Depressieve Springsteen

Foto Paul Bergen/ANP

Mijn dochter vroeg of ik de nieuwe Vanity Fair voor haar wilde kopen - die was in haar kleine stad niet te krijgen. Het oktobernummer bevat een cover story over Bruce Springsteen met fraaie foto’s van de bijna even beroemde Annie Leibovitz. Het was nog maar één dag in Nederland uit, maar in de boekwinkel vroegen enkele jonge vrouwen achter mij al om hetzelfde nummer. Niet slecht voor een zanger die binnenkort 67 jaar wordt.

Mijn dochter is een echte fan, ze volgt al zijn concerten, tot in het buitenland toe. Zelf sta ik gereserveerder tegenover het fenomeen, ik vind hem wel goed, maar niet – ik durf het nauwelijks te schrijven – uitzonderlijk goed. Ik zie iets te veel opgestroopte mouwen en borsthaar bij zijn muziek, het zou voor mij wat subtieler mogen.

Ik weet dat hij ook ingetogen ballads heeft geschreven, maar ik vermoed dat zijn aantrekkingskracht voor het publiek vooral ligt bij de indrukwekkende vitaliteit die hij op het podium uitstraalt. Dat maakt zijn optredens, die soms een uur of vier duren, voor de fans tot zulke opwindende evenementen.

Omdat ik me nooit in zijn leven verdiept had, begon ik blanco het interview in Vanity Fair te lezen. Tot mijn verbazing kreeg ik een heel andere man voorgeschoteld dan ik verwacht had. Dat brok vitaliteit en viriliteit dat ons vanaf het podium zo onstuimig toezingt, bleek een kwetsbare man die met zware depressiviteit te kampen heeft gehad.

Hij praat er openhartig over tegen zijn interviewer. Dat moest ook wel, want het interview is de opmaat naar zijn autobiografie, Born to Run, die binnenkort verschijnt; daarin komen zijn depressies uitgebreid aan de orde. „Het is belangrijk voor hem om erover te schrijven”, zegt zijn vrouw Patti Scialfa, „veel van zijn werk is een poging om dit deel van hem te overwinnen.” Zelf heeft Springsteen weleens opgemerkt dat die lange optredens voortkomen uit „pure angst en zelfhaat”, niet alleen om het publiek te boeien, maar vooral om zichzelf weg te vagen.

Springsteen praat er in Vanity Fair zonder koketterie over. Hij ging al in de beginjaren tachtig in psychotherapie. Er is de klinische depressie, legt hij uit, en er is de bijkomende angst dat hij zal eindigen als zijn vader, een driftige, drinkende eenling, „een soort Bukowski-karakter”, die leed aan aanvallen van paranoia.

Met deze vader heeft hij heel wat te stellen gehad. Pas na jaren van verwijdering, kort nadat het eerste kind van Bruce en Patti was geboren, bekende zijn vader hem bij een biertje: „Bruce, je bent erg goed geweest voor ons… en ik was niet erg goed voor jou.” „Dat was het”, schrijft Springsteen in zijn autobiografie, „het was alles wat ik nodig had, alles wat noodzakelijk was.”

Zijn depressies troffen hem vooral in de beginjaren zestig, maar ook in 2012, toen hij het album Wrecking Ball uitbracht, had hij er nog veel last van – hij verwijst naar het nummer This Depression.

Luister hier This Depression. De tekst gaat verder onder het filmpje.

„Dit weet jij natuurlijk allemaal al”, zei ik tegen mijn dochter toen ik haar beloofde Vanity Fair op te sturen. „Jawel”, zei ze, en ze noemde eerdere publicaties waarin de geestelijke problemen van haar held worden aangeduid, „maar hij praat er nu zelf uitgebreider over.” En als het tegenvalt? „Dan heb ik altijd die foto’s van Annie Leibovitz nog.”

Je bent een fan – of je bent het niet.