezet mag worden. Omroepen die zich er niet aan houden, riskeren een vermaning van de afdeling Strategie & Beleid, in de Hilversumse volksmond de afdeling ‘Star & Boos’.

Het andere kamp redeneert juist dat met publiek gemaakt materiaal zoveel mogelijk met het publiek gedeeld moet worden. En dat publiek zit steeds meer op YouTube en Facebook. Bovendien zijn video’s op die kanalen beter deelbaar dan op NPO Gemist, dus is er een grotere kans om een groot publiek te bereiken.

De 5-minuten-regel wordt dan ook regelmatig overtreden. Als fans afleveringen op YouTube of sociale media plaatsen, zijn omroepen niet geneigd daar snel tegen op te treden. Ook makers plaatsen regelmatig hun programma’s op YouTube; burgerlijke ongehoorzaamheid die oogluikend wordt toegestaan.

Zo zette programmamaker Maarten Slagboom van de VPRO hele afleveringen van De Hokjesman op YouTube. Gewoon omdat hij enthousiast was over zijn programma. „Als maker vind ik dat de programma’s waaraan ik werk het grootst mogelijke kijkerspubliek verdienen, ook onder de snel groeiende groep die programma’s uitsluitend tot zich neemt via YouTube-kanalen en andere sociale media.”

Als Slagboom navraag doet bij de VPRO blijkt dat de omroep niet ingrijpt als privé-personen materiaal online zetten, tenzij er rechtenkwesties spelen. Slagboom: „Dus ik laat ze nog maar staan. Voorbeeld doet wellicht volgen.”