Topbeloningen: het maakt moedeloos

Column Vraag de burger wat hij als consument doet tegen hoge beloningen voor bestuurders, en het is oorverdovend stil.

PAD Tamminga, Menno PAD 027

De topmanagers worden steeds rijker. En de rest…die sappelt. Of erger. Over zes maanden zijn er Tweede Kamerverkiezingen. Wat doet een linkse minister van Financiën, die zijn reputatie in Europa heeft gevestigd met versoberingen, tegen de topbeloningen van de zakelijke elite? Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) wil die beloningen óók versoberen, om te beginnen in Nederland.

Hij schreef vorige week een opinie-artikel met die strekking in de Volkskrant. Dijsselbloem wil bonussen beperken tot 20 procent van het vaste salaris. Dat is zijn gratis advies aan een commissie die de Nederlandse principes voor goed bestuur en effectief toezicht moet herijken. Als argument voor de drastische maatregel noemde hij de steeds schevere inkomensverhoudingen tussen de top en de werkvloer bij een klein groepje multinationals. Hij noemde Ahold, Heineken en Unilever. Die wanverhoudingen scheppen maatschappelijke onvrede.

Ik word er moedeloos van.

Ja, van sommige van die beloningen.

Maar ook van zulke opinie-artikelen.

Waarom? Vraag de burger wat hij vindt van ontspoorde topbeloningen en de reacties zijn: dat moet stoppen. Vraag de burger wat hij daarvan vindt als kiezer? De kiezer stemt op partijen die aan de ontsporingen waarschijnlijk wel een einde willen maken Maar, vervelende complicatie: die partijen werken niet met elkaar samen. Ik noem er vier: PVV, SP, GroenLinks en Partij van de Arbeid. Dus als u als kiezer wilt dat er iets verandert zult u óók daarmee rekening moeten houden.

Maar vraag de burger wat hij doet als consument, dan is het oorverdovend stil. Hoeveel mensen mijden Heineken omdat bestuursvoorzitter Jean-Francois van Boxmeer een soort bonusverdriedubbelaar kan verdienen?

Hoeveel juristen en ander professionals boycotten uitgever Wolters Kluwer omdat de bestuursvoorzitter, Nancy McKinstry, een aandelenbonus van dik 12 miljoen euro kreeg?

Hoeveel autorijders passeren Shell-tankstations omdat directievoorzitter Ben van Beurden zijn maximale bonus van 3,5 miljoen euro geniet terwijl Shell zijn strategische doelen niet haalt?

Waarom maakt Dijsselbloem moedeloos? Hij kan wel maatschappelijke onvrede suggereren, maar waar zijn die boze burgers? En, met alle respect, maar een opinieverhaal in de Volkskrant lost niks op.

Dus zijn er twee mogelijkheden. Dijsselbloem wíl niks oplossen. Hij heeft de kritiek van werkgevers (VNO-NCW) en directeuren (NCD) ingecalculeerd. En gaat over tot de orde van de dag. Zeg maar: de nederlagenstrategie.

Of de minister wil wél iets oplossen. Dan moet hij het politieke handwerk oppakken. En beseffen dat eerdere ‘maatregelen’, zoals openbaarheid van beloningen en aandeelhoudersinvloed, spectaculair gefaald hebben. En dat zijn voorstel om de bonus te limiteren tot 20 procent indruist tegen de contractvrijheid van volwassen personen. Wie daarin ingrijpt, weet dat hij bij de Europese rechter eindigt. En kansrijk is om te verliezen.

Terwijl het zo simpel is. Een extra belastingtarief, dat opklimt met de hoogte van de beloning. Dus: 60 procent tussen vijf ton en een miljoen; 70 procent tussen 1 en 1,5 miljoen en zo verder. Te betalen door de werkgever (en dus indirect door de aandeelhouders).

Laat topmanagers verdienen wat de markt toestaat en room het daarna af. De markt kiest de beloning. Politici stellen de normen en waarden vast voor de inkomensverhoudingen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.