Hier gaan ook de jonge balletliefhebbers heen

Ballet Onder oprichtster Hans Snoek begon Scapino Ballet in 1945 als gezelschap voor de jeugd. Inmiddels is Scapino uitgegroeid tot serieus gezelschap voor hedendaagse dans. Met nog altijd een relatief jong publiek.

Met onder andere Armando Navarro's Notenkraker profileerde het Scapino Ballet zich als gezelschap voor een publiek van 8 tot 88. ©

Ja, Hans Snoek zou jubileumvoorstelling Ting! van ‘haar’ Scapino Ballet ontzettend mooi hebben gevonden. „Daar ben ik wel van overtuigd, ja”, zegt Ed Wubbe, die de circusachtige dansvoorstelling dezer dagen in het Rotterdamse havengebied afmonteert. Snoek richtte het dansgezelschap in 1945 op, aanvankelijk als ‘balletgezelschap voor de jeugd’. Daarvan is zeventig jaar later geen spoor. Maar, zegt Wubbe, de huidige artistiek directeur „wat wij nu doen is, op een compleet andere manier, wel in lijn met haar ideeën.”

©

Scapino ‘oude stijl’: de wit geschminkte Scapinofiguur liet jonge kinderen van de Amsterdamse Frans Halsschool kennismaken met ballet. ©

Vooral bij babyboomers staan de voorstellingen uit de beginjaren op het netvlies geëtst. Scapino, dat was: voor het eerst dans zien, voor het eerst naar het theater, vaak voor het eerst ervaren wat kunst betekent. Scapino, dat was voor de eerste naoorlogse generatie ook onderdeel van de bevrijding, van een nieuw begin. Niet voor niets is Scapino Ballet nog steeds één van de sterkste ‘merknamen’ in de theaterwereld.

Het mag dus een wonder heten dat Wubbe zelf als kind nooit een voorstelling van het Scapino Ballet zag. „Nee, op mijn school in Amstelveen zijn ze nooit langsgekomen.” Lachend: „Het was een katholieke school, misschien heeft dat er iets mee te maken.”

Daarmee stipt hij onbedoeld één van de hindernissen aan waarmee Snoek in de vroege jaren van het Scapino Ballet te maken kreeg. In Nederland heerste zo vlak na de oorlogsjaren weliswaar een grote cultuurhonger, maar ten aanzien van de fysieke kunstvorm ballet heerste de nodige argwaan. Ballet voor kinderen, Snoeks ideaal, was destijds bovendien een volstrekt onbekend concept.

Sprookjesballet en burgerrechten

De beginjaren van haar gezelschapje, waarvoor Snoek ook choreografieën maakte, werden dan ook getekend door een voortdurend zoektocht naar geld. Geld voor nieuwe, verhalende balletten, van Nederlandse choreografen, met muziek en decors van Nederlandse componisten en kunstenaars. Sprookjesballetten vooral, maar ook balletten over maatschappelijke onderwerpen, van de naoorlogse papierschaarste tot de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging.

Maar Snoek was vasthoudend. Een fluwelen tank werd ze wel genoemd: charmant, maar met een ijzersterke wil en een rotsvaste overtuiging. Langzaamaan kreeg het Scapino Ballet, gevestigd in Amsterdam, vaste grond onder de voeten en subsidie van gemeente en Rijk. De groep bleef buiten de zogeheten ‘Ballet-oorlog’ die andere balletgezelschappen in de jaren vijftig uitvochten en waaruit tenslotte Het Nationale Ballet en het Nederlands Danstheater voortkwamen. Met zijn eigen doelgroep werd Scapino kennelijk niet als bedreiging ervaren.

Toen Snoek in 1970 afscheid nam als directeur, was Scapino al een begrip. Toch koos haar opvolger, de Argentijn Armando Navarro (1930-2013) voor een artistieke accentverschuiving.

„De tijdgeest veranderde, de artistieke ambitie groeide”, vermoedt Wubbe. „Onder leiding van Navarro kwamen er steeds meer familievoorstellingen, dus niet meer alleen voor kinderen. De educatieve functie werd voortgezet door Scapino 10, een apart groepje dat naar scholen toe ging.”

Navarro’s beleid om buitenlandse dansers en choreografen te engageren, stuitte ook op kritiek, evenals zijn besluit moderne en jazzchoreografieën op het repertoire te nemen. Dat paste niet bij Scapino, meenden de critici, die daarnaast betreurden dat Scapino’s springplankfunctie voor jong Nederlands danstalent afbrokkelde. Overigens werden nog altijd relatief veel Nederlandse choreografen uitgenodigd, onder wie Hans van Manen, en de nieuwe generatie dansmakers, zoals Hans Tuerlings en Nils Christe. Navarro’s versies van grote klassiekers als Coppélia en, met name, De Notenkraker waren grote (kas-)successen.

Kakelbonte lappendeken

Het repertoire ontwikkelde zich zo tot een kakelbonte lappendeken, met balletten van zeer uiteenlopend karakter en wisselend allooi. Daaraan maakte de verhuizing naar Rotterdam een einde. Wubbe: „Cruciaal was de wens van Rotterdam om een stadsgezelschap in de toen pas nieuwe Rotterdamse Schouwburg te hebben. Dat moest dan wel een eigentijds dansgezelschap zijn.” Navarro zag gunstige mogelijkheden voor de groep. In 1992 verhuisde het Scapino Ballet op papier, twee jaar later reden de verhuiswagens van de Amsterdam naar de Maasstad. Scapino Ballet Rotterdam was een feit.

Vanaf die tijd voerde Wubbe als volgende artistiek leider een radicale koerswijziging door. „De overgang naar een hedendaags gezelschap was al ingezet toen ik net huischoreograaf werd”, zegt hij, alsof hij zijn besluit te breken met het Scapino-verleden nog altijd moet verdedigen. Hij herinnert zich de weerstand die de omslag opriep.

„We lagen echt onder de loep. De oude clan van het Scapino Ballet was heel hecht en volgde ons met argusogen. Zij verweten ons dat we pronkten met andermans veren door nog steeds onder de naam Scapino Ballet te werken.”

Maar Wubbe was jong, ambitieus en, geeft hij zelf toe, eigenwijs. Hij voelde de last van het verleden niet. Al snel vormde zijn eigen balletten de hoeksteen van het Scapinorepertoire. Enigszins schamper werd hier en daar over de ‘Ed Wubbe Dance Company’ gesproken. Wubbe: „Ik heb die weerstand wel gevoeld ja. Maar in de jaren tachtig werkten choreografen als Hans, Nils en ikzelf voor zo’n beetje alle groepen in Nederland. Ik realiseerde me dat je je als gezelschap moet onderscheiden. Daar heb ik altijd mijn best voor gedaan.”

©

Kathleen, op ruige gitaarmuziek, betekende het definitieve afscheid van het Scapinoverleden. ©

Heel belangrijk daarbij, vindt hij zelf, was Kathleen uit 1992, een tamelijk ruig ballet over harde straatjeugd, op keiharde gitaarmuziek van de rockband Goldflesh. In 1994 breidde Wubbe het uit tot een avondvullende versie. Het repertoire was toen al volledig eigentijds, op De Notenkraker van Navarro na. „Dat was nog altijd een kaskraker, maar het ging wringen, paste niet meer in de nieuwe signatuur. Ik vond dat we er iets voor in de plaats moesten stellen, ook om een nieuw publiek te bereiken.”

Totale gedaanteverwisseling

Zo verdween het laatste restant van het ‘oude Scapino’. Onder Wubbes bewind veranderde het profiel van Scapino Ballet Rotterdam definitief naar een gewoon dansgezelschap. Met gemengde programma’s, maar ook regelmatig avondvullende producties van Wubbe, zoals een moderne Romeo & Julia, Nico (op muziek van John Cale en geïnspireerd op het leven van de zangeres van The Velvet Underground) en de barokfantasie Pearl.

Hans Gerritsen

Huischoreograaf Marco Goecke creëerde een nieuwe Notenkraker voor Scapino. Hans Gerritsen

Wubbe trok in 2001 de piepjonge Nanine Linning aan als huischoreografe, later wist hij onder anderen de nu internationaal gevierde Marco Goecke naar Scapino te lokken.

Zeventig jaar na de oprichting heeft het Scapino Ballet een totale gedaanteverwisseling ondergaan. En toch, beweert Wubbe trots, heeft Scapino nog altijd een relatief jong publiek. „Significant jonger dan Het Nationale Ballet of het Nederlands Dans Theater.” En dat vindt hij belangrijk. Het educatieve dna zit Scapino nog steeds in het bloed, maar anders dan vroeger. Scapino was bijvoorbeeld het eerste balletgezelschap dat op festival Lowlands danste.

De jubileumvoorstelling Ting! is misschien het begin van een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het Scapino Ballet, denkt Wubbe. Ting! is speciaal gemaakt voor de Ferro Dome, de blauwe gashouder in het Vierhavengebied. „Een enorme ruimte waarin we ‘en ronde’ spelen, met circusartiesten en livemuziek van The Nits: een heel andere esthetiek. Veel theatraler, geen pure dans. Die kant gaan we steeds meer op, met een nieuwe generatie dansers en makers. Daar zou Hans Snoek niet ongelukkig mee zijn. Scapino is alive and kicking.”