E.on splitst, fossiele tak wint op eerste beursdag

Energie

Opsplitsen, de beurs: Duitse energiebedrijven vluchten vooruit.

Foto Alex Kraus / Bloomberg

Het liep precies omgekeerd: niet het groene nieuwe E.on overleefde de eerste beursdag van het gesplitste Duitse bedrijf relatief het best, maar de nieuwe fossiele tak Uniper. Veel conclusies vallen daar nog niet aan te verbinden. Bestuursvoorzitter Johannes Teyssen had voorspeld dat de historische beursgang turbulent zou zijn en het aandeel enige tijd volatiel zal blijven.

E.on (omzet 114 miljard euro) is het grootste Duitse energiebedrijf en het eerste dat zich heeft opgesplitst in twee delen om het hoofd te bieden aan de veranderende markt en de lage elektriciteitsprijzen.

De duurzame activiteiten, het stroomnet en het klantenbestand gaan verder onder de naam E.on. De conventionele stroomopwekking in kolen-, gas- en kerncentrales, en de handel in energie, zijn ondergebracht in het nieuwe bedrijf Uniper, dat maandag een notering aan de beurs in Frankfurt kreeg.

E.on houdt 47 procent van de aandelen Uniper in eigen hand. De kolen- en gascentrales in Nederland maken deel uit van dat nieuwe bedrijf. Aandeelhouders van E.on hebben voor elke tien stukken E.on één aandeel in de nieuwe fossiele tak gekregen. De verwachting was dat zij die aandelen meteen massaal zouden dumpen. Omdat Uniper geen deel zal uitmaken van de Duitse beursindex DAX – wat een probleem zou zijn voor indexbeleggers – maar ook omdat ze geen toekomst zouden zien in de conventionele energieopwekking.

Koers E.on keldert

Het papier ging maandag inderdaad grif van de hand, maar uiteindelijk bleek de vraag naar het aandeel Uniper toch iets groter dan het aanbod. Het vooruitzicht van een dividend van 5,5 procent trok veel beleggers.

Het nieuwe aandeel Uniper begon de dag op 10,01 euro, sloot op 10,65 euro, maar gaf vanmorgen terrein prijs. Het aandeel E.on verloor ruim 14 procent van zijn waarde en sloot de eerste dag als nieuw, duurzaam bedrijf, af op 6,98 euro en bleef vanmorgen op dat niveau. Bij elkaar zijn beide takken nu wel circa 10 procent meer waard dan de 16 miljard van vrijdag.

Het andere grote Duitse energiebedrijf, RWE (48 miljard euro omzet), is met eenzelfde soort operatie bezig, zij het dat RWE juist zijn duurzame deel onder de naam Innogy nog dit jaar naar de beurs wil brengen.

Maandag maakte RWE bekend dat het midden oktober een groter deel van het bedrijf naar de beurs zal brengen dan de 10 procent die aanvankelijk de bedoeling was. De belangstelling van met name pensioenfondsen en andere langetermijnbeleggers is volgens RWE groter dan verwacht.