Weg met stempel ‘cultureel divers’

Rijkssubsidie

FramerFramed in Amsterdam krijgt verrassend de rijkssubsidie die eerder naar de Appel ging. Wie zijn zij?

Directeuren Cas Bool en Josien Pieterse van Framer Framed. Foto Merlijn Doomernik ©

Een zwarte vrouw in een hardblauwe Victoriaanse jurk die zwarte haren lostrekt uit een portret aan de muur. Een eerbetoon van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Mary Sibande aan de vrouwen uit haar familie die huishoudelijke hulpen waren bij machtige witte families, staat majestueus in de ruimte van Framer Framed in de Tolhuistuin aan de Amsterdamse IJ-over. Haar ogen zijn gesloten, dromend van een betere toekomst.

Framer Framed

Achter haar draait een film van de Nederlands Zuid-Afrikaanse kunstenaar Judith Westerveld. Zij heeft in archieven de geschriften van Jan van Riebeeck opgezocht over de heg van 25 kilometer die deze kolonist in de zeventiende eeuw liet bouwen om de Nederlandse nederzetting af te grendelen van de inheemse volkeren. Zijn teksten klinken onder de beelden van het landschap, een Zuid-Afrikaan vertelt over het dorp in dit gebied waar zijn familie eind jaren zestig weer uit werd verdreven.

Het zijn blikvangers in Re(as)sisting narratives, de nieuwste tentoonstelling van Framer Framed die onderzoekt wat wij van ons eigen koloniale verleden in Zuid-Afrika weten en wat Zuid-Afrikanen weten van het land dat hen als eerste koloniseerde.

Vorige maand adviseerde de Raad voor Cultuur na een extra aanvraagronde opvallend om Framer Framed voor vier jaar de rijkssubsidie te verstrekken, die voorheen naar het gerenommeerde de Appel ging. Waar zowel de raad als minister Bussemaker in mei nog opmerkten dat bij de voor een rijkssubsidie gehonoreerde instellingen de aandacht voor culturele diversiteit te gering was, lijkt de raad met Framer Framed een beetje in die lacune te voorzien.

Bestrijders van Apartheid

Kom daarmee niet aan bij Josien Pieterse en Cas Bool, directeuren van Framer Framed. Zij richtten de instelling in 2009 op samen met musea van moderne kunst, erfgoed en etnografica te onderzoeken hoe grenzen geslecht konden worden tussen disciplines. Sinds ze in 2014 hun eigen ruimte kregen, kunnen ze zelf tentoonstellingen organiseren. „Wij willen niet dat stempel van culturele diversiteit”, zegt Bool. „Wij willen juist traditionele categorieën doorbreken, en kunst niet als westers of als niet-westers beschouwen.”

Hij legt uit dat ze willen onderzoeken „in hoeverre modernistische begrippen nog bruikbaar zijn”. Zeg maar of in de kunstwereld niet iedereen te veel met de zelfde bril kijkt. Wat dat betekent? Anders kijken naar de kunstgeschiedenis, onderzoeken hoe we omgaan met onze geschiedenis, het publiek een stem geven en andere vertelvormen zoeken.

Hoe dan? Een dag voor het gesprek zijn ze bijvoorbeeld met Zuid-Afrikaanse kunstenaars de Transvaalbuurt in Amsterdam ingetrokken, een wijk met straatnamen als het Krugerplein die verwijzen naar de tijd van de Boerenoorlogen en Apartheid. Pieterse: „We hebben afbeeldingen opgehangen en zijn in discussie gegaan met voorbijgangers. Over de herkomst van de straatnamen en wat ze daar nog van weten. Het confronteert mensen met onze koloniale geschiedenis. We zien onszelf vaak meer als bestrijders van Apartheid, maar vergeten onze eigen rol in apartheid en de eeuwen daarvoor.”

Scheidslijn

Zo willen ze benadrukken dat ze niet vast zitten aan de ‘White Cube’, waar alleen tentoonstellingen worden georganiseerd. De drempel willen ze laag houden. Hun zalen zitten vast aan het restaurant van de Tolhuistuin. De toegang is gratis, iedereen kan tot 22 uur zo binnenlopen. Hun publiek omschrijven ze als een ‘jonge, internationale, interculturele hoogopgeleide groep mensen die in Nederland zijn komen leven.”

Met dat publiek willen ze actief in discussie. Pieterse: „We trekken curatoren die weten dat hun project niet af is, als de tentoonstelling is opgebouwd. Vaak gaat er uitgebreid onderzoek aan vooraf en loopt dit door tijdens en na de expositie.” Een werkwijze die jonge curatoren uit Londen aanspreekt. „Zij benaderen ons en komen langs of ze hier in Amsterdam iets kunnen doen.”

Door het verkrijgen van de rijkssubsidie hebben ze nu voor vier jaar zekerheid. Pieterse: „We kunnen nu onderzoeken starten met wetenschappers en lijnen uitzetten voor langlopende programma’s en exposities. De scheidslijn tussen curator en wetenschapper vervaagt.”

En wat als over vier jaar de Appel weer zal trachten terug te keren in het selecte gezelschap van rijksgesubsidieerde instellingen? Pieterse: „Wij gaan hard werken en misschien is er over vier jaar wel meer ruimte. Wie dan leeft, wie dan zorgt.”