‘Zie je dan niet wat Google ziet?’

Privacy Miljarden internetgebruikers geven persoonlijke data weg aan bedrijven als Facebook en Google. Toch heb je wél iets te verbergen, schrijven Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis in hun nieuwe boek.

Dimitri Tokmetzis (l) en Maurits Martijn (r) voor de Duitse Atlantikwall. Foto Roger Cremers

In de internetwereld wordt het de Wet van Godwin genoemd, naar de Amerikaanse schrijver Mike Godwin. Hij beweerde dat als een online discussie maar lang genoeg duurt, uiteindelijk iemand de Tweede Wereldoorlog erbij sleept om zijn punt te maken.

In hun boek Je hebt wél iets te verbergen, over het belang van privacy, beginnen auteurs Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis meteen met een verwijzing naar WOII. Zo willen zij aantonen hoe gevaarlijk het kan zijn als grote hoeveelheden data in verkeerde handen vallen. Ze hebben erover getwijfeld, die verwijzing met de Duitse bezetting, maar maken ’m toch. „We leven nu in een democratie, maar iedere zittende macht maakt uiteindelijk plaats voor een andere.”

Vandaar dat we het interview op een toepasselijke plek houden: in een van de bunkers van de Duitse Atlantikwall, in de buurt van Noordwijk. Het is bovendien vlak bij de plek waar de belangrijkste transatlantische datakabel Nederland binnenkomt. Die kabel wordt afgeluisterd door de geheime diensten, volgens klokkenluider Edward Snowden.

NRC ging met Tokmetzis en Martijn ondergronds in het Atlantikwall museum, waar zij reageerden op vier stellingen. De tekst gaat door onder de video.

Martijn en Tokmetzis, beiden journalist bij De Correspondent, vertrouwen de datahonger van overheden en bedrijven niet. Ze pleiten ervoor dat onze privacy beter beschermd wordt. En dat mensen bewuster omgaan met het verstrekken van persoonlijke gegevens. Gebruikers lijden aan ‘laksheid’: ‘We kiezen de simpelste wachtwoorden en vergeten zelfs de basaalste beveiligingsmaatregelen te nemen’.

In hun boek staan voorbeelden van mensen die de dupe werden van fouten in algoritmes. Zoals een reiziger die bij de Amerikaanse douane onterecht als verdachte wordt gekenmerkt of een meisje van elf dat ongevraagd een proefzending maandverband krijgt opgestuurd omdat de gegevens van haar sportvereniging in een commerciële database waren beland. „Rimpelingen in het systeem” noemt Tokmetzis dat, die staan voor een ‘fundamenteler’ probleem.

Ze vullen elkaar goed aan: Tokmetzis (41) voor de technische invalshoek en Martijn (35) als stilist en filosoof. Maar het was geen makkelijk boek om te schrijven, zeggen ze. Privacy is een lastig onderwerp in een tijd waarin een leven zonder Facebook of Google nauwelijks voor te stellen is. Zonder advertenties als inkomstenbron zou het web nooit zo groot geworden zijn. Dataverzameling heeft bovendien veel positieve kanten. Die aspecten worden in het boek niet belicht; de argwaan tegen het systeem overheerst.

Mensen die zeggen dat ze niets te verbergen hebben – en dus niets te vrezen – worden afgebeeld op de voorkant van het boek: een struisvogel die zijn kop in een netwerkaansluiting steekt. „Als je denkt dat je niets te verbergen hebt, weet je niet waar je het over hebt.”

Waarom een boek?

Martijn: „We hebben de afgelopen drie jaar onderzoek gedaan naar privacy en surveillance. Na anderhalf jaar zagen we een lijn voor een groter verhaal. We maken de vergelijking met de klimaatbeweging: de opwarming van de aarde gaat over risico’s die je met alleen nieuwe technologie niet verandert, ook ons gedrag moet ingrijpend veranderen. Dat geldt ook voor privacy.”

Data verzamelen levert toch veel op? Gebruiksgemak, efficiency, veiligheid…

Tokmetzis: „Bij terrorismebestrijding kan het analyseren van data helpen, maar je kunt er niet op vertrouwen. Het draait om mensenwerk, om oren en ogen in de wijk. Het is moeilijk uit te leggen wat de schade van data verzamelen is. Als je voor risico’s waarschuwt moet je met bewijzen komen, maar de voorstanders hoeven niet aan te tonen dat hun systemen werken. Wij zien rimpelingen in het systeem – bijvoorbeeld mensen die abusievelijk als terrorist gekenmerkt worden of onterecht geen hypotheek krijgen – die de risico’s bewijzen.”

Martijn: „Iedereen begrijpt dat er een probleem is als je computer gehackt wordt en je naaktfoto’s op straat liggen. Maar dat is slechts een onderdeel van een groter probleem. Het gaat erom hoe je gegevens worden gebruikt door zelflerende algoritmes. Dat zorgt ervoor dat Facebook bepaalt wat voor informatie je tot je krijgt via je tijdlijn, maar ook of je als terrorist wordt gezien. Of je een goede klant bent of niet. Ingrijpende, geautomatiseerde beslissingen op basis van persoonlijke gegevens.”

Jullie pleiten niet voor minder gebruik van technologie?

Tokmetzis: „We pleiten voor betere, transparante technologie. Als je nu een app opent of een site bezoekt, weet je niet wat er gebeurt met je gegevens.”

Jullie zijn beiden vader. Hoe leren jullie je kinderen met internet om te gaan?

Tokmetzis: „Mijn zoontje van zes heeft twee Linux-laptops. Het wachtwoord van mijn pc mag hij niet weten, mijn pincode heeft hij al wel achterhaald. Maar we plaatsen geen foto’s van de kinderen op Facebook.”

Martijn: „Mijn dochtertje, ze is nu twee, is drie maanden te vroeg geboren waardoor ze lang in het ziekenhuis lag. Op zo’n moment doet privacy er niet meer toe. Dan wil je dat alle informatie verzameld en gedeeld wordt om ervoor te zorgen dat ze in leven blijft. Binnen die context, van leven en dood, ben je bereid om alles over je kind te delen.”

Dat verhaal staat niet in het boek. Er staan sowieso niet zo veel positieve kanten over datavergaring in.

Martijn: „Ik streef ernaar een gebalanceerd beeld te geven. Maar als je een boek schrijft over de staat van surveillance en privacy, dan schrijf je geen vrolijk boek.”

Tokmetzis: „Er zijn al veel boeken die de loftrompet steken op big data.”

Zijn jullie journalisten of activisten?

Martijn: „We zijn wel activistischer geworden tijdens het schrijven van het boek. Bij De Correspondent bedrijven we constructieve journalistiek; we vinden het te makkelijk om te zeggen: ‘hier is het probleem en zoek het maar uit’. We kijken ook naar oplossingen.”

Tokmetzis: „We willen mensen bereiken die klakkeloos apps downloaden en alle voorwaarden accepteren. We hopen ook dat ons boek gelezen wordt door mensen die zich beroepsmatig bezighouden met deze materie, op ministeries, bij activistenclubs en politieke partijen.”

Een oplossing die jullie aandragen is een ‘tegenmacht’ tegen grootschalige verzameling van persoonlijke data. En jullie roepen op om te doneren aan Bits of Freedom. Waarom?

Martijn: „ Er is verandering nodig. Politiek, maatschappelijk en individueel. Maar we staan zelf niet vooraan op het Malieveld met een spandoek in de hand.”

Voorin het boek staat een aanbeveling van de lijsttrekker van de Piratenpartij. Hebben jullie zelf politieke ambities?

Martijn: „Absoluut niet. We willen dat het boek invloed heeft en de Piratenpartij is interessant. Maar ik zie mezelf als journalist, mijn eerste taak is te laten zien hoe de wereld werkt.”

Tokmetzis: „Ik gun ze wel van harte een zetel.”

Wat vinden jullie van mensen die zeggen dat ze niets te verbergen hebben?

Martijn: „Dan zeg ik: je weet niet waar je het over hebt. Je ziet moderne surveillance niet met het blote oog. Hoe kun je zeggen dat je niets te verbergen hebt, als je niet weet wat er over jou verzameld wordt, door wie, waarom en welke gevolgen dat voor jouw leven heeft?”

Toch zien de meeste consumenten Google en Facebook niet als een bedreiging.

Martijn: „Omdat ze het niet zien. Wat we zien als we Facebook gebruiken is een gelikte site die precies doet wat we hopen. Net als Gmail of nu.nl. We zien niet hoe deze bedrijven echt werken. Als we hun ware aard zouden zien, zouden ze niet zo populair zijn.”

Kunnen we de ergste bezwaren niet wegnemen door opt-in – toestemming van de gebruiker – verplicht te stellen als Google of Facebook weer eens een functie toevoegt die de privacy ondermijnt?

Tokmetzis: „Daarom is die tegenmacht nodig. Daar moet de politiek voor zorgen.”

Een oproep voor een verplichte opt-in staat niet in het boek.

Martijn: „Ik ben radicaler. Met opt-in verander je het verdienmodel van deze internetbedrijven niet. Dat is het fundament van onze kritiek op Google en Facebook. Ze zijn de twee belangrijkste poorten tot bijna alle online kennis en informatie, voor miljarden mensen. Het is vreemd dat we deze publieke taak aan twee Amerikaanse bedrijven hebben gegeven.”

Het werk van Evgeny Morozov, de Wit-Russische internetscepticus, loopt als een rode draad door het boek heen.

Tokmetzis: „Morozov is een beest. Hoe hij de systeemkritiek verwoordt… zo slim en retorisch.”

Martijn: „Hij heeft ons denken erg beïnvloed. Net als Helen Nissenbaum, een hoogleraar die uitlegt dat hoe we onze privacy beleven afhankelijk is van de context. Op het vliegveld ga je ermee akkoord dat je wordt gefouilleerd. In de online wereld zie je de ware context niet. Als je nu.nl bezoekt, kijken 44 advertentiebedrijven met je mee. Stel je voor dat jij de krant openslaat en er 44 mannen in je nek staan te hijgen om aantekeningen te maken over welke artikelen je leest.”

Die 44 mannen staan er toch niet echt?

Martijn: „Die staan er niet omdat jij ze niet ziet.”