Zelfvertrouwen

Deckwitz, Ellen 10-2015 01

Soms fantaseer ik weleens over wat ik zou zeggen als ik een kwartiertje mocht skypen met mijn achttienjarige zelf. Als ik aan mijn vrienden vraag wat zij hun jongere versies zouden adviseren, klinken meestal dezelfde antwoorden: ‘Studeer harder’, ‘Klap niet te veel pillen’ en ‘Wees blij met je figuur want vanaf nu wordt het alleen maar slechter’. Precies de dingen die hun moeders ooit zeiden, maar ze hadden schade en schande nodig om het daarmee eens te zijn.

Ik zou iets heel anders tegen mijn achttienjarige zelf zeggen, en dat komt wellicht doordat mijn grootmoeder tijdens de wederopbouw in bittere armoede had geleefd en me voortdurend op het hart drukte dat ik er altijd voor moest zorgen dat mijn toekomstige zelf het beter had dan mijn huidige versie.

Dat advies nam ik ter harte. Waardoor ik in tweeënhalf jaar tijd twee bachelors haalde, mijn cv langer werd dan een rol wc-papier en ik nooit heb rood gestaan. Ik heb jarenlang zestig uur per week gewerkt omdat ik ervan overtuigd was dat als ik stil zou staan, me een vreselijke toekomst te wachten stond.

Op een zeker moment, ik zal een jaar of dertig zijn geweest, werd ik er moe van, dat wil zeggen: overspannen. Dat kon mijn oma toch niet helemaal bedoeld hebben.

„Nee, dat bedoelde ik helemaal niet!” zei ze, toen ik haar belde. „Jij overdrijft ook altijd zo!”

„Maar ik bedoelde het goed”, zei ik, overweldigd maar vooral overwerkt. Ze zweeg even en zei toen:

„Je moet zelfvertrouwen krijgen, en dat bedoel ik dus letterlijk. Dat je op jezelf kunt vertrouwen. Dat je weet dat je voor jezelf kunt zorgen. Dat je jongere zelf soms de boel een beetje verknalde, maar altijd in staat was om puin te ruimen, zodat je oudere editie niet met de gebakken peren zat. Word vrienden met jezelf. Dat heeft mij tachtig jaar gekost, maar het was het waard. Oké? Nou, The Bold and the Beautiful begint. Ik moet ophangen.”

Ze hing op en ik moest denken wat ik die week had gelezen. De Franse filosoof Baudrillard schreef dat vriendschap draait om het gezamenlijk verspillen van tijd. Met andere woorden: lanterfanten. Zo moest ik dus vrienden met mezelf worden. Gas terugnemen was het beste wat ik ooit voor mij heb gedaan. Gewoon een beetje op de bank hangen, beetje gamen, en weten dat ik op die manier in mezelf investeer.

Maar dat zal ik natuurlijk nooit zeggen tegen mijn achttienjarige zelf, want ik vrees dat als ik naar dat advies had geluisterd, ik het nooit zo ver geschopt had. Ik zou zeggen: „Ga vooral zo door, uiteindelijk komt alles dik in orde.” En verder mijn mond houden.

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.